genealogieonline

Stamboom De Koning/Koningen

Foto van D. Dijst

De publicatie Stamboom De Koning/Koningen is samengesteld door (neem contact op). De gegevensverzameling bestaat uit 1.776 personen, vanwege privacy zijn de gegevens van 341 personen niet gepubliceerd. Meer statistische informatie over de publicatie (zoals aantallen en spreiding van genealogische gebeurtenissen) is te vinden op de statistieken pagina. Een lijst met gebruikte bronnen is te vinden op de bronnen pagina.


ZIE OOK www.dijstrtm.nl/dekoning/ voor uitgebreide informatie.
In de stamboom de Koning is in 1802 een afsplitsing ontstaan naar de stamboom Koningen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de informatie uit het boek ?Aalsmeerse stambomen? van Herman Koningen (Aalsmeerse Stambomen, Stichting ?Oud Aalsmeer? Commissie Genealogie, ISBN 90-800531-4-7 1993).
Er bestaan meerdere stambomen de Koning. Deze stamboom gaat uit van de nazaten van Cornelis de Koning, geboren 25-5-1863 en overleden 24-12-1954, terug naar de oudste gevonden stamvader, Jan Jansz. Koning, overleden plm 1717 in Aalsmeer. Daarbij zijn ook de zijtakken zoveel mogelijk in kaart gebracht.

In het verleden was het gebruikelijk ook familienamen te gebruiken. Soms werd een familienaam gekozen, dat een relatie had met werk of omgeving. Hoe kwam men dan aan de naam de Koning?. Dat zal altijd een vraag blijven. Ook de schrijfwijze van de achternaam was in het verleden niet constant. Analfabetisme was veel voorkomend. De schrijfwijze werd fonetisch bepaald. Hoe sprak men het uit? Hoe verstond men het? De veel voorkomende registratie was de kerkelijke registratie in de doop- trouw- en begraafboeken. Deze boeken waren kwetsbaar, zoals bij godsdienstoorlogen, maar ook bij brand. Bij een brand in de pastorie in Roelofarendsveen in 1776 zijn die boeken verloren gegaan en daarmee ook gegevens over de Koning. Ook de familienaam de Koning kent enkele schrijfvarianten. Het voorvoegsel ?de? werd in het begin niet geschreven. De oudste beschrijving is van 1695 van de oudste stamvader. Dit is Jan Jansz Koningh. In het eerste kwart van 1700 werd het Koning. Tot aan zijn kleinzoon, Jan Jansz Koning bleef dit zo. Bij het kerkelijk huwelijk van deze kleinzoon in 1745 werd zijn achternaam geschreven als Keuninge. Dit in tegenstelling tot zijn burgerlijke huwelijk. Bij zijn ondertrouw (1730), huwelijksaantekening en huwelijksakte (1732) werd zijn achternaam geschreven als Koning. In zijn overlijdensakte (1763) kwam het voorvoegsel voor en werd het de Koning. Varianten als Kooning en de Kooning komen ook voor. Rond 1750 werd de familienaam geschreven als de Koning. Daarna is dit zo gebleven. Toch gebeurt eind 1700 nog iets bijzonders met de familienaam. De kleinzoon Jan Jansz Koning krijgt 12 kinderen. Zij hebben allemaal de achternaam de Koning. Met zijn tweede kind, zoon Hermanus, verandert er iets. Waarom dit gebeurt en wanneer is niet precies vast te stellen. Wanneer hij in 1802 trouwt heeft hij als achternaam Koningen. Dit blijft zo en zijn verder generatie draagt de achternaam Koningen. Er is een heuse stamboom Koningen. Deze stamboom is uitvoering beschreven in het boek ?Aalsmeerse stambomen? van Herman Koningen . De stamvader Jan Jansz Koning heeft daardoor twee stamboom voortgebracht, een stamboom de Koning en een stamboom Koningen. Koningen maken een wezenlijk onderdeel uit van de stamboom de Koning en andersom. Daarom is in deze stamboom een deel van de tak Koningen ook opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van de gegevens uit het boek van Herman Koningen. In de Franse tijd, rond 1800, komt er ordening in de registratie van geboorte, huwelijk en overlijden door de overheid. Vanaf 1811 wordt door de regering van Napoleon Bonaparte de Burgerlijke Stand ingevoerd. Nu is er in het hele land een eenvormige registratie van geboorte, huwelijk en overlijden.

Waar wonen de Koning in Nederland?
De naam de Koning is een veel voorkomende naam in Nederland. In één plaats komen verschillende keren de naam de Koning voor zonder dat is vast te stellen of zij familie van elkaar zijn. Bij de volkstelling van 1947 werd de naam de Koning 6984 geregistreerd. In de provincie Zuid Holland woonden de meesten de Koning.

