Zij is getrouwd met Jacobus Roelandus Rijnbout.
Zij zijn getrouwd op 7 mei 1924 te Utrecht, Utrecht, Nederland, zij was toen 25 jaar oud.
Kind(eren):
Geboorteregister 1899, Groningen, Aktenummer 353.
Geboorte/aangifte: 03-03-1899 / 06-03-1899.
Kind: Eelkje Hattuma.
Geslacht: V.
Vader: Bokke Hattuma.
Moeder: Geertruida Busch.
Huwelijksregister 1924, Utrecht, Aktenummer 405.
Huwelijk: 07-05-1924.
Bruidegom: Jacobus Roelandus Rijnbout, 32 jaar, spoorwegambtenaar, geboren te Utrecht.
Vader: Joannes Cornelis Rijnbout.
Moeder: Wilhelmina Algonda van der Zeijst.
Bruid: Eelkje Hattuma, 25 jaar, geboren te Groningen.
Vader: Bokke Hattuma, koopman.
Moeder: Geertruida Busch.
In Heer, vlak bij Maastricht, namen Jacobus en Eelkje Rijnbout-Hattuma, die zeven kinderen hadden, hun vroegere buurman Herzek Wodka en zijn vrouw Rachella Wodka-Chanowski op. Aanvankelijk zou het joodse echtpaar voor korte tijd bljven, maar de Rijnbouts vonden het onmenselijk het echtpaar weg te sturen. Uiteindelijk zou de onderduikperiode 22 maanden duren. Drie dochters van het gezin Rijnbout zullen vandaag de Yad Vashemonderscheiding voor hun overleden ouders in ontvangst nemen. Twee kinderen Wodka zullen aanwezig zijn.
Met de Yad Vashem-onderscheiding eert de staat Israël niet-joden die zich vaak met gevaar van hun eigen leven in de Tweede Wereldoorlog verdienstelijk hebben gemaakt bij het redden van joden. Sinds 1953 zijn 20 250 mannen en vrouwen, onder wie bijna 4600 Nederlanders, geëerd.
Bron: Dagblad Trouw 2004.
Rijnbout, Jacobus Roelandus Rijnbout-Hattuma, Eelkje Jacobus en Eelkje Rijnbout, beiden veertigers, woonden in Amby (v. Limburg), met hun zeven kinderen, in de leeftijd van één tot en met achttien jaar. Jacobus werkte voor het spoorwegbedrijf en Eelkje was huisvrouw. Op een dag, in januari 1943, klopte hun voormalige Joodse buurman Herzek Wodka (later Wudka) op hun deur, wanhopig op zoek naar een schuilplaats, al was het maar voor een paar dagen. De Rijnbouts besloten het risico te nemen en Wodka mocht blijven. Diezelfde avond, een van de Rijnbout dochters, Truus, 17, ging wodka's vrouw Rachella (geboren Chrzanowska) ophalen en nam haar ook mee naar het huis van haar ouders. Hun dochtertje Selma werd na een kort verblijf bij de Rijnbouts ook ondergedoken in Meerssen. Hoewel het oorspronkelijke idee was dat de Wodka's inderdaad slechts een paar dagen zouden blijven, bleven Herzek en Rachella tot de bevrijding van het gebied in september 1944. Jacobus en Eelkje Rijnbout woonden in een tehuis met drie verdiepingen. De Wodka's kregen een kamer op zolder. Ze antwoordden nu op de namen Dorus en Prina, namen uit een verhaal dat Jacobus zijn kinderen zou vertellen. Tijdens de volgende 20 maanden gingen ze nooit naar buiten. Alleen de vier oudere kinderen werden op de hoogte gebracht van de werkelijke situatie. De kleinere kinderen mochten niet naar zolder. Pas toen de kinderen 's nachts op school of in bed lagen, mochten de Wodka's naar de andere delen van het huis.
Jacobus en Eelkje, met de hulp van de oudere kinderen, zorgden voor alle behoeften van wodka's, inclusief morele steun. Toen Rachella's broer Herman, ondergedoken in het nabijgelegen Bemelen, ziek werd, namen de Rijnbouts hem op en lieten hun huisarts voor hem zorgen. De Wodkas waren in staat om deel te nemen aan een aantal van de kosten voor enige tijd, en de lokale ondergrondse verstrekt voedselbonnen van tijd tot tijd. Tegen het einde van de oorlog, in september 1944, trokken de Duitsers zich terug onder zware bombardementen en moesten de Rijnbouts het gebied verlaten. Omdat de Rijnbouts de Wodka's niet mee konden nemen, brachten ze ze eerst in veiligheid op het onderduikadres van Rachella' broer. Op 6 juli 2003 erkende Yad Vashem Jacobus Roelandus Rijnbout en Eelkje Rijnbout-Hattuma als Rechtvaardig onder de Volkeren.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Eelkje Hattuma | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1924 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jacobus Roelandus Rijnbout | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.