Hij heeft/had een relatie met NN.
Kind(eren):
Voor Willem van Beijeren, graaf van Henegouwen, Holland en Oostervant, h
Land van Altena, verschenen 31-101388 un Den Haag: Roelof van Emmichove
Thonis, zijn oudste zoon, die hem opdroegen zeven morgen lands die zij v
hielden als recht erfleen, gelegen in 'die Spijc' (belend O: Willem ute
W: Ghisebrecht Tiec), welk leen zij overdroegen op 'Willem van Ghennep R
soen van Emmichoven pastoers van Marrijs', voor hem en zijn nakomelinge
recht erfleen, op voorwaarde, dat indien Willem van Gennep zou sterven z
wettig nageslacht, dit zou komen op Jan zijn broeder, en indien deze zo
voor Willem, dit zou komen op Emont zijn broeder, en indien Jan en Emon
zouden sterven voor Willem, dit zou vererven 'als recht is'; na bevestig
de rechtmatigheid door Vastraet van Ghiessen en Jan van Rijswijc heren W
werd de leenbrief bezegeld door de graaf in Den Haag op Allerheiligenavo
Spijk was een buurtschapin het oostelijk deel van Emmichoven, tussen Vee
N) en Wijk en Aalburg (ten Z) aan de afgedamde Maas. Vier jaar later, op
20-11-1392 kwam Willem van Ghen(n)ep zelf in Den Haag voor graaf Wille
Beijeren, die hem de zeven morgen lands gelegen in het gerecht van Emmik
'die Spijc' (belend N: Jan van Emmichoven; Z: Willem van Spijc) opdroe
vrij eigen, welke zeven morgen hem verleend werden als erfleen, op voorw
dat indien Willem zou sterven zonder wettig nageslacht na te laten, he
zou op Jan van Craendonc, zijn broeder, en indien Jan zou sterven zonde
nageslacht, op Emont zijn broeder. Het leen is blijkbaar inderdaad gekom
Jan van Cranendonck, want deze verscheen 4-7-1411 in Den Haag voor Wille
van Holland, om op te dragen ten behoeve van Jan van Wisschel pastoors
zeven morgen lands gelegen in het Land van Altena, in het ambacht van Em
(belend ten W: Herb(ar)en van Emmichoven; ten O:Baernd van Drimmelen), h
bestorven bij dode van Willem van Ghen(ne)p, zijn broeder; Jan van Wisch
beleend op voorwaarde, dat het land na zijn overlijden komen zou op Will
jonge zoon, die hij had bij jonkvr.Claessien, zijn wettige vrouw; getuig
van Cronenborch, tresorier, Wouter Segherssoen.
Later (mogelijk na de St.Elisabethsvloed van 1421) heeft Jan van Cranend
zich in de Riederwaard gevestigd, blijkens een ongedateerde lijst met gr
eigenaars aldaar: 'item Jan Craendonc comt VJ m(o)r(gen ende IJ hont end
XXXIIIJ (roeden)', waarin overigens ook zijn zoon Roel Craendonc tweemaa
genoemd wordt. In de 'lanthandlinghe van den Nieuwen Lande van Rideramba
men began te dijcken in den Jaer ons Heeren MCCCCXLI' (1441) is sprake v
hont lant ghemeen met Jan Cranendonck ende met Willem Duijck, in een wee
houdende XII1/2 mergen lants voir Slickerveer'. Verderop is sprake van '
Roeloffsz. die men heet Jan Cranendonck'en in het gedeelte 'vaa Slickerv
Barentswael toe: eerst Willem Duijck Aerszoen VIII merghen ende hier ghe
twee hont lants die legghen ghemeen in Jan Cranendonck lant met Korstiaa
Pieterszoen. Het bezit van land in de nieuwe polder Nieuw-Reijerwaard br
bepaalde verplichtingen met zich mee, zoals blijkt uit een vermelding ui
jaar 1443, waarin Jan Craendonck en zijn zoons Roel Craendonck en Willem
