(1) Hij is getrouwd met Anneke ARIENSDR.
Zij zijn getrouwd rond 1580.
Kind(eren):
zie lenen van Langerak, OV 1976 ORA Bk R1: 19.03.1592 f6 Jacob Cornelisz (ten gevolge van
Sententie Hof van Holland 31.01.1592) tot bevrijdinge ende verzekertheyt van de helft van
ellefthalff h (10½ h) lants in Molenaersgraeff in de mandemakershouyffve als Anneke Ariens, sijn
overleden huysfrou, bij advys van haer gecoren voecht vercocht heeft gehadt. Cornelis Aerts
(Willemsz), wonende op Gijbelant, mette lasten van 57 schilden hooftgelts (van 28 grooten Vlaems
elcken schilt) stelt waerborge voor die lasten, voor 20 jaren naestcomende jaren: 2 vrije mergen
gelegen in de hoffstede noordsijde Bleskensgraeff daer hij op woont, groot 4½ m. Oost: pastorys
lant met 10 m. West: Cors Cornelisz c.s. met 12 m. Deze 2 m gesteld t.b.v. Cornelis Aertsz om
daeraen te kunnen verhalen alle beswaernissen die zouden mogen oprijsen op de helft van 10½ h.
[Weer N36]. 26.03.1592 f6v Jacob Cornelisz, ter eenre; Arien Lauwen ende Aert Jansz als voechden
van de 5 nagelaten kinderen van de voornoemde Jacob Cornelisz, die gehuwd was met Anneken
Ariensdr, zaliger ter andere zijde, komen t.a.v. sterffhuyse en boedel overeen t.b.v. de
kinderen: Jacob en zijn 5 kinderen blijven gemeen en onverdeelt in de boedel zitten gelijck off
zijne huysfrou noch in 't leven ware. Doch zou Jacob herhuwelijcken, of zouden de voochden anders
gaan willen, dan toch nog scheyding. 19.03.1592 f7 Arien Cornelisz stelt zich waarborge voor
Jacob Cornelisz sijn broeder in de zaak van de verkoop van de helft van 10½ h aan Cornelis Aert
Willemsz, wonende op Gijbeland (zie f. 6). 1594 f17 Geertruyt Willemsz van Scoterbosch, als
lasthebbend van de Staten van Holland en West Vrieslandt vertegenwoordigende die Hooge
Oevericheyt (blijkende coopbryeff daer deze onze deursteecken zijn) draagt over aan: Jacob
Cornelisz 1/7, Cors Cornelisz 3/7 en Anneken Bastiaensdr, weduwe van Arien Cornelisz, 1½ /7, ende
die 3 naegelaten weeskinderen van Arien Cornelisz voornoemd 1½ /7, dat is elcksz voer een 1/14 ,
tsamen 7 m lantsz met toebehooren binnen Blesgensgraeff, volgens deursteecken brieff. Voldaen.
(Aangehangen zegel genoemd). [Weer Z21]. 28.02.1595 f17v (Voor Aelbert Claesz, schout, Wouter
Aertsz, Egbert Cornelisz, heemraden) Jacob Cornelisz, voor 1/7, Cors Cornelisz voor 3/7, Anneken
Bastiaens weduwe van Arien Cornelisz, vergezeld met Claes Bastiaensz, haer broer en voogt, voor
1½ /7, ende de voorseyde Jacob Cornelisz als voogt van de 3 nagelaten kinderen van den voorn.
Arien Cornelisz ook voor 1½ /7, zodat elcke kynt voor 1/14 staet, bekennen nu onlancks int
openbaer van de gecommitteerde van de heren Staten van Holland en West Vriesland in de Vierschare
opt Stadthuys binnen Scoenhoven gecoft te hebben: 7 m lants [weer Z21] in den ambochte van
Blesgraeff opte zuidzijde jegens die Brantwijckse moellens over, gecomen vant convent van St.
Agnieten binnen Scoenhoven, in een weer van 8 m daer den voorn. copers eenen mergen van
competeert. Strekt van Graeff tot Wijngaarden, oost: de weduwe van Arien Ariensz met 8 m en west:
Cornelis Adriaensz Timmerman met 5½ m volgens brieven van verkopinge van 10.12.1594. (Zegel
genoemd). 25.01.1595 f18v Claes Bastiaensz, broeder en gecoren voecht van Anneken Bastiaensdr,
weduwe van wijlen Arien Cornelisz, bijgestaan met Jan Jansz, ter eenre, Jacob Cornelisz als oem
ende bestorven voecht van de 3 nagelaten weeskinderen van de voornoemde Arien Cornelisz, die
gehuwd was met Anneken Bastiaensdr vergezeld met Cors Cornelisz ter andere; boedelscheydinge:
Anneken, weduwe, zal hebben ende behouden alle die koeyen, jonge beesten, huysraet, imboel ende
gereetscappen totte bouneringe behoorende, mitsgaders die cleederen van Arien Cornelisz. Zij
belooft de 3 kinderen op te voeden tot mondigheyt, ze mag dan de landen en erven, mette huysinge
en berge van de weeskinderen (zoe eygen als huyr) gebruycken tot onderhoud, doch de lasten zijn
voor haar. Zodra de kinderen mondig worden moeten ze aan de moeder 110,- betalen, maar elk mondig
kind mag meteen zijn land aenvaerden sonder becroonen van de weduwe, alleen met hooftgelt van
renten daer op staende, nl. 100,- stijff opte 3 kinderen lant die 't gemene lant van Hollant
daerop heeft sprekende. De gereede penningen en inschulden van den boel zijn voor de weduwe en de
kinderen, beide de helft en daeruyt alleen zullen de cooppenningen die den boel schuldich is van
tweederhande lantcoop bethaelt mogen werden, mer andere schulden (lantpachten e.a.) zal die
weduwe alleen moeten bethalen. Jacob en Cors Cornelisz als medebruyckers van de huyrlanden
beloven in 't huyren ofte cooppen deze weduwe en kinderen nyet hinderlick te wezen, mer tsamen te
huyren ofte cooppen. De landen die de weduwe en kinderen (elk de helft) bezitten zijn: 3
mergen...(akte stopt). [Weer Z21].
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Cornelisz de GROOTE | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1580 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anneke ARIENSDR | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.