(1) Hij is getrouwd met N.n..
Zij zijn getrouwd
Verborgen en geborgen- Geertruida de Moor
blz. 274
Inn 1508/09 was voor Johanna Adriaansdr. van der Does het prenoviciaat begionnen en in 1512/1513 was zij novice geworden. Zij was in 1563/64 blijkbaar ziek, want toen behandelde Pieter van Foreest haar (. Hij kreeg 16 lb. 19 s. honorarium, terwijl meester Simon, chirurgijn, 7 lb. 4 s. ontving. Mogelijk hebbe,n we hier te doen met meester Simon Pietersz. Hyeck, die tussen 1569 en 1576 stadschirturgijn van Leiden was. Zuster Aleid van Almeras, die in 1549/1550 ingetreden was trouwde na het beleg van Leiden, toen er immers een formeel einde kwam aan het gemeenschappelijk leven van de religieuzen, met meester Simon (458: De Moor, "Nageslacht gezocht", 50.)
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Aleida van Almaras.
Toestemming voor het huwelijk is 17 december 1575 verkregen te Leiden.Bron 1
Uit de boedelinventaris van Aleida van Almaras
(3 mei 1577)
Item noch in ’t voorsz. cofferken bevonden zeeckere testamentaire
dispostio verleden bij zalige mr. Sijmon Pieterssen Hyck in faveur
van zijne naekinderen van date den IIIen maij anno XVC ende LXXVII geteijckent
no IX.
(25-3-1573)
Noch de huwelicxse voorwaerden tusschen
de voorsz. zalige joffrouwe Alijdt van
Almeras ende mr. Sijmon haer zalige
man, gemaect ende voor notaris ende
getuijgen gepassert van date den
XXVe martij anno XVC ende LXXIII,
geteijkent no X.
Kind(eren):
Author: Ladan, Rudolph
Title: Gezondheidszorg in Leiden in de late middeleeuwen
Issue Date: 2012-12-12
Vanaf de jaren twintig/dertig van de zestiende eeuw komen de stadschirurgijns nog vrijwel uitsluitend als ‘chirurgijn’ in de bronnen voor, uitzonderingen daargelaten. De laatste van die zeldzame
uitzonderingen was in februari 1569 toen het Catharinagasthuis de jaarwedde betaalde van ‘mr. Symon barbier’, de toenmalige stadschirurgijn mr. Symon Pietersz.(48)
Het kan zijn dat het gasthuis daarbij vooral het scheerwerk op het oog had, en dat Symon Pietersz om die reden als barbier in de boeken terecht kwam.
Stadschirurgijn Symon Pietersz werd in 1553 naast chirurgijn ook apotheker genoemd.(62) Dit argument van toenemende concentratie op één beroep houdt dus geen stand.
In functie:
Symon Pietersz
1553/54-1557/58
1568/69-1576/77
Jan Symonsz Hieck 1570/71-uiterlijk 1606
In 1568/69 kwam Symon Pietersz, die al eerder stadschirurgijn was geweest, weer terug in functie met een wedde van 80 pond Hollands en laken.(187)
In februari 1570 wees het gerecht mr. Jan Symonsz, de zoon van stadschirurgijn Symon Pietersz aan als ‘adjunct’ van de stadschirurgijn, met als opdracht de zorg voor patiënten die aan de pest leden.(201) Dit leidde niet tot een hogere wedde voor Symon Pietersz, zodat we mogen aannemen dat Symon uit zijn wedde zijn assistent betaalde. De directe aanleiding om Jan Symonsz aan te nemen was in ieder geval niet het heersen van een epidemie: het jaar 1570 viel net tussen de pestepidemieën van 1567-1568 en 1574.(202)
Enkele jaren later volgde Jan Symonsz zijn vader op als stadschirurgijn. Vanaf 1579/80 vermelden de stadsrekeningen dat meester Jan Adriaensz als pestmeester van Leiden
was aangenomen en door stadschirurgijn Jan Symonsz uit diens salaris werd betaald. (203)
Dit was een voortzetting van de constructie die vanaf 1570 voor Jan Symonsz zelf had gegolden.
187 RAL, SA I, inv. 639, f. 29v, f. 32rv tot en met SA II, inv. 7448, f. 95v; SA I, inv. 74. Het register van smalle diensten geeft Symon Pietersz en diens zoon (Jan Symonsz).
201 Mr. Jan Symonsz werd ook de daaropvolgende jaren genoemd (RAL, SA I, inv. 74, f. 128v (21 februari
1570); f. 140v; f. 146v; f. 153r; f. 158r; f. 166v (21 februari 1576)).