Craendonck, vanwege 'sine dachhuer doende den dijck beslach' 18 stuiver
gen voor 5 dagen werk aan de dijk. In de drie bewaarde stadsrekeningen v
Dordrecht uit die tijd wordt hij vermeld als landpoorter 'tot Swindrech
de Riederwaard)': 'Jan Roeloffssoen' (1445, 1446), resp.'uut Zwindr(ech)
Rie(de)rwaert': 'Jan Kranendonck Roeloffssoen' (1450). Ook zijn drie zoo
Willem Jan Kranendonx, Jan Jan Kranedonx wn Roeloff Janssoen worden hier
landpoorters genoemd.In 1445/1446 werd ontvangen i.v.m. aanbesteding doo
polder van land van 'Claes Janszoen ende Kraendonx kinderen' XXV gld e
gld. Jan Cranendonck werd 1451 nog genoemd met 5.1/2 morgen in een ordon
van de heemraden van Reijerwaard betreffende het graven van sloten, en 1
de polderrekening van Oud-Reijerwaard: 'ith. ghegh. Jan Craendonc van en
daer men stovenof maecte ende 1 hondert spikeren om IIJ stuv.facit IIII
Het is mogelijk, dat deze laatste vermeldingen zijn zoon Jan betreffen
mogelijk reeds in 1451/52 in de Zwijndrechtse Waard had gevestigd, blijk
tiende in 'Heer Daniels ende heer Aernds volgerlant van Kiefhoeck met Ae
Geerdtsz.ambacht' gekocht door 'Jonge Jan Craendoncxz.'.
De andere twee zoons Willem en Roelof behoorden tot de bestuurlijke elit
Ridderkerk, zoals blijkt uit een akte d.d. 30-6-1454, waarin Willem Ja
doncxz., Jan Woutersz., Roelof Jan Cranendoncxz., Jan Claesz. Pouwels Th
en Jan Pietersz., schout en gezworenen van Ridderkerk, hadden gestaan ov
gift van 3 morgen 1.1/2 hont land die Jan Cole(n)soens weduwe en kindere
Adriaen Coelensz. kinderen tesamen hadden in Nieuw-Reijerwaard in een we
13 morgen, belend aan Adriaen Coelenzoensz. Onder de 27 gemene buren va
kerk bij een overeenkomst ca. 1469, tussen het polderbestuur en de kerkm
van Ridderkerk, betreffende een omslag wegens de bouw van de kerk van Ri
werden genoemd Roell Cranendoncxz. en Willem Cranendoncxz. In de lijst w
voor Willem Cranendoncxz.genoemd: 'Jan Kivit die schuut (schout?) (en) m
Damys'; Mr.Damys Jansz. was waarsman van Oud-Reijerwaard in 1467, deze v
dingen hebben dus geen betrekking op Willem Cranendoncxz. Interessant i
volgen wat er met de twee percelen land in Nieuw-Reijerwaard gebeurde, d
Cranendonck naliet. De vererving van de landerijen van Jan Cranendonck b
uit het register van de dijkkavelingen van de Reijerwaard, waarin wijzig
van het eigendom van de diverse percelen in de periode ca.1453 tot ca.14
den bijgehouden. Hierin komt voor het perceel genaamd 'Jan Roelofs soe
heet Jan Cranendonck V.1/2 marge'. Na het overlijden van Jan Cranendonck
perceel voor de helft aan zijn weduwe toegekomen: 'hier off behout Crane
weduwe IJ morgen IIIJ.1/2 hont', terwijl de andere helft (ongelijk) is v
tussen twee zoons: 'Roell Jan Cranendoncss. IJ morgen IJ.1/2 hont 25 roe
'Willem Jan Cranendoncss. XI hont 75 roeden'. Een ander perceel 'Jan Cra
VJ marge' blijkt na zijn overlijden te zijn overgegaan op Huge Symonssoe
morgen) en Roel Cranendoncxsoen (1 morgen).
(Zie: de 14e eeuwse pastoor Roelof van Emmichovn (Emmikhoven) als stamva
"Het geslacht Cranendonck in de Riederwaard".) [C.Sigmond en K.J. Slijke
"De geslachten Cranendonck in Holland (ca.1400-1700) Rotterdam 1992].
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.