Op 13 aug. 1664 leent Bate aan haar zoon Wolter de Sighers van Batenborch. Wolter was hoveling van Baflo, Ranum, Maarhuizen, Mensingeweer en Eenrum, in een brief uit het jaar 1665 laat hij zich registreren namens de borch tot Maerhuysen, ("Batenborg") om toelating tot de landdag te verkrijgen, hij wordt overigens geweigerd ......"omdat hij aldaer geen twee jaere hadde huis gehouden en ook nog in zijn eigen huis niet woont...". Alleen jonkers die minimaal 30 grazen land bezaten en ook daadwerkelijk in het kerspel woonden dat ze wilden vertegenwoordigen werden toegelaten. Batenborg is niet uitgegroeid tot een borg maar zal een eenvoudig landhuis zijn geweest. In de achttiende eeuw werden de landerijen onder beklemming verhuurd. De naam Bate(n)borch, later als Baatjeborg genaamd is afkomstig van Bate de Sighers.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Wolter de Sighers | ||||||||||||||||||