Hij is getrouwd met Neeltje Adriaensdr. (Smoor).
Wettelijk datum: BEF 08 JUN 1595
Jan Lodewijcksz. van Driel, geboren naar schatting rond 1570, overlede
1623. Jan of Johan Lodewijcksz. van Driel was schepen van Westmaas (1598
schepen van de Group (1598-1612) en ambachtsheer van Piershil (1611-1615
zijn vertrek uit de Group getuigden de schepenen van de Group "annex Wes
op 10 januari 1612 dat hun "mede broeder in wette" Johan van Driel Lodew
tegenwoordig ambachtsheer van Piershil, lange jaren schepen was gewees
hij van respectabel gedrag was. Aanvankelijk woonde Jan Lodewijcksz.va
de plaats waar hij geboren was, De Group onder Westmaas. In het haardste
kohier van De Group van 1600 werd hij aangeslagen voor "twee schoerstene
moedelijk in datzelfde jaar ondertekende hij een akte als schepen van D
In 1608 woonde hij in Nieuw-Beijerland. maar hiermee zal het gedeelte va
Group "onder de dijkage van Beijerland" zijn bedoeld. Hij werd bij dez
heid een eerste maal aangeduid mat de voornaam Johan, wat iets "deftiger
dan het gewone Jan. Eveneens in 1608 werd hij vermeld als gebruiker va
het Tollegors onder Oud-Beijerland, ten zuidoosten van de kruisingvan de
Plaatseweg en de Langeweg. Langzamerhand verplaatste Jan Lodewijcksz.va
het zwaartepunt van zijn activiteiten naar Piershil, het geboortedorp va
echtgenote. Op 25 juli 1609 kocht hij 4 gemeten land in Oud-Piershil, di
le dagen later werden getaxeerd op een waarde van 620 ponden. Jan Lodewi
van Driell kon deze som blijkbaar niet geheel voldoen en verklaarde 30
schuldig te zijn aan de nagelaten boedel van Jop Pieters zaliger, onde
tocht van zijn zwager, de Piershilse schepen Euwoudt Adrijaen Corvincx
koop was inbegrepen "de beterschap van de lantstede" waarop Jop Pieter
had. Op 20 decemeber betaalde Jan Lodewijcz, wonende in de Group, 4000 p
Frederick van Loosenraedt en Thomas de Thienens, baanderheer van Heukelo
de de helft van 8000 pond die hij verschuldigd was wegens de koop van de
ambachtsheerlijkheid van Piershil. Dit bedrag is vermoedelijk de ander
van de schuld van 4000 pond, die Johan van Driell samen met zijn zwage
Adrijaens Corvinx had, te voldoen door een jaarlijkse betaling van 254 p
Deze schuld kwam voort uit de koop van twee rentebrieven inhoudende 25
jaarlijks, die de ambachtsheer van Piershil op de hoeve van Slabbecorn
de had, en die door Van Driel en Corvinx afgelost en ten volle betaald w
deze financiele transacties in december 1609 werd Jan van Driel Lodewijc
10 maar 1611 door Rene van Renesse bij overdracht beleend met de ambacht
heerlijkheid van Piershil. Dit leen van de Hofstede Putten verschafte he
recht op de "middelste en lage" rechtspraak, maar ook op de inkomsten ui
visserij, vogelarij, maalrecht en veer. Bovendien was Jan van Driel gere
tot het aanstellen van schout en schepenen van Piershil, en ontving hi
de van de exempte boeten van de hoge heerlijkheid en de helft van scho
Enkele maanden later vergrootte Johan Lodewijcks van Driel, ambachtshee
Piershil, zijn bezit aldaar door de koop van een hoeve met 99 gemeten e
land en 1/8 deel in de opbrengsten van de tienden. Om deze koop te kunne
financieren passeerde hij een obligatie van 16000 pond: een immense schu
Johan van Driel als snel te zwaar zou worden! Wel verkocht hij nog op de
dag de zojuist verworven tienden van Oud-, Nieuw- en Klein-Piershil. Wel
was de gekochte hoeve, die behalve uit zeer veel land ongetwijfeld uit e
pitale boerderij met bijgebouwen zal hebben bestaan, onderdeel van de "g
staat" die Johan van Driel als ambachtsheer wilde maken. Reeds in het vo
jaar was Johan van Driel gedwongen over te gaan tot verkoop van delen va
zojuist verworven bezittingen. In november 1612 verkocht hij land in
Oud-Piershil, gelegen in "ambachtsheershoeve", met nog een kwart in de g
aanwassen met de dijkettinge van geheel Piershil. Weer een half jaar lat
