Hij heeft/had een relatie met N.N. Cornelisdr. van Driel.
Kind(eren):
Pieter Dircksz.; geboren ca.1455 (oud 60 jaar in 1515; 75 jaar in 1531)
leden 1533 te IJsselmonde. Op 25 mei 1548 verklaarde Henrick Aertsz., wo
het ambacht van Oost-Barendrecht, dat "wijlen Pieter Dircxz. wonende int
Oestambacht van IJsselmonde sijne huijsvrouwe vader sterff onlancx naed
groote Innudatie / te weten Int begunsel vand(en) Jaere XXXIIJ lestleden
Pieter Dircksz. wordt vermeld als landpoorter van Dordrecht, wonendte t
monde (1521-1526). Hij was gevestigd aan de Hordijk aldaar en vervulde e
ties van heemraad in het ambacht van IJsselmonde (vanaf 1492), schout va
IJsselmonde (1510,1514), hoogheemraad (1503-1518) en dijkgraaf van de vi
ders van West-IJsselmonde (1520-1532). In de genealogie Verschoor, versc
in de Nederlandsche Leeuw jrg.1974, wordt Pieter Dircksz. abusievelijk o
als een zoon van Dirck Jacobsz. (Verschoor); een filiatie waarvan inmidd
aangetoond dat zij onjuist is. (OV 1996, p.330-334). Dat het geslacht Va
te IJsselmonde, Rotterdam en De Group teruggaat op Pieter Dircksz., blij
direct uit een rentebrief van 1543, gekocht door Cornelis Pieter Dircxz
IJsselmonde van de thesaurier van keizer Karel V. Het dubbele patronie
deze rentebrief vermeld wordt, toont ondubbelzinnig aan dat Cornelis Pie
een zoon moet zijn geweest van de hier behandelde Pieter Dircksz. Vade
komen tezamen voor in een akte van 1529, waarin Pieter Dircxz.(...) va
monde een pachtcontract afsloot voor 24 (!) jaar voor "den Culck inden H
omgaende van Cornelis Pieterszoons tuijn of tot onser Lieve Vrouwen huys
toe". Deze "culck" in de Hordijk lag ten zuidwesten van het punt waar d
Smeetlandse dijk op de Hordijk aankwam, "tussen den dijck ende de weteri
de polderrekening van Nieuw-Reijerwaard over 1512 komt een betaling voo
gulden door Pieter Dircxz. "van eenen worff". Helaas ontbreken de rekeni
over de periode 1513-1517, maar vanaf 1518 wordt een jaarlijkse betalin
meld van 3 gulden door Cornelis Pieterss. "van ene worff": blijkbaar wa
zijn vader in de pacht "opgevolgd". In 1529 is sprake van "enen scpenenb
omgaend van Piet(er) Dirckss mit sijne mede doenders van(de) gemeene lan
willigen anden Hordijck". Deze wilgen, die blijkbaar een functie hadde
versteviging van de Hordijk werden van 1530 tot 1532 door Pieter Dircksz
pacht voor de niet onaanzienlijke som van 16 gulden per jaar. De gemenla
wilgen aan de Hordijk werden in 1534 gepacht door "Cornelis Pieterss. mi
mede gesellen"; opnieuw een aanwijzing dat Pieter Dircksz. en Conrlis Pi
vader en zoon waren! Uit diverseakten blijkt dat Pieter Dircksz. gevesti
aan de Hordijk onder IJsselmonde. Vanaf 1497 betaalde hij jaarlijks aa
waarsman van de polder Nieuw-Reijerwaard een bedrag van 10 gulden "vandi
aenden hordiick". Bij deze "put" moet wellicht gedacht worden aan een st
gelegen weiland, dat bij hoog water werd gebruikt om overtollig water ui
boezem in te laten lopen. Overigens gaan de gedachten hierbij uit naar d
"putte" bij de Hordijk die door Cornelis van Driel, de schoonvader van P
