Hij had een relatie met Hendrika Cornelia de Looff.
Kind(eren):
5-3 RI
Het bataljon was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting '47. Na aankomst te Palembang werd het ingedeeld bij Inf.X.KNIL en Inf.XI.KNIL en 4-7 RI op posten te Palembang, vliegveld Taleng Betoetoe, oud Wassenaar, Plantage Tebenan, Soepat, Babat,Sekajoe en Moeara Teladang. De 2e cie werd ingedeeld bij 7 en 8 RS in de Lahat-sector met o.a. posten te Moeara-Enim, Tandjong-Enim en Tandjoeng-Agoeng en kwam pas ten tijde van de repatriâ´ring, in april 1950, bij het bataljon terug. Nadat het bataljon was ingewerkt werden de posten van het KNIL overgenomen en kreeg het bataljon ook posten te Kloeang, Rimboe Rakit en Soekarami. In december werd het bataljon geconcentreerd in Sekajoe.
Tijdens de 2e politionele actie, trok het bataljon (3e, 4e en Ost.cie), op 29 december 1948, vanuit Kararingin over land en over de rivier op naar de olievelden van Mangoendjaja. De 'landgroep' moest de opmars bij Babat Toman door een vernielde brugstaken. Een deel stapte vervolgens over in de boten en zette de opmars voort. De 'bootgroep' bereikte zonder vertraging diezelfde dag Mangoendjaja, waar de TNI de meeste olieopslagplaatsen en materialen reeds had vernield. De volgende dagen werden er acties aan beide zijden van de Moesi gevoerd waarbij o.a. Keban I, Keban II en Kemang werden gezuiverd en bezet. De 1e cie trok op 29 december 1948 vanuit Rimboe Rakit op naar Soengei Lilin. Twee dagen later werd ook Penningalan, waar zich een hoofdkwartier van de TNI bevond, bezet. Op 7 januari 1949 bezette een kleine eenheid Dawas, maar moest deze plaats helaas weer opgeven. Veertien dagen later werd Dawas blijvend bezet. Na de actie had het bataljon o.a. posten te Sekajoe, Keban I en II, Kloeang, Dawas en Penningalan.
In het moeilijke en zware terrein werd veel gebruik gemaakt van 'staande patrouilles' om het gebied onder controle te krijgen. Dit waren kleine groepjes die voor korte tijd en steeds wisselend op afgelegen plaatsen werden gelegerd. In maart 1949 werd een groep van de Ost.cie verplaatst naar het Lampong district en ingedeeld bij Inf.IV.KNIL en 4-7 RI voor deelname aan de bezetting van het gebied bij Pringsewu (actie "Rijst"). Na de actie werd de groep o.a. gelegerd te Pringsewu, Giesting en Tandjoeng Karang en later ingezet voor treinbeveiliging op het traject Tandjoeng-Karang Kotaboemi. In januari 1950 kwam deze groep terug bij het bataljon. Van 14 juli tot 6 oktober werden 30 man gelegerd te Moeara Roepit in de Djambi sector (Inf.VI.KNIL). Op 8 september 1949 werd de 1e cie opgeheven en verdeeld. Als aanvulling werd er een cie van 5-2 RI aan het bataljon toegevoegd. Na het 'cease fire' werd het gebied geleidelijk overgedragen aan de TNI. In maart 1950 was het bataljon gelegerd in Palembang. Van hier uit vertrok men naar Batavia voor de uiteindelijke repatriâ´ring.
Opgericht:
01-09-1947 te Bergen op Zoom
Onderdeel van:
E-Divisie "Drietand"
Vertrek Indiâ´:
04-12-1947 a/b "Sloterdijk"
Aankomst Indiâ´:
31-12-1947 Palembang
Toegevoegd aan:
T.T.C. Zuid-Sumatra
Ingedeeld bij:
Y-Brigade
Actiegebied(en):
Sekajoe, Rimboe Rakit, Penningalan, Lahat,
Mangoengdjaja, Tandjoeng Karang (Lampongs)
Commandant:
Lt.Kol J.v/d Breemer 01-07-1947/30-04-1950
Gerepatrieerd:
08-04-1950 a/b "General Howze"
30-04-1950 aankomst Amsterdam
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adrianus Gerard Feijtel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrika Cornelia de Looff | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.