Hij heeft/had een relatie met Beatrijs NN.
Kind(eren):
Gerrit Roelofsz., geboren naar schatting rond 1435, overleden ca.1514 i
Reijerwaard, begraven in de kerk van Ridderkerk. In 1453 werd door de wa
van de polder Oud-Reijerwaard een vergoeding betaald aan Roel Cranendonc
Gerrit Roelofsz., die respectievelijk 7 en 2 dagen in de molen gewerkt h
Het is aantrekkelijk om in deze twee personen vader en zoon Cranendonc
vooral omdat zij in de rekening direct na elkaar genoemd werden.In 146
Gerrit Roelen geld van de polder Oud-Reijerwaard, omdat "hij die kae bi
wacht hoel stopte" en in 1469 kregen hij en enkele anderen (onder wie Ja
Roelofsz. en Neel Roelen) elk 2 stuiver omdat zij het hout van de as doo
sluis bij de molen hadden gebracht en 3 stuivers vanwege verteringen.
Op een vermelding van Gerrit Roelofsz. als heemraad uit het jaar 1497 na
niet bekend of hij functies in polder-of dorpsbestuur uitoefende, maar i
register van dijkkavelingen in Reijerwaard werd bij zijn naam nadrukkeli
predicaat "domis" geschreven. Ca. 1460 was Gerrit Roelofsz. een van de
"ghemeenen bueren" van Ridderkerk, die 1/3 deel van het benodigde geld v
aanbesteding van nieuwe kerk inlegden. Hieruit blijkt wel, dat Gerrit Ro
op dat moment reeds tot de kapitaalkrachtige inwoners van Ridderkerk beh
terwijl zijn vader Roel Cranendonck, die ook op de lijst voorkomt, nog i
was. De verklaring voor dit "eigen vermogen" van Gerrit Roelofsz. zou ge
kunnen worden in een erfenis van moederszijde.
Opmerkelijk is in dat verband, dat het land dat Gerrit Roelofsz. in (Nie
Reijerwaard via zijn vader Roel Cranendonck in eigendom kreeg, geheel af
was van Claes Loijnck (van der Ghiessen). Van 1484 tot 1511 werd Gerri
genoemd als landeigenaar in de polder Oud-Reijerwaard, vermoedelijk al
in landerijen van zijn vader Roelof Jansz. Cranendonck. In 1497 bezat hi
samen met zijn broer Jacob Roelofsz. ruim 8 morgen land in het weer naas
Gat vanden Dijck 9 mergen min 65 roe". Dit belendende weer werd in de co
van de 10e penning uit 1557 en 1561 nog steeds met die naam aangeduid, w
zeer opmerkelijk is, dat in het aangrenzende weer de erfgenamen van Corn
Gerritsz. (Cranendonck) uit Hendrik Ido Ambacht de eigenaren waren!
Hoewel hiermee nog niet bewezen is, dat Cornelis Gerritsz. een zoon va
Roelofsz. was, wordt deze mogelijkheid wel zeer aannemelijk, vooral omda
vermoedelijk een dochter Beatrijs had (gehuwd met Pauwels Adriaensz.), d
dat geval vernoemd zou zijn naar haar grootmoeder Beatrijs, de vrouw va
Roelofsz.! Jaarlijks kwam in de polderrekeningen van Oud-Reijerwaard ee
voor, waarbij Gerrit Roelofsz. een vergoeding kreeg vanwege een op zij
gelegen kade, waartegen men bemaalde. Uit latere rekeningen blijkt dat d
gelegen was tegen de "opvliet" bij de watermolen achter Gerrit Roelofsz
Gerrit Roelofsz. ontving overigens ook steeds een andere persoon een gel
vergoeding voor de andere helft van de kade, blijkbaar omdat het belende
stuk land van twee verschillende eigenaren was. In de polderrekening ove
jaar 1514 werd de vergoeding voor de gehele kade (dus niet meer gesplits
twee helften) uitgekeerd aan Gerrit Roelen weduwe met enkele anderen: Ge
Gerritsz., Jan Soet en Jan Gerritsz. Deze laatste personen ontvingen d
ding in de periode 1515-1529, zonder dat daarbij de weduwe van Gerrit Ro
nog werd vermeld. Opmerkelijk is, dat Ariaen Cleysdochter, die in 1545 e
als de weduwe van Gerrit Roelofsz. werd aangeduid, vanaf 1530 tot in 155
jaarlijkse vergoeding van het gemeneland ontving wegens "die kae tegen d
vlyet" in Oud-Reijerwaard! Toch lijkt aannemelijk dat Gerrit Roelofsz. s
eenmaal getrouwd is geweest: in 1545 en 1550-1568 is sprake van de memor
"Gherit Roeloffsz. ende Beatris sijn wijff". Uit de rekeningen van de ke
ters van Ridderkerk blijkt, dat voor de memorie van Gerrit Roelofsz. o
een mis gezongen moest worden door de pastoor en dat deze of de koster e
moest zingen bij het koor en het graf. De eenmalige vermelding in 1545 v
Adriana Cleijsdochter als zijn weduwe moet vermoedelijk verklaard worde
gebruik van een versteend patroniem, zodat zij niet de weduwe was van Ge
Roelofsz. maar van diens zoon Gerrit Gerritsz.! Het gebruik van het vers
patroniem Roelofsz. kwam overigens nog enkele malen voor: zo werd Gerrit
Gerritsz. in 1540/'43 aangeduid als Gerrit Roelen, en werd de weduwe va
zoon Gerrit Gerritsz. nog in 1561 vermeld als Gerrit Roelen weduwe!
Adriana Cleijsdochter is overleden rond 1557, toen als de eigenaren va
derijen onder Ridderkerk werden genoemd de erfgenamen van Gerrit Roelen
in Sint-Anthoniepolder. Daarbij was sprake van meerdere stukken land ond
derkerk, ondermeer een perceel van 1 morgen 70 roeden in Oud-Reijerwaard
1550 door Gerrit Gerritsz.(Cranendonck) verkocht werd, en een buitendijk
"uitergors" van 2 morgen (vermeld vanaf 1551), dat ca.1575 in bezit wa
Zeger Gerritsz.(Cranendonck) te Westmaas. Uit de vererving van deze land
met name de verkoop in 1580 van het buitendijkse land door de voogden va
weeskinderen van Gerrit Gerritsz. en Zeger Gerritsz.(Cranendonck), blijk
deze weeskinderen en de daaruit spruitende familie Cranendonck te Westma
Gerrit Roelofsz. afstamden. Zeer verwarrend is, dat in dezelfde omgeving
(IJsselmonde en Barendrecht) vanaf ca.1550 de Leidenaar Gerrit Roelofsz.
veelvuldig in de bronnen opduikt als hoogheemraad en eigenaar van land i
IJsselmonde. Gerrit Roelofsz. huwde: Beatrijs N.N. overleden na 1514 te
Ridderkerk.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerrit Roelofsz. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Beatrijs NN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.