Dircksz., in 1448 was aangelegd in dc omgeving van de sluis. In de reken
1507/1508 werd Pieter Dircksz. niet langer genoemd als huurder van de pu
1504 werd in de polderrekeningen van Nieuw-Reijerwaard melding gemaakt v
jaarlijkse betaling van 3 gulden door Pieter Dircxz. vanwege de huur "va
dick van Aert Heynen off tot onze vrouwen pad toe". Ook met deze "dick
zonder twijfel de Hordijk bedoeld: hieraan woonde immers ook voormelde A
Heynen, de stamvader van een ander geslacht Van Driel. De pacht van ee
dijk was blijkbaar goed bevallen, want de polderrekening van Nieuw-Reije
uit 1507 vermeld een betaling van 16 gulden door Pieter Dirckz. "van de
an die noertsij". Overigens komen Pieter Dircksz. en Aert Heijnricsz. a
samen in een post voor en wel in de rekening van de rentmeester van he
Ridderkerk over 1499/1502. Onder de ontvangsten van het Nieuweland van R
kerkis sprake van de pacht van "dat eerste block vande(n) Zwijndrecht(se
af en(de) streckt tot Mar(tijn) Meusz. vier merg(en) toe en(de) hout XXV
(en) ghecoft Pieter Dijrckz. en(de) Aert Heij(n)ricz. om XIJ lb.". Ondan
notabele positie in IJsselmonde droeg Pieter Dircksz. tot zijn steentj
de nood hoog was. In de rekening van de waarsman van West-IJsselmonde ov
jaren 1508/1510 komt hij tweemaal voor in de (lange) lijst van persone
gelden kregen omdat zij geholpen hadden "toen men den dijck met grote kr
houden moest": hij ontving vergoeding voor een bijdrage van vier, resp.t
gen. Op 28 en 29 augustus 1505 vond regeling plaats van een conflict bet
de de afwatering van het nieuwe land van IJsselmonde. Hierin stonden Flo
van Wijngaerden en Pieter Dircx, beiden als ingelanden van de nieuw bedi
landen van het Oost- en Westambacht van IJsselmonde, tegenover de ingela
Reijerwaard, Charlois en Dirk Smeetsland. Onder de vertegenwoorditers va
andere partij werd nog een Pieter Dircksz. genoemd, en wel als "dijkheem
de heerlijkheid van Charloisland en Dirck Smeetgensland"! Er was dus spr
twee personen met de naam Pieter Dircxz., waarbij de eerste vermoedelij
tiek is met Pieter Dircksz., grondheer van Charlois, en de twee Pieter D
wonende aan de Hordijk onder IJsselmonde. Op 10 januari 1511 werd door P
Dircxz., schout van IJsselmonde, bij het Hof van Holland een request ing
in zijn zaak tegen de "vutegevers vanden land van Chaerlois". Hij diend
verzoek in om een zekere "ghiselinge" te laten opheffen, die naar zijn m
onterecht was opgelegd. Wellicht hield deze beslaglegging verband met d
sen die de "uitgevers" van Charlois voerden. Dit zou kunnen worden afgel
een volmacht van 14 mei 1510, die mede werd ondertekend "bij mij Piete
Het is overigens niet onmogelijk dat deze ondertekenaar niet Pieter Dirc
de Hordijk was, maar diens naamgenoot de "uitgever van land" of "grondhe
Charlois, die vermoedelijk elders gevestigd was. Dat deze "grondheer" Pi
Dircksz. niet identiek is met Pieter Dircksz. aan de Hordijk blijkt opni
een akte van 3 augustus 1529. Op die datum waren in Rotterdam vergader
tegenwoordiger van de grondheren van de nieuwe dijkage van de Hille(pold
