Hij is getrouwd met Nomen Nescio van Wittenhorst.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1240, hij was toen 53 jaar oud.
Kind(eren):
font-size: 16px; border-left: #eeeeee 5px solid; margin: 0px 0px 10px 2px; padding: 10px;">Hij wordt te Utrecht vermeld van 1242-1271. Ghiselbertus de Goye komt voor als: Ghyselbertus de Govengoye (Bovengoye: Upgoye?) 1251; Giselbertus de Goye, miles, 1254; Dominus Ghilebertus de Goye, 1257; Dominus Giselbertus dominus de Goye, miles, In een vidimus van 10 April 1298, van een oorkonde uit het jaar1258, wordt hij heer van Goye genoemd, hij heet daar: Dominus Ghiselbertus dominus de Goye miles, 1259; Giselbertus miles dictus Dominus de Goye, 1261; Frater Ghiselbertus quondam Dominus (de) Goye, miles, 1268; Gyselbertus dictus de Goye frater .Domus Teutonice Traiect, 1269; Gilbertus de Goye Commendator et frater Domus Theutonice iuxta Traiectum, 1270.Ghiselbertus de Goye is omstreeks 1242 zijn vader opgevolgd in zijn goederen: dit volgt uit een oorkonde van een tiental jaren later [14 April 1252] (St. Pieter, Inv. no. 343). Hierin wordt zijn moeder genoemd: Domina Rixa. In een handschrift van Dr. Booth heet zij de weduwe van Walterus comes de Goye, deze graaf was dus zijn vader.
Onder zijn allodiale bezittingen behoren twee sloten, nl. het huis te Goye en het huis Hagensteyn. Dit laatste draagt hij in 1251, als zijn huis te Gaspewerde, met het land binnen de buitenstesingelgracht, op aan graaf Otto van Gelre om het daarna weer in leen te ontvangen en die graaf als leenman te dienen tegen iedereen, uitgezonderd tegen de bisschop. Blijkens de lijst van leenmannen van de Gelderse graaf wordt hier het huis Hagensteyn bedoeld.
Hij is Ridder geworden omstreeks 1252 en men vindt voor het eerst zijn nieuwe ridderzegel onder de oorkonde van 17 maart 1259. Het is een groot ruiterzegel (61 mm. in diameter) met een tegenzegel. Het tegenzegel vertoont, in een gothisch schild, het wapen van Goye: gedwarsbalkt van zes stukken, de oneven balken van vair.
Daar Ghilebertus de Goie een zoon was van Wolterus comes de Goie, is thans de positie der heren van Goye in de eerste helft der 13de eeuw in het Sticht duidelijker geworden. Door de tijden heen waren zij koningsgetrouw gebleven en konden nimmer de achteruitgang in macht en aanzien van hun geslacht verkroppen. Zij bleven tegen de Utrechtse bisschop, die zij in zijn streven naar de landsheerlijke macht aanzagen als hun belager en de bewerker van het hun aangedane onrecht, een wrok koesteren. Van hun kant vonden de bisschoppen in hun voortdurende tegenstand zeer zeker geen reden tot welwillendheid jegens die heren, maar eerder een gerede aanleiding hen waar mogelijk aan de kant te zetten en te weren uit de sleutelposities, eertijds door hun voorgeslacht in de Stichtse landen ingenomen. De vrede van Bodegraven schonk de bisschop een welkome gelegenheid die tegenstand voor goed te breken. Giselbertus blijkt in 1259 (Kl. Kapittelen en Kloosters. Inv. no. 530, Cartularium Convent van Oostbroek, fol 11, 7 November 1259) in het bezit te zijn van het huis ten Goye; op 7 november van dat jaar verkoopt hij, met goedkeuring van de bisschop, de grove en smalle tiende in "Seyster hoever" (Zeisteroever tussen Bunnik en Zeist), in "Eygen" (vermoedelijk de latere Vinkenbuurt, onder Zeist) en in"Crosa" (Kroost onder Zeist), die hij van de bisschop in leen hield, aan het convent van Oostbroek; als vergoeding moet hij aan de bisschop 13 morgen allodiaal land afstaan, gelegen naast zijn huis in Goye, waarvan acht morgen strekken aan de weg, waarlangs men naar zijn huis gaat (thans de Molenweg genaamd) en de overige vijf morgen degene zijn, die hij heeft gekocht van Spieryngus de Goye, benevens twee hofsteden, waarin eertijds de kapel van zijn huis in Goye stond.
In 1265 treffen wij hem aan in onmiddellijke dienst van de bisschop, als diens maarschalk. Ook in het volgende jaar bekleedt hij nog dit ambt, maar in 1268 heeft hij van het wereldse leven afscheid genomen en is hij te Utrecht in het Duitse huis getreden als broeder.
Op 16 maart 1271 stierf hij en werd begraven in de St. Annakerk van het oude Duitse huis buiten de stadsmuren.Hij wordt te Utrecht vermeld van 1242-1271. Ghiselbertus de Goye komt voor als: Ghyselbertus de Govengoye (Bovengoye: Upgoye?) 1251; Giselbertus de Goye, miles, 1254; Dominus Ghilebertus de Goye, 1257; Dominus Giselbertus dominus de Goye, miles, In een vidimus van 10 April 1298, van een oorkonde uit het jaar 1258, wordt hij heer van Goye genoemd, hij heet daar: Dominus Ghiselbertus dominus de Goye miles, 1259; Giselbertus miles dictus Dominus de Goye, 1261; Frater Ghiselbertus quondam Dominus (de) Goye, miles, 1268; Gyselbertus dictus de Goye frater .Domus Teutonice Traiect, 1269; Gilbertusde Goye Commendator et frater Domus Theutonice iuxta Traiectum, 1270.