De oudste stamvader woonde in Aalsmeer en daar vindt het geslacht de Koning zijn oorsprong. Honkvast waren zij niet. Al heel vroeg trok de Koning ?de wijde wereld in?. Op 18 mei 1695 gaat de stamvader naar de Schout en Schepenen van Aalsmeer om de vermissing van zijn tweede zoon op te geven. Zijn tweede zoon Pieter Jansz Koningh is op 28 september 1692 vanuit Enkhuizen als matroos met de boot ?de Waterman? vertrokken naar Oost Indië. Op 29 april 1693 bij Kaap de Goede Hoop komt hij nog voor op de betaalrol. Aangekomen in Batavia op 4 augustus 1693 maakt hij geen deel meer uit van de bemanning. Aangenomen wordt dat hij is overleden. Tegelijkertijd blijkt de eerste zoon van hem, Jan Jansz, ?uytlandig?.

Het fluitschip de Waterman was in gebruik bij de VOC vanaf 1692 en is gebouwd op de werf van Enkhuizen. Op 29 september 1692 vertrok het schip naar Batavia. Op 16 april 1693 kwam het schip aan op Kaap de Goede Hoop. Op 7 december 1693 vertrok het schip weer uit Batavia op weg naar Texel en kwam op 27 juli 1694 aan in Enhuizen. De schipper was Klaas Jansz Neuselaar.
Bron www.vocsite.nl/schepen/

Vanuit Aalsmeer zwerven de de Koning?s uit. Zij blijven wel in de regio. Hun woonplaat-sen zijn rond de Westeinderplas-sen. Alle plaat-sen rond de Westeinderplassen werden of worden bewoond door loten uit deze stamboom de Koning. In het begin trekken ze naar Alkemade en Roelofarends-veen. Daarna ook in Leimuiden, Kudelstraat, Oude Wetering, Nieuwe Wetering, Nieuwveen, Uithoorn en vele andere plaatsen. Uiteindelijk vertrekt Franciscus de Koning in 1864 vanuit Oude Wetering naar het dorp Amstelveen.

Het leven van de Koning
De Koning?s zijn eenvoudige arbeiders geweest. In het begin was het voornamelijk veenman, veenwerker en tuinder. Van Aalsmeer tot rond de Westeinderplassen was veengebied, waar het veen werd ontgonnen als brandstof. De vruchtbare gronden waren geschikt voor tuinbouw. Toen de polder Haarlemmermeer werd droog gelegd, vertrokken veel leden van de stam Koningen naar de Haarlemmermeer om daar hun brood te verdienen als tuinder.

Timmerman/aannemer is ook een beroep dat frequent in de stamboom de Koning voorkomt. De eerste die bekend is, is Hubertus de Koning (1800-1870). Van eerdere stamboomleden is dit nagenoeg niet bekend. Een registratie van het beroep was in die tijd sporadisch en was alleen terug te vinden in bijzondere documenten. Enkele stamleden zijn als timmerman bertokken geweest bij de bouw van bijzondere gebouwen. Genoemde Hubertus en zijn neef Jacob de Koning (1817-?) schrijven in op een advertentie tot aanbesteding van de bouw van de kerk in Roelofarendsveen. De bouw wordt gegund aan Jacob de Koning als laagste inschrijver. In een boek over de geschiedenis van Roelofarendsveen wordt uitvoering beschreven hoe de bouw van de kerk St. Petrus Banden verliep. De pastoor moest bij elke termijn alle zeilen bij zetten om de termijnbetaling te kunnen doen, terwijl Jacob de Koning verweten werd traag te zijn met het bouwen. De kerk werd uiteindelijk vele maanden later opgeleverd.
Franciscus Gerardus de Koning (1828-1899) heeft een aandeel gehad in de bouw van de St. Urbanus te Bovenkerk. In 1896 heeft het bestuur van de gemeente Nieuwer-Amstel besloten een nieuw stadhuis te bouwen in Amstelveen. Cornelis de Koning (1868-1954) heeft op de bouw ingeschreven voor f. 14.445,-. Daarmee was hij de laagste, maar het bleek dat nog er nog een inschrijving was voor hetzelfde bedrag, W Kroon. Het gemeentebestuur van Nieuwer-Amstel heeft toen besloten de bouw te gunnen aan W.Kroon met de toevoeging: "....met welke gunning echter plaats heeft in het vertrouwen, dat hij het werk met den heer C. de Koning voor gezamenlijke rekening uitvoert, terwijl in dien het tegendeel mocht blijken, de gunning op nieuw zal plaats hebben en wel bij loting omdat beiden even hoog hebben ingeschreven." Cornelis de Koning heeft een punctuele administratie bijgehouden van al zijn uitgaven. Periodiek werd door W.Kroon de uitgaven gecontroleerd en afgetekend. Uit dit ?kas?boek blijkt, dat Cornelis de Koning aan het stadhuis heeft gebouwd van augustus 1896 tot en met oktober 1897. De uitgaven vielen hoger uit dan waarvoor was ingeschreven, namelijk f. 16.395, 35.

