Zij is getrouwd met Cornelis Cornelisz Jol.
Zij zijn getrouwd
Deze Cornelis Corneliszoon Jol (Scheveningen, 1597 - São Tomé, 31 oktober 1641), bijgenaamd "Houtebeen", was een admiraal van de West-Indische Compagnie (WIC) tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Als kaper maakte hij veel buit bij zijn overvallen op Spaanse en Portugese schepen, beladen met goud en zilver.
Jol werd in de Republiek als een volksheld beschouwd vanwege zijn grote moed, zijn bijzondere bekwaamheid als navigator en zijn menswaardige behandeling van krijgsgevangenen; dit laatste in tegenstelling tot veel boekaniers, die bemanningen van veroverde schepen simpelweg overboord plachten te zetten.
Zijn bijnaam "Houtebeen" kreeg hij nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een been van hem moest worden afgezet. Dit werd vervangen door een houten been. Ook bij andere naties was hij als "Houtebeen" bekend: Pie de Palo in het Spaans, Perna de Pau in het Portugees en Pied de Pol in het Frans. De Spanjaarden noemden hem ook wel El Pirata. Jan Vos dichtte over hem:
Dit is hy die de zee zal baanen naar de Mooren.
Heeft hy een been van hout? hy heeft een yzre handt.
Het klotsen van zyn stelt dreunt Aragon in d'ooren
Gelyk een donderslagh. het lichaam van ons Landt
Dat rust niet op zyn been: maar op zyn moedigheeden.
Wie zich vol moedts betoont ontbreekt het aan geen leeden.
Jol, afkomstig uit een Scheveningse schippersfamilie, ging in 1626 in dienst bij de West-Indische Compagnie en stak negen keer de Atlantische Oceaan over om de Spanjaarden en Portugezen in de West (de Braziliaanse kust en de Caraïben) te bestrijden. In december 1629 veroverde Jol het Braziliaanse eiland Fernando de Noronha, dat tot 1654 als Pavonia deel bleef uitmaken van Nederlands-Brazilië.
In 1641 wilde gouverneur Johan Maurits van Nederlands Brazilië ten behoeve van de lucratieve slavenhandel een tweede steunpunt in Afrika verwerven (in aanvulling op het reeds eerder veroverde Elmina). Op 30 mei van dat jaar voer Jol daarom op Johan Maurits’ verzoek vanuit Nederlands Brazilië naar Afrika, en veroverde daar van de stad Luanda (Angola) en het eiland São Tomé op de Portugezen. Het imperium van de West-Indische Compagnie had hiermee zijn grootste omvang bereikt. Jol zelf echter overleed kort na de verovering, op 31 oktober 1641, te São Tomé aan malaria. Jacob Steendam dichtte ter gelegenheid van zijn overlijden de volgende regels:
Heeft Houte-Been ook niet eens anders Tuyn gespit?
Loanda proefd sijn Staal, en Santomé sijn Pésen,
Dies sal sijn grote Naam by ons onsterflijk wesen.
Cornelis Jol was gehuwd met Aeltje Jans, en woonde met haar in Amsterdam. Zij kregen drie kinderen: een dochter (Annetje) en twee zoons (Jan en Cornelis). Beide zoons werden schipper bij de VOC. Zijn jongste zoon Cornelis was daarnaast kapitein van de Leyden tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (1652-1654). Evenals zijn vader in 1639, vocht Cornelis junior dus onder aanvoering van Maarten Tromp.
Kind(eren):
Aeltje Jans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelis Cornelisz Jol | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.