Hij is getrouwd met Claerken Hendricksdr..
Zij zijn getrouwd op 11 januari 1602 te Culemborg.Bron 1
Schout en Schepenen
DE FAMILIE VAN ACQUOY (Aanvullingen en correcties op OV jrg. 70 (2015), blz. 373 e.v.)
door B. de Keijzer *
(Ons Voorgeslacht 2017, nummer 700)
Bij toeval vond ik het huwelijk van Aert Hermansz. de Swart en Claerken Hendricksdr. terug, dat is gesloten te Culemborg voor schout en schepen op 11 januari 1602, waarvan de transcriptie luidt: ‘Compareerden Aert Hermansz., van Asperen, ende ClaraHenrick Jansdr., ende verclaerden mit alders (= ouders) ende vrunden raet van mequonge (bedoeld is ongetwijfeld ‘maquinge’ = makinge = regeling) te zijn mitten ander te gaen inden H. echten state, versoeckende ons scepenen daer over te staen om malcanderen te trouwen ende na drie publicatien soe alhier als tot Asperen, volgens acte hier gesien geen impedimenten (= beletselen) voorgecomen wesende, hebben dyen volgende des voorschreven Aert Hermensz. ende Clara Henricx ter eeren Gods ende haerder beyder zalicheyt, malcanderen haere ewelicken trou gegeven, ende gelooft den een anderen getrou te zijn ende blijven ende malcanderen niet te verlaten voer de doot scheydt ende met een te leven als twee goede echteluyden toestaet, nae gewoontedes H. echten staets, actum den xie January 1602’.
Kind(eren):
Bij toeval vond ik het huwelijk van Aert Hermansz. de Swart en Claerken Hendricksdr. terug, dat is gesloten te Culemborg voor schout en schepen op 11 januari 1602, waarvan de transcriptie luidt: ‘Compareerden Aert Hermansz., van Asperen, ende Clara Henrick Jansdr., ende verclaerden mit alders (= ouders) ende vrunden raet van mequonge (bedoeld is ongetwijfeld ‘maquinge’ = makinge = regeling) te zijn mitten ander te gaen inden H. echten state, versoeckende ons scepenen daer over te staen om malcanderen te trouwen ende na drie publicatien soe alhier als tot Asperen, volgens acte hier gesien geen impedimenten (= beletselen) voorgecomen wesende, hebben dyen volgende des voorschreven Aert Hermensz. ende Clara Henricx ter eeren Gods ende haerder beyder zalicheyt, malcanderen haere ewelicken trou gegeven, ende gelooft den een anderen getrou te zijn ende blijven ende malcanderen niet te verlaten voer de doot scheydt ende met een te leven als twee goede echteluyden toestaet, nae gewoonte des H. echten staets, actum den xie January 1602’.
Aert Hermansz. De Swart | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1602 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Claerken Hendricksdr. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||