juni 1613, verkocht hij "sekere woninge" bestaande uit een "huijs met ee
wagenkeete en een barch met verder heijninge of plantagie" en nog ca.1
in de "ambachtsheerhoeve". Dat het hier niet om een simpele boerenhofste
blijkt uit de bijbehorende landerijen, die uit ruim 60 gemeten lands bes
Door deze verkoop bleef hij slechts eigenaar van "de schuure met twee ba
staende zuijdwaert van de woninge". De afbrokkeling van zijn kortstondi
um was compleet, toen Jan van Driel op 25 maart 1615 door de secretari
Piershil de ambachtsheerlijkheid van Piershil moest laten overdragen. Ee
later ging Jan Lodewijcxs van Dryell, opnieuw samen met de secretaris, o
over tot de verkoop van de korenwindmolen van Piershil. In oktober 161
Johan van Driel Lodewijckz., woonachtig in de Group, een overeenkomst me
Willemss. jongen Borst en Jop Jasperss. Wael, beiden wonende in de Hoeks
De overeenkomst betrof de pacht van een hofstede met 65 gemeten 118 roed
gelegen in Ossenisse in het ambacht van Hulst (Zeeuws-Vlaanderen!). Joha
Driel was tot op dat moment pachter en gebruiker van dit land gweest, ma
door de beide anderen betaald worden voor de nog resterende 3 jaren va
pacht. Blijkbaar had Johan van Driel zich na zijn echec als ambachtshee
jaren in het verre Zeeuws-Vlaanderen teruggetrokken.
Toch was zijn financiele situatie niet volledig hopeloos, want in 1618 h
nog diverse bezittingen in Westmaas en Piershil. In juli liet Jan Lodewi
Driel 7 morgen vlas bewerken, die gelegen waren in "van Dryel sijn stede
december 1618 verkocht Jan Loodewijcxs van Dryell, als gehuwde hebbend
Arens, ca 37 gemeten land in Oud-Piershil, waarvan ca.12 gemeten gekoch
door zijn zwager Euwoudt Adrijaens Corvinx. Hij huwde voor 8 juni 1595 m
NEELTJE ADRIAENSDR.(SMOOR); geboren naar schatting rond 1570 te Piershi
derjarig in 1588), begraven (rekening betaald 15 juni) 1632 te Ooltgensp
Zij was een dochter van Adriaen Willemsz. Smoor, schout van Piershil, po
van memorielanden onder Poortugaal, en Stijntje Maertensdr.
Op 8 juni 1595 kon een bepaalde koop van land in Piershil door Jan Lodew
geen doorgang vinden, omdat de verkoopster Macheltie Ariens nog niet va
voogdijschap was ontslagen. Voornoemde Machteltie Ariens was de zuster v
Neeltje Ariens, die in 1595 blijkbaar reeds gehuwd was met Jan Lodewijck
weduwe woonde Neeltje Adriaensdr. in 1627 te Dordrecht, blijkbaar in goe
zij was borg voor een van haar zoons. [Zie: Drie verwante geslachten Va
(Zuid-Hollandse eilanden, ca.1350-1650) door C.Sigmond en K.J.Slijkerman
Zij zijn getrouwd voor 1595.
Kind(eren):
Piershil ORA 3.08-06-1595: koop van land door Jan Lodewijks kon geen doo
vinden omdat Machteld Ariens (zijn schoonzuster) nog niet uit de voogdij
ontslagen was.
Piershil ORA 2, 20-12-1609: Jan Lodewijks, wonende de Group,koopt voor 4
(zijnde de helft) de ambachtsheerlijkheid Piershil.
OV 1979, blz.228 (lenen van Putten, nr.283) dd.10-03-1611 wordt Jan va
Lodewijksz. beleend met de ambachtsheerlijkheid Piershil.Vanaf 1612 vin
plaats van onderdelen van deze heerlijkheid.
Westmaas ORA 7, 10-01-1612: Jan Lodewijksz. krijgt van schepenen van Wes
een akte van goed gedrag(=akte van onderstand/admissie).(Hij vertrekt
waarschijnlijk naar Zeeuws-Vlaanderen).
Westmaas ORA 7, 16-10-1617: Willem Willems jonge Borst, wonende Strije
Jaspers Wael wonende Heinenoord nemen tussentijds de pacht over voor d
3 jaar van een hofstede met land, gelegen in Ossenisse onder Hulst, to
gepacht en gebruikt door Jan Lodewijksz. van Driel.
Piershil ORA 2/128v, 28-12-1618: Jan Lodewijksz. van Driel, als gehuwd h
Neeltje Ariens, transporteert ca. 12 gemet in Oud-Piershil aan zijn zwag
Adriaans Corvinck.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Lodewijksz. van Driel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
< 1595 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Neeltje Adriaensdr. (Smoor) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.