Op 22 september 1676 moest zij een verklaring afleggen over de verkoop van Rottekruijt vanuit haar winkel aan Dirck Nanninghsz uit Winkel. Deze Dirck vergiftigde daarmee de kinderen van zijn overleden broer Pieter. Dit waarschijnlijk om zijn erfenis binnen te halen. Zij besloot haar verklaring met de woorden "Soo waerlijck helpe mij godt almachtich". Haar schoonzuster Maritje Jacobs, die ook rottekruijt vanuit haar comenij winkel aan Dirck Nanninghsz had verkocht, was mennoniet en besloot haar verklaring met de woorden "Jae Jae en Neen Neen.
Dieuwer Cornelisd Keesman wordt in een hypotheekakte van 4 sept 1683 genoemd als buurvrouw van Pieter Jansz Deught aan de westzijde. Een huis verder aan de westzijde woonde Jacob Jansz Gorter.
Dieuwer woont twee huizen ten westen van het Moolenhuis. Dus ongeveer schuin tegenover de Meelmolen aan het Oosteinde.
Op 11 maart 1704 werd Dieuwer op het stadhuis van Barsingerhorn officieel aangesteld als Weesmoeder.
Uit de schepenrolle van 17 november 1719 blijkt dat Dieuwer op een leeftijd van meer dan 80 jaar nog een nieuw huis en hek liet bouwen. Zij had geen rooijnge laten uitvoeren maar was zo slim Dirck Fransz Dux voor de Schepenen te laten verklaren dat daer geen meer swarigheijt aen was, omdat het op de oude muer was nedergeset.
Zij is getrouwd met Frans Cornelisz Dux.
Zij zijn getrouwd voor 1655.Bron 3
Aannemende dat Frans Corn 24 jaar was toen hij trouwde
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Dieuwer Cornelisd Keesman | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
< 1655 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Frans Cornelisz Dux | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||