Ghiselbertus de Goye is omstreeks 1242 zijn vader opgevolgd in zijn goederen: dit volgt uit een oorkonde van een tiental jaren later [14 April 1252] (St. Pieter, Inv. no. 343). Hierin wordt zijn moeder genoemd: Domina Rixa. In een handschrift van Dr. Booth heet zij de weduwe van Walterus comes de Goye, deze graaf was dus zijn vader.
Onder zijn allodiale bezittingen behoren twee sloten, nl. het huis te Goye en het huis Hagensteyn. Dit laatste draagt hij in 1251, als zijn huis te Gaspewerde, met het land binnen de buitenste singelgracht, op aan graaf Otto van Gelre om het daarna weer in leen te ontvangen en die graaf als leenman te dienen tegen iedereen, uitgezonderd tegen de bisschop. Blijkens de lijst van leenmannen van de Gelderse graaf wordt hier het huis Hagensteyn bedoeld.
Hij is Ridder geworden omstreeks 1252 en men vindt voor het eerst zijn nieuwe ridderzegel onder de oorkonde van 17 Maart 1259. Het is een groot ruiterzegel (61 mm. in diameter) met een tegenzegel. Het tegenzegel vertoont, in een gothisch schild, het wapen van Goye, nl.: gedwarsbalkt van zes stukken, de oneven balken van vair.
Daar Ghilebertus de Goie een zoon was van Wolterus comes de Goie, is thans de positie der heren van Goye in de eerste helft der 13de eeuw in het Sticht duidelijker geworden. Door de tijden heen waren zij koningsgetrouw gebleven en konden nimmer de achteruitgang in macht en aanzien van hun geslacht verkroppen. Zij bleven tegen de Utrechtse bisschop, die zij in zijn streven naar de landsheerlijke macht aanzagen als hun belager en de bewerker van het hun aangedane onrecht, een wrok koesteren. Van hun kant vonden de bisschoppen in hun voortdurende tegenstand zeer zeker geen reden tot welwillendheid jegens die heren, maar eerder een gerede aanleiding hen waar mogelijk aan de kant te zetten en te weren uit de sleutelposities, eertijds door hun voorgeslacht in de Stichtse landen ingenomen. De vrede van Bodegraven schonk de bisschop een welkome gelegenheid die tegenstand voor goed te breken. Giselbertus blijkt in 1259 (Kl. Kapittelen en Kloosters. Inv. no. 530, Cartularium Convent van Oostbroek, fol 11, 7 November 1259) in het bezit te zijn van het huis ten Goye; op 7 november van dat jaar verkoopt hij, met goedkeuring van de bisschop,de grove en smalle tiende in "Seyster hoever" (Zeisteroever tussen Bunnik en Zeist), in "Eygen" (vermoedelijk de latere Vinkenbuurt, onder Zeist) en in "Crosa" (Kroost onder Zeist), die hij van de bisschop in leen hield, aan het convent van Oostbroek; als vergoeding moet hij aan de bisschop 13 morgen allodiaal land afstaan, gelegen naast zijn huis in Goye, waarvan acht morgen strekken aan de weg,waarlangs men naar zijn huis gaat (thans de Molenweg genaamd) en de overige vijf morgen degene zijn, die hij heeft gekocht van Spieryngus de Goye, benevens twee hofsteden, waarin eertijds de kapel van zijn huis in Goye stond.
In 1265 treffen wij hem aan in onmiddellijke dienst van de bisschop, als diens maarschalk. Ook in het volgende jaar bekleedt hij nog dit ambt, maar in 1268 heeft hij van het wereldse leven afscheid genomen en is hij te Utrecht in het Duitse huis getreden als broeder.
Op 16 maart 1271 stierf hij en werd begraven in de St. Annakerk van het oude Duitse huis buiten de stadsmuren.
Voorouders (en nakomelingen) van Ghiselbetus Gevengoie Uten Goye
Ghiselbetus Gevengoie Uten Goye
1186-1271 1240Nomen Nescio van Wittenhorst
1193-1273
Bronnen
- de Paula Lopes, Marnix Alexander de Paula Lopes, Ghiselbetus Gevengoie, 16 juni 2020
Toegevoegd door een Smart Match te bevestigenStamboom op MyHeritage.com
Familiesite: de Paula Lopes
Stamboom: de Paula Lopes 227 11-01-2019Historische gebeurtenissen
Dag van overlijden 16 maart 1271
- Graaf Floris V (Hollands Huis) was van 1256 tot 1296 vorst van Nederland (ook wel Graafschap Holland genoemd)
Dezelfde geboorte/sterftedag
- 1762 » Herman Willem Daendels, Nederlands gouverneur van Nederlands-Indië († 1818)
- 1772 » Samuel Taylor Coleridge, Brits dichter († 1834)
- 1790 » Alphonse de Lamartine, Frans dichter en staatsman († 1869)
- 1819 » Milan III Obrenović, Servisch vorst († 1839)
- 1826 » Jan van Stolk, Nederlands politicus († 1880)
- 1833 » Alfred Nobel, Zweeds chemicus en industrieel († 1896)
- 1736 » Giovanni Battista Pergolesi (26), Italiaans componist
- 1843 » Anton Reinhard Falck (65), Nederlands politicus
- 1849 » Laurentius Passchijn (83), Belgisch politicus
- 1881 » Modest Moesorgski (42), Russisch componist
- 1914 » Edward Singleton Holden (67), Amerikaans astronoom
- 1923 » Alexander Lodygin (75), Russisch elektrotechnicus en uitvinder
Over de familienaam Uten Goye
- Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Uten Goye.
- Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Uten Goye.
- Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Uten Goye (onder)zoekt.