Kind(eren):
GRONINGEN (Leffard, Lifferd van), eerste bisschoppelijke praefect van Groningen, geboortig uit Bierum, broeder van bisschop Herbert van Utrecht (1139-50), die te Groningen en Coevorden leenroerige praefecten (burggraven) aanstelde. Hij voerde erhet bestuur nog 1170-78 en stierf 1178 met nalating eener dochter, gehuwd met Godschalk van Sepperothe, na wien de praefectuur gewoonlijk in drie deelen verdeeld wordt gevonden.
Vgl. Quedam Narracio, uitg. Pijnacker Hordijk 2 vlg.; Oorkdbk
Bij zijn dood in 1178 streden zijn broer Lambert van Peize en zijn 3 kleinzoons om de opvolging van de prefectuur.
De strijd werd gewonnen door de kleinzoons, die ieder een derde deel van de prefectuur kregen.
Uit De Nederlandse Leeuw 1979 pagina 74:
Hier gaat men er van uit dat Lambert van Peize niet zijn broer was, maar een zoon. Ook zou Leffard nog een oudere zoon hebben, eveneens Leffard geheten. Deze zou hem zijn opgevolgd als prefect van Groningen:
Leffard II's bij name onbekende dochter huwde met een Westfaalse edelman, Godschalk van Sepperode.Deze vestigde zich met zijn vrouw te Groningen. Beiden stierven zij vóór haar ouders. Toen laatstgenoemden niet meer leefden en daardoor de prefectuur openviel, ontstond onenigheid tussen Lambert van Peize enerzijds en de kleinzoons van Leffard anderzijds over de opvolging i n de prefectuur, waarop Lambert aanspraak maakte en die de kleinzoons Rodolf, Menzo en Egbert van Groningen niet wilden afstaan. De bisschop intervenieerde en schonk de prefectuur aan het geslacht Van Groningen als leenbezit voor een bedrag van 300 mark, en wel aan ieder der drie gebroeders voor een derde deel. Bij hun nageslacht bleef deze driedeling bestaan enhet twistpunt had geen nadelige gevolgen voor de interfamiliale relaties.
Op andere plekken wordt echter uitgegaan van 1 enkele Leffard.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.