202 Zie bijlage 1, p. 244.
203 RAL, SA II, inv. 7451, f. 51v-52r; SA II, inv. 7452, f. 42v; SA II, inv. 7453, f. 50v-51r. De aanstelling van
Jan Adriaensz staat ook in RAL, SA I, inv. 74, f. 190r e.v. (de eerste maal op 21 februari 1579).
tabel 5.5 Pestmeesters, ca. 1570-1600
Naam In functie
Jan Symonsz Hieck 1570-1577/78
RIJNLANDSE PACHTERS VAN DE ABDIJ LEEUWENHORST
GEDURENDE DE PERIODE 1410 – 1660
- ALKEMADE -
door
J. van Egmond
mr. Simon Pietersz. van de Hiek, 1585 zijn weduwe
1577 – 1586 landhuur: 24 morgen 4 hond broekland op de Rijpwetering
1577 – 1581 ƒ 45-0-0
1582 – 1586 ƒ 60-0-0
vorige pachter: Willem Jansz. en Jan Dirksz.
volgende pachter: juffr. Alijd van Almaras.
ELO
NAMEN voorkomende in de in druk verschenen delen van de kenningboeken der stad Leiden. 1553/1580 Rechterlijk archief Leiden, inv.nr. 41. In de Kenningboeken zijn alle zaken opgetekend, die bij schepenkenning beslist werden. De partijen gingen omtrent de betwiste zaak een soort weddenschap aan (vgl. de "wedboeken") en deponeerden elk een bepaalde som als wedde onder de schepenen. Daarna leverden zij schriftelijke pleidooien of "dingtalen" in, waarop schepenen een schriftelijke uitspraak gaven. Wie de zaak won, kreeg zijn wedde terug. In het Kenningboek vindt men de dingtalen en ook het vonnis, tenzij de zaak door een dading geëindigd is. 1
177 21-09-1575 Joris van Bremen, gemachtigde meester Symon Pietersz., chirurgijn jonkvrouw Alijt van Almaras Pieter Adriaensz., vleyshouder uuyten Haege, wonende tot Rotterdam Davidt Egbertsz., gemachtigde Pieter Pieter Jorisz., Ghijsbrecht Henricxz., Jacob Allertsz. de Haes, Pieter Oom Pietersz., Gerit Wiggersz., Claes Ghijsbrechtsz. van Dorp, Claes Adriaensz., schepenen te Leyden J. van Hout, secretaris
182 11-01-1576 Davidt Egbertsz., gemachtigde Arent Cruys, cramer uut den lande van Luyck. Pleter Boelet uut Walslant meester Symon Pietersz., syrurgijn Joris van Breemen, gemachtigde Dionys de Visscher J. van Hout, secretaris
ELO
Kohieren gedwongen leningen 1576
Toegang naam: 0501A
Toegang nummer: Stadsarchief Leiden
Bron: Kohier gedwongen leningen registerSoort registratie: Kohier Gedwongen Leningen(Akte)datum: 03-1576Plaats: Leiden
Vermeld
Symon Pietersz. (chirurgijn)
wonende te Leiden
Diversen: Lening: fl. 20,-
ELO
Lijfrenteregisters
•Bron: Lijfrente register
•Soort registratie: Lijfrente
•(Akte)datum: 1582
•Plaats: Leiden
Bijzonderheden:
Rente: f. 0.23 Rentepercentage: 6e penning Betaaldatum: 4 april (1 mei) Kapitaal: f. 6.18 Bronnen: Vanaf 1592 bij de lijfrenten genoteerde renten op de verpande goederen van Leiderdorp. Toegang 0501A, invent. nr. 7463, f. 438(+490); Toegang 0501A, invent. nr. 7464, f. 407(+460v); Toegang 0501A, invent. nr. 7465, f. 401; Toegang 0501A, invent. nr. 7466, f. 384v; Toegang 0501A, invent. nr. 7467, f. 429v; Toegang 0501A, invent. nr. 7468, f. 472v; Toegang 0501A, invent. nr. 7469, f. 514; Toegang 0501A, invent. nr. 7471 (1601), f. 508v;
•Begunstigde
Frans Symonsz
leeftijd 7 jaar, wonende te Leiden, overleden op 1601
•Heffer
Adriaen Mourynsz ((1596))
wonende te Leiden
•Heffer
Jkv. Ambras
wonende te Leiden
Diversen: t.b.v. de erfgenamen van A. Mourynsz.
•Vader
mr. Symon Pietersz (chirurgijn)
wonende te Leiden
Diversen: Overleden voor 1592
_____________
Hogenda
GROTE BEWIJZEN B
door
H.J. van der Waag
Eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 29-30 (1974-1975), een uitgave van de
Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie
folio 336 14-5-1562
Cunera, kind van wijlen heer Willem Reyersz. priester comanduer tot Catwijck opten Rijn en
Ide Jansdr. nu gehuwd met Cornelis Jansz.
Mr. Symon Pietersz. chirurgijn en Daniel Egbertsz. voirspraicker voogden.
9 karolus guldens lijfrente waarvan de andere 13 staende ten lijve van Ide Jansdr. op te stede
van Leyden.
50 karolus guldens ter cause van een custinge van twee huysen ende erven gelegen tot
Oudewater achtergelaten bij de voirs heere Willem Reyersz. ende heere Christiaen Reyersz.
vader ende moeder.
Sijmon Pietersz Hieck | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aleida van Almaras | |||||||||||||||||||||||||||||||||||