Hij is getrouwd met Martina den Dulk.
Zij zijn getrouwd op 23 maart 1928 te den Haag, hij was toen 23 jaar oud.Bron 1
Overlijdensadvertentie dd. 17-08-1963.
Franciscus de Mos (1904), kantoorbediende, huwt Martina den Dulk en zij verhuizen een week later op 30-03-1928 naar Schiebroek, Erasmussingel 23a.
BRON: NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
Geboren 23 augustus 1904 te 's-Gravenhage. Voor de oorlog kantoorbediende, inspecteur van een verzekeringsmaatschappij en verhuurder van leesportefeuilles. In 1939 werd hij lid van de NSNAP- Kruyt. Hij werd benoemd tot adjudant van majoor Kruyt. Volgens getuige was hij ook leider van de SA der NSNAP-Kruyt en heeft hij als zodanig opdracht gegeven tot het aanstichten van relletjes in winkels van Joden (mei-juli 1940). De Mos zelf ontkent dit.
In augustus 1940 scheidde De Mos zich met een groep ontevredenen af uit de NSNAP-Kruyt. De nieuwe groepering kreeg de naam "De Hakenkruizers", maar leidde niet lang een zelfstandig bestaan. Reeds in september of oktober 1940 sloot zij zich aan bij de NSB. De Mos is tot ongeveer medio 1943 lid van de NSB gebleven. In november 1940 werd hij aangesteld als hoofd van de propaganda-afdeling van het provinciaal bureau Utrecht van Winterhulp Nederland. Medio 1941 verliet hij, na onenigheid met Piek, deze werkkring en werd betaald propagandist in de luidsprekerauto van de NSB.
Begin 1943 vertrok hij naar Tsjecho-Slowakije om daar inkoper te worden voor Fischer Tiefbaugesellschaft. Hij bleef daar ongeveer acht maanden en heeft daarna nog enige tijd in Polen voor Fischer gewerkt. In Polen is hij toeschouwer bij en misschien ook deelnemer aan executies van Poolse Joden geweest, die bij Fischer tewerkgesteld waren, maar te ziek waren om nog tot werken in staat te zijn.
Begin 1943 heeft hij een aantal spreekbeurten voor de NSB in Nederland vervuld, in april en mei 1943 werkte hij als propagandist onder de Nederlandse arbeiders. Door bemiddeling van Knolle, die hij nog uit 1940 kende, werd hij als leerling geplaatst op de spionageschool Zorgvliet, ook wel A-Schule West genoemd. Omdat hij aan een buitenstaander teveel over deze school verteld had werd hij in juli 1943 door de Sicherheitspolizei gearresteerd en in augustus 1943 naar Rusland uitgezonden, om daar als inkoper voor een soort Arbeidsdienst te gaan werken.
In augustus 1944 keerde hij naar Nederland terug en trad weer in dienst bij de firma Fischer, die intussen door de Wehrmacht belast was met het vellen van bomen in de omgeving van Nunspeet. De Mos werd belast met het toezicht op het vervoer van het hout. Hij maakte van deze functie en van een relatie met een Duitse politieman gebruik om in de omgeving van Nunspeet allerlei goederen voor privé-doeleinden te vorderen (hij verkocht de meeste van deze goederen zwart), om van boseigenaars geld te vragen in ruil voor de belofte dat hun bos gespaard zou blijven, en om Ausweise te verkopen voor levensmiddelen en jenever.
Sedert februari 1945 werkte hij niet meer voor de firma Fischer, maar exploiteerde hij alleen nog een houtzagerij te Epe, waarmee hij in november 1944 begonnen was. Zijn compagnon in deze houtzagerij werd in maart 1945 door de Duitsers gearresteerd, doordat De Mos hem beschuldigd had van sabotage.
Deze persoonsbeschrijving is opgesteld op basis van documenten uit dit dossier. Mogelijk kan het beeld onvolledig zijn of feitelijke onjuistheden bevatten. In geval van stukken die betrekking hebben op de naoorlogse bijzondere rechtspleging, wordt aangeraden altijd ook het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) bij het Nationaal Archief in Den Haag te raadplegen.
Zie: Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging.
laatste wijziging 14-02-2025
3 beschreven archiefstukken
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Franciscus de Mos | ||||||||||||||||||
1928 | ||||||||||||||||||
Martina den Dulk | ||||||||||||||||||