Hij is getrouwd met Bauwe CATER.
Zij zijn getrouwd
Aantekeningen
zoon van Focko Ripperda en Anna van Ewsum, Hij is een broer van Wigbolten Pieter, en is door zijn moeder met de Rengersen verwant. Ripperda is hervormd, maar heeft in 1566 niet het Compromis getekend, is er ook nooit toe aangezocht. Op Kruisdag 1566 heeft hij met zijn broeders het volk aangezet tot plundering van de kerk van Winsum; zij verwoesten zelfs het sacramentshuis, terwijl zijn vrouw geuzenliedjes op het orgel speelt. Op 8 Dec. 1566 wil Johan de Mepsche in Winsum de oude kerkdienst herstellen, maar Ripperda laat hem antwoorden, dat hij zelf zijn kerk wil besturen. In voorjaar 1567 moet hij vluchten, en is einde 1567 in Emden, waar de drost Unico Manninga, van wien hij familie is, hem toelaat.Later woont Ripperda ook wel te Petkum in Oost-Friesland. Op 23 Mei 1568 vecht hij bij Heiligerlee. Op 9 Juli 1569 komt zijn naam voor op de lijst der gevluchten, die door de Spaanse regering verdacht worden zowel in Groningen als op het platteland; 10 jan. 1570 wordt hij door Alva verbannen, met verbeurdverklaring van zijn goederen. Op 1 febr. 1570 biedt hij zich met zijn broer Pieter bij Sonoy in Emden aan met 300 man; door geldgebrek moet de Prins van Oranje dit afslaan. Hij tekent het verzoekschrift, dat op 17 okt. 1570 bij de rijksdag te Spiers wordt ingediend. Ripperda voegt zich bij de Watergeuzen; 1 April 1572 is hij bij de inneming van den Briel, en keert in den zomer 1572 in het land terug.In aug. 1572 belegert hij vergeefs het kasteel van Stavoren. In dec. 1572 is hij in Haarlem en maakt een gedeelte van het beleg mee, maar in 1573 komt hij door omkoping van een Spaanse soldaat buiten de stad. Zijn naam wordt daarna niet meer genoemd. Hij heeft o.a. twee zoons Focco,kapitein, en Luirdt, ritmeester; de laatste, gehuwd met Ida Lewe, heeft tot achterkleinzoon de bekende Johan Willem Ripperda. (Bronnen: de Haan Hettema, Stamboek Friesche Adel II, 140, 165; van Vloten, Nederl. Volksopst. (1858) I, 60, 65; Franz, Ostfriesland und die Niederl. 13, 171; Konst- en Letterbode 1840, deel 2, 185; Westendorp, Hervorming in Groningen 22; Eppens, Kroniek 182, 198; Marcus, Sententiën, 224; van Hasselt, Stukken I, 371; Rutgers, Het geslacht Ripperda in Wapenheraut V (1901), 175; Brucherus, Gesch. Kerkherv. te Groningen 190; Harkenroht, Oostfr. Oorspr. I, 369; Navorscher VII, 304).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.