Charlois. Onder deze grondheren werden o.a. genoemd: Jacob Dircxz. uit n
de weduwe van Mr. Frans Diricxzoon, Pieter Dircxz. als voogd van de wees
van Mr. Frans Diricxz. voornoemd, "Pieter Dircxz. aenden Hortdijck", e
Dirck Jacobsz. Er werd dus duidelijk onderscheid gemaakt tussen Pieter D
(zoon van Dirck Jacobsz., grondheer van Charlois), die in deze akte verm
als voogd van de weeskinderen van zijn broer Frans, en de als tweede gen
Pieter Dircksz., wonende aan de Hordijk. Opmerkelijk is dat Pieter Dircx
wonende aan de Hordijk, in de laatstgenoemde akte wel genoemd werd onde
"grontheeren ende geerffden vander nieuwe dijckagien vande Hille in Char
hierin voor 1/20 deel gerechtigd was. Uit het kohier van de 10e pennin
Charlois uit 1543 blijkt, dat de Hillepolder ongeveer 240 mogen groot wa
betekent dat de portie van Pieter Dircksz. ca. 12 morgen was. In 1543 we
gebrukkers of eigenaars van land in de Hillen vermeld: Jan Heindricxz.(2
gen), Lenaert Pietersz. (14 morgen), Aert Heindricxz. (2,5 morgen), Nee
(9 morgen) en Heindrick Aertsz. (10 morgen). Het ligt voor de hand in de
sonen de erfgenamen van Pieter Dircksz. te zien: twee zoons (Cornelis Pi
alias Neel Dircksz., Lenaert Pietersz.), een schoonzoon en twee kleinzoo
(Hendrick Aertsz., gehuwd met Lijsbeth Pieterss, met hun zoons Jan en Ae
dricksz.). Het totale oppervlakte dat door de erfgenamen in 1543 in de H
der werd gebruikt was veel groter dan de 12 morgen waarvan Pieter Dircks
1549 eigenaar was, maar dit kan in de tussenliggende periode door koop o
zijn uitgebreid. In het archief van het Huis te Warmond, aanwezig in he
Gemeentearchief, bevinden zich stukken die betrekking hebben op landerij
West-Barendrdcht, afkomstig van de familie van Beveren. Onder deze archi
bevindt zich een akte van 5 juni 1527, waarin een zekere Dirc Adriaensz.
uit Mijnsheerenland verklaarde dat hij had verkocht aan Pieter Dricksz
selmonde, voor de ene helft, en Heij(n)rick Aertsz. "sijn swager"(=schoo
voor de andere helft" "alle alsulcken uutterlant als hij had leggen(de
Westbarendrecht genoe(m)t Jacob Damasz. ambocht bijttensdijcks". Het bet
deze koop vier percelen, alle gelegen in het ambacht van West-Barendrech
kende van de Nyeuwendijck "then diepen toe", d.w.z. tot in het "diepe" v
rivier de Oude Maas. Vooral het eerste perceel is interessant, omdat al
ders van dit "uutterlants" worden genoemd: Aernt Heynricksz. van Dordrec
Cornelis Dircksz. en(de) Leenert Piet(ers)z. sijn broed(er)s beijd(en) l
deze belenders zijn twee zoons van Pieter Dircksz. te herkennen, die i
akte expliciet worden aangeduid als "broeders": Cornelis Pietersz. alia
lis Dircks, en Leendert Pietersz. Overigens was mede-eigenaar Aert Heijn
in Dordrecht beslist niet identiek met Aert Heijnen, die reeds was overl
1525: Aert Hendricksz. in Dordrecht was de grootvader van Margriet Wense
echtgenote van Cornelis Claesz. van Driel! Pieter Dircksz. heeft meerder
voor het Hof van Holland moeten uitvechten. Op 13 maart 1521 werd door h
vonnis gewezen in de zaak tussen Pieter Dricsz., eiser, en Jan Jacobsz.
