Hij is getrouwd met Hendrikje-jans Konjer.
Zij zijn getrouwd op 27 april 1822 te Ruinerwold (dr), hij was toen 32 jaar oud.Bron 2
Getuige: P.J/Koobs.E.K van Dijk.J.G.Santing. T.Roelofs/Ze zijn in de kerk getrouwd op 28 april 1822 te Blijdenstein, hij was toen 32 jaar oud.
Henderikus en Hendrikje zijn neef en nicht, eerst no 148 na 1832 Sektie
E 459 In 1839 is het nummer 152 en in 1872 is het huisno C 237.#
huwelijkse bijlagen,huwelijksakte + overlijdensakten.#
Kind(eren):
Nederland in de jaren 1700-1800.
Nederland maakte anderhalve eeuw geleden een rare fase door.
De Franse tijd had een eind gemaakt aan de door stadhouders geleide Republiek der Verenigde Nederlanden.Vervolgens mocht koopman-koning Willem I zijn bijna absolute macht laten gelden in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden.Willem I trof een verarmd en verwaarloosd land aan , dat aller-
minst de sfeer van de nieuwe tijd ademde.Nederland was naar onze termen gerekend een derde wereldland.
Het land was ongeordend, de verbindingen waren slecht en hetwater was overal.Een reis van Meppel naar Nieuweschans duurde s'winters, als dedrassige venen ondoordringbaar waren, 24 uur.De afwezigheid van een goede vuilafvoer en van riolen zorgde voor stank en andere overlast. Het was een volstrekt andere
wereld, waarin wij doodongelukkig zouden zijn.In de periode 1798 kregen we de eerste staatsregeling van deBataafsche Republiek en in 1848 de eerste Grondwetsherziening,die beiden een omwenteling betekenden.Zo is er altijd negatief gesproken over de gebrekkige onteigeningswetgeving, die de aanleg van de spoorwegen nogal bemoeilijkte. Maar je moet het in het perspectief van toen zien.Natuurlijk was het Nederlandse volk geen stel sukkels die in de trekschuit zaten te dommelen.Het waren ook mensen die hun best deden om het hoofd boven waterte houden. Een volk dat ook plezier maakte, dus gewone normale
mensen , maar het was een totaal ander volk dan de Nederlanderszoals wij ze nu ervaren. Heel religieus en bijgelovig ook.Woeste grond is voor ons interessant, voor hun toen niet.Het was voor hun een negatief soort grond, een soort onland.Er liepen alleen wat stropers rond en verder was er niets tebeleven, Het rijk der duisternis.Onproductieve mensen werden naar onproductieve grond gebrachtin de hoop dat er samen iets productiefs uit kwam.Het gebrek aan grenzen en afbakening was ook het sterkst in diegebieden, eeuwenlang bestond er onduidelijkheid over de grenstussen Groningen en Drenthe, ook aan de west en zuidgrens hetzelfde geval. Het arme vrijwel onbevolkte gewest was ook nog verstoken van een verbinding met de zee, zodat er tol moest worden betaald aan Overijssel.Omstreeks 1830 telde Drenthe 64000 inwoners tegen Friesland205000 en Groningen 157000. Drenthe was toen nog voor 70% woestalleen al het onafzienbare grote veld tussen Ommen en Coevordenwas één grote woestenij.Er wordt ook wel gedacht , dat Willem I om een nationale economiete bewerkstelligen straatwegen ging aanleggen, maar als je zag hoe
het land er uitzag en bij lag,dan zie je alleen al op grond daarvan dat een nationale economie volstrekt ondenkbaar was.Een nationale markt ontbrak, men was in hoge mate zelfvoorzienend.Uit veel zaken blijkt, dat Willem I in zijn politiek alleen maarde Randstad, zoals wij dat nu noemen, voor ogen had.
Nederland was rond 1800 het meest verstedelijkste land ter wereldook al woonden er in 1815 in de 85 steden samen amper 800000 mensen, ruim een derde van de hele bevolking.Lodewijk Napoleon had kort daarvoor Meppel en Assen tot stad ver-heven. Appingedam, Delfzijl en Winschoten kregen in 1819 alsnog deinmiddels betekenisloze stadsstates.Hoe klein de steden naar onze maten gemeten ook waren, er was een
groot verschil tussen stad en platteland. Vrijwel alle steden hadden nog vestingwallen, de poort ging kort na zonsondergang dicht en de sleutels bij de burgemeester ingeleverd.Om je te kunnen verplaatsen in die tijd is het goed te beseffendat op het platteland na zonsondergang de volstrekte duisternisintrad als het geen helder weer was. In de stad was er een bescheiden straatverlichting. Toch liepen de steden leeg, veel steden waren in verval en vooral de gegoede burger ging buiten wonen. Het aloude verhaal, dat de vestingwallen als een knellend jasje om de stad zaten blijkt niet waar te zijn. Sommige steden waren nooit vol gebouwd, anderen waren grotendeels leeggesloopt.Bovendien werden de wallen slecht onderhouden en waren er maar
weinig belemmeringen om er binnen te komen.Voor onze begrippen waren de begin negentieneeuwse steden giganties vies, maar het idee over vies en schoon is dan ook een tijdgebonden begrip. Zo bleven tot 1795 de lijken aan de galg han-gen tot het geraamte kaal was gevreten door ratten en kraaien.
De omwonenden werden geruime tijd geplaagd door een verschrikkelijke stank. Tot ver in de negentiende eeuw werden overledenen begraven in de kerk, waar permanent een lijkenlucht hing.
De straten lagen vol met mest, menselijke ontlasting, en ook spoelwater werd op straat geloosd. De inhoud van beerputten liep vrijwel ongehinderd over in het grondwater.Men besefte niet dat hieruit allerlei ziekten konden ontstaan.Behalve leeg en vies was Nederland nat in het begin van de vorige eeuw. Grote delen van Nederland waren zo drassig, dat niet vaststond waar het water ophield en het land begon.De ene keer was het waterpeil veel te hoog en de andere keer weerveel te laag. Pas de aanleg van spoorwegen, die rond 1860 goed op gang kwamen, zou voor de werkelijke revolutie in de ontsluitingvan ons land zorgen.
beroep kleermaker
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Henderikus-geerts Konjer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1822 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrikje-jans Konjer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||