De geboorte van Hein, zoon van G.Goudkade en P.D. Koelmans werd op 19 mrt 1920 in het Leids Dagblad wereldkundig gemaakt.Bron 1
Volgens de rouwadvertentie overleed Hein Goudkade, 62 jaar oud, op 24 okt 1982 in zijn huis te Gouda.Bron 2
Zie rouwadvertentie
(1) Hij is getrouwd met (Niet openbaar).
Zij zijn getrouwd op 18 augustus 1939 te Waddinxveen, hij was toen 19 jaar oud.
Op 3 aug 1939 meldde het Leids Dagblad, en op 9 aug 1939 het Staatkundig Gereformeerd Dagblad, dat H. Goudkade en J.J. Quist te Waddinxveen in ondertrouw waren gegaan.Bronnen 1, 3
Het huwelijk van Hein Goudkade en Johanna J. Quist te Waddinxveen werd in de Goudsche Courant van 18 aug 1939, en in de Schoonhovense van 25 aug 1939, gepubliceerd.Bron 4
Het echtpaar is gescheiden 6 april 1943 te Den Haag.
Bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's Gravenhage werd op 6 april 1943 het huwelijk van Hein Goudkade, wonende te Boskoop, en Johanna Jozina Quist, wonende te Boskoop, doch verblijvende te Woerden, door echtscheiding ontbonden verklaard, met alle wettelijke gevolgen daarvan.Bron 3
(2) Hij is getrouwd met Adriana Maria Rijnhout.
Zij zijn getrouwd op 28 juli 1943 te Gouda, hij was toen 23 jaar oud.
Het (oorlogs)huwelijk van Hein Goudkade en Adriana Maria Rijnhout te Gouda werd in de Goudsche Courant van 28 jul 1943 gepubliceerd.Bron 4
Getrouwd op 28 jul 1943 te gouda: Hein Goudkade en Adriana Maria Rijnhout.Bron 4
Kind(eren):
Als enige zoon werd Hein behoorlijk verwend door zijn ouders. Zo werd hij onder meer door zijn vader met de auto naar school in Gouda gebracht als het slecht weer was.
Net als zijn vader werd Hein opgeleid tot schilder, en behaalde hij in 1936 zijn diploma schilderen op de Ambachtsschool te Gouda.
Op 14 jan 1938 meldt de Rijnbode dat het oude bestuur van de "Boskoopsche Reddingsbrigade" was afgetreden en er een compleet nieuw bestuur werd gekozen, waarbij H. Goudkade tot penningmeester werd verkozen. Het bestuur heeft plannen in voorbereiding om de brigade weer eens in het middelpunt van de publieke belangstelling te plaatsen. een belangstelling die zeker op zijn plaats is met het oog op het zo waterrijke Boskoop.
Het eerste huwelijk, vlak voor de oorlog, van Hein strandde al snel in de beginjaren van de bezetting. Het verhaal gaat dat Jozina vreemd ging met een Duitser en werd de scheiding al snel uitgesproken.
In mei 1940 behaalde Hein Goudkade uit Boskoop via de spoedcursus (9 mnd.) in Leiden zijn middenstandsdiploma 'Algemeene Handelskennis'.
Tijdens de jaarvergadering apr 1941 van de Reddingsbrigade Boskoop wordt Hein herkozen als penningmeester.
Tijdens de jaarvergadering in 1942 van de Reddingsbrigade werd Hein opnieuw in het bestuur verkozen, maar wilde hij zijn herbenoeming niet aanvaarden. Ondanks aandrang uit de vergadering bleef hij in zijn standpunt volharden en besloot de vergadering uit hun midden een nieuwe penningmeester te kiezen.
Volgens mondelinge overlevering zou Hein omstreeks 1943 bij (de bocht van) Woerden uit de trein zijn gesprongen die hem, met vele andere Nederlanders, naar Duitsland bracht om daar tewerkgesteld te worden door de Duiters. Hein wist te ontkomen en moest daarna uiteraard onderduiken tot het einde van de oorlog.
Nadat ze getrouwd waren gingen Hein en Marie in een klein huisje in de Tuinstraat op nr 30 wonen, in het oude centrum van Gouda.
Na de oorlog kreeg Hein een baan als operator bij de Kaarsenfabriek in Gouda. Dit was warm (en gevaarlijk en ongezond) werk.
Na de kaarsenfabriek pakte Hein zijn baan weer op waarvoor hij was opgeleid en werd huisschilder (bij diverse bedrijven).
Na de geboorte van Maarten Hendrik werd het huisje aan de Tuinstraat te klein voor het alsmaar groeiende gezin en kocht Hein (met financiële hulp van zijn moeder) een groter huis aan de Kievitstraat 1 in Gouda. Als dank voor haar financiële hulp mocht Heins moeder gratis inwonen en werd zij door Hein zijn vrouw tot aan haar dood verzorgd.
Hein had een zwakke rug, leed aan een hernia, en moest uiteindelijk omstreeks 1970 zijn werk als schilder opgeven en begon als kantoorbediende bij Administratiekantoor J. Suur in de Krugerlaan te Gouda. Om zijn gezin te kunnen onderhouden schnabbelde Hein er een beetje bij als doodgraver en verdeelde ook de kranten voor Gouda van het AD onder de plaatselijke bezorgers.
Zo na de oorlog en de wederopbouw van het land was het voor vele gezinnen geen vetpot. Zo ook bij Hein maar wist hij desondanks met zijn gezin enkele malen (met de brommer) op vakantie te gaan naar het Grote Bos en later naar vakantieoorden van de Bond.
Na de dood van zijn oudste dochter vond Hein het leven niet echt meer de moeite waard en veranderde in een in zichzelf gekeerde man. Daarnaast werd hij ernstig ziek, door een loodvergiftiging die hij waarschijnlijk door zijn werk als schilder had opgelopen, en stierf drie jaar voor zijn uiteindelijke pensionering.
In 1935 zat Hein op de (in 1910 opgerichte) Ambachtsschool voor Gouda en omstreken waar hij voor schilder leerde en voorwaardelijk werd bevorderd tot het laatste leerjaar.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hein Goudkade | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1939 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| (Niet openbaar) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1943 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Adriana Maria Rijnhout | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||