van Zuid-Holland, die namens zijn vader Jacob Jacobsz. optrad. Het betro
zaak waarin het "gebruik" van de korentienden van West-Barendrecht betwi
Pieter Dircksz. had aangevoerd, dat dit hem voor het jaar 1520 en de vol
zeven jaren toekwam. uit hoofde van een contract dat hij had gesloten me
Jacobsz. Ook met de besturen van de polders in de omgeving van IJsselmon
Pieter Dircksz. regelmatig onenigheid. Zo blijkt uit de rekening van he
ge Nieuw-Reijerwaard over 1528/1529, dat met "Piet(e)r Dirckss. mit sijn
volck" door de bode voor de heemraden had laten dagen, toen men een rech
betreffende het "malen". In 1531 was opnieuw een geschil gerezen tusse
graaf en hoogheemraden van Riederwaard, enerzijds, en Pieter Dircxzoen v
Hordijck c.s., anderzijds. Ditmaal ging het conflict over de kosten va
maken van zekere 200 roeden dijk "genaemt den Hordijck", "midt oick de
vand(en) culck". Bepaald werd, dat de oude keur geldig zou blijven en da
derwaard een derde deel van de reparatiekosten zou moeten betalen, terwi
rest verdeeld werd over de ingelanden "alsoe veel elcx voir zijn huijs
ofte schuere strect ende ooc bepoot, betheelt, ende besteken heeft, mi
boomen, onf anderssins". Met betrekking tot de huur van de Kulck bij d
werd afgesproken "dat sij luijden oick betaelen sullen vanden culck de a
rolus guld(ens) jairlicx". Iets over de activiteiten van Pieter Dircksz.
gen buiten de directe verantwoordelijkheden van zijn functies in dorps
derbestuur, valt af te leiden uit een tweetal posten in de polderekenin
Nieuw-Reijerwaard over 1531/1532. Hieruit blijkt dat Pieter Dircksz. 7
ontving "vanden Horddijck te maken alsoo hij dat vanden hogen heeren ang
heeft" Overigens was bij gelegenheid van deze aanbesteding voor een flin
verteerd, namelijk voor 5 gulden en 2,5 stuivers.
Pieter Dircksz. huwde met N.N. Cornelis van Drielsdochter; Geboren naa
ting rond 1460 te IJsselmonde. In 1493 had "Neel van Drielsdochter" 14 m
land in Slikkerveer gehuurd van de voogden van Ariaentje Willems Fijck
weeskind uit Rotterdam. Dat de vrouw van Pieter Dircksz. een dochter va
lis (Dircksz.) van Driel moet zijn gweest valt af te leiden uit een reek
wijzingen: Allereerst het feit dat de nakomelingen van haar zoons Cornel
oude", Cornelis "de jonge", maar ook van haar dochter Lijsbeth, de famil
Van Driel gingen voeren. Een tweede sterke aanwijzing is, dat twee zoon
Pieter Dircksz. de voornaam Cornelis hadden, waarbij opmerkelijk is da
hen, Cornelis Pietersz. de oude, verschillende keren getooid werd met he
"Neel Dircken". In hem was Cornelis Dircksz. van Driel alias Neel Dricks
zijn volledige naam, d.w.z. inclusief patroniem, vernoemd!. Een derde be
rijke aanwijzing is gelegen in het feit dat de landerijen en bezittinge
nakomelingen van deze dochter van Cornelis Dircksz. van Driel naast of i
directe nabijheid lagen van bezittingen van de Ridderkerkse leden van he
geslacht Van Driel, die eveneens van Cornelis Dircksz. afstamden. Het vi
gegeven dat tot deze conclusie heeft geleid is, dat tussen de diverse "t
nog lang banden hebben bestaan die geleid hebben tot het onderling optre
doopgetuige, borg, voogd, etc. [Zie: Drie verwante geslacht Van Driel, (
Hollandse eilanden, ca. 1350-1650) door C.Sigmond en K.J.Slijkerman].
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.