Het ging niet altijd goed met het timmerbedrijf. Hermanus Johannes de Koning (1826-1888) is timmerman in Kudelstaart. Op 3 juli 1868 wordt hij failliet verklaard. Het faillissement wordt in de krant gepubliceerd. Ook Franciscus Gerardus de Koning (1828-1899) heeft een moeilijke start. In 1864 heeft hij een timmerbedrijf in Oude Wetering, waar hij failliet wordt verklaard. Hij vertrekt dan met zijn vrouw Hendrika Broekhuizen naar het dorp Amstelveen. Zij gaan wonen in Dorpstraat 69, dat Hendrika Broekhuizen uit de erfenis van haar ouders heeft gehad. Dit pand blijft tot 1982 in de familie.
In Amstelveen gaat het goed met Franciscus Gerardus. Tegen het eind van zijn leven gaat hij omroerend goed kopen. Enkele onderdelen verkoopt hij weer door aan zijn zoon Cornelis de Koning (1868-1954). Na zijn overlijden krijgt zijn oudste zoon Hubertus (1862-1918) al het geld uit de erfenis en zijn tweede zoon Cornelis alle onroerende goederen.

Het welzijn van de meeste stamboomleden is gewoon. Ze zijn niet armlastig, maar leven ook niet in rijkdom. Bij het grootste deel van de opgemaakte aktes staat vermeld dat deze aktes pro deo zijn opgemaakt. Of wel er was geen geld om de leges te betalen. Maar uitzonderingen zijn er. In 1791 gaat Johannes de Koning (±1766-1844) in ondertrouw met Antje Jacobsd Akerboom. Zij betalen f. 12,- legeskosten (f. 6,- voor elk). Ook eerder in de geschiedenis vindt een opmerkelijk financiële regeling plaats. Op 9 april 1721 gaat Marritje Jans. Klien, weduwe van Jan Jansz. Koning (overleden ±1717) naar de rechter om de erfenis voor haar kinderen Geertje de Koning, 22 jaar, Jan de Koning 16 jaar en Pieter Jansz. De Koning, oud 11 jaar te regelen. Op de leeftijd van 25 jaar ontvangt ieder f.50,--, met uitzet en bruids- of bruidegomspak ad f.33,--.
Op 29 september 1723 is Geertje Jans Koning (1698-1740) 25 jaar en krijgt haar erfdeel van f. 83,-, waarvan f. 50,- contant en f. 33,- voor een bruidspak.
Op 29 november 1730 is Jan Jansz Koning (1705-1762) 25 jaar en krijgt zijn erfdeel van f. 83,-.
Op 7 november 1734 is Pieter Janz Koning (1710-1773) 25 jaar en krijgt zijn erfdeel van f. 83.-.

Zoals gezegd floreert het timmerbedrijf van Franciscus Gerardus de Koning ((1828-1899). Het bedrijf wordt overgenomen door zijn zoon Cornelis de koning (1863-1954). Het timmerbedrijf blijft zich goed ontwikkelen. Na het overlijden van zijn tweede vrouw en voor zijn derde huwelijk met Jakoba van der Meer wordt ten behoeve van de verdeling van de erfenis na zijn overlijden een zogenaamde Scheidingsakte opgemaakt. Hierin wordt een opsomming gedaan van alle bezittingen die Cornelis de koning op dat moment heeft. Naast een beschrijven van de onroerende goederen en hun waardebepaling blijkt ook dat er op dat moment f. 3137,37 aan contacten waren en voor een bedrag van f. 4893,17 aan effecten en obligaties. We spreken dan over 21 mei 1901.

Zoals bij vele gezinnen in de 18e en 19e eeuw is er ook veel leed. De gezondheidszorg had niet het hedendaagse niveau. Kindersterfte kwam veelvuldig voor. Geboorte en sterfte van kind in een en hetzelfde jaar is geen uitzondering. Jacob de Koning (1785-1868) en zijn vrouw Alida van Veen krijgen 9 kinderen. Zes kinderen worden niet ouder dan 1 jaar. Zijn jongste kind overlijdt als hij 21 jaar is. Zijn oudste zoon en zijn vijfde kind stichten een gezin. Zijn vijfde kind, vader van een gezin, overlijdt op 28 jarige leeftijd. Zijn oudste zoon overlijdt op 52 jarige leeftijd. Daarmee overleeft Jacob de Koning en zijn vrouw alle kinderen.

Het overlijden in het kraambed van de vrouw is ook een terugkerende angst. Wat moet je dan als man in een tijd waarin sociale voorzieningen nog niet bestonden en je kleine kinderen te verzorgen had.
Antje Jacobsd Akerboom, echtgenote van Johannes de Koning (±1766-1844) overlijdt in 1798, één jaar na de geboorte van haar jongste kind. En jaar later hertrouwt Johannes met Maria van der Meer. Ook zij komt voortijdig te overlijden. Zij overlijdt in april 1814 en het jongste kind is dan 8 jaar. In juni 1814 hertrouwt Johannes voor de derde maal met Anna de Jong. Beide echtelieden overlijden in 1844.
Marijtje Jacobsd Koek, echtgenote van Dirk Jansz de Koning (1748-1805), overlijdt in 1801. Haar jongste kind is dan 10 jaar. Drie jaar later, 1804) hertrouwt Dirk Jansz met Pieternelletje van der Geer.
Niet alleen de mannelijke afstammeling hebben met het vroegtijdig overlijden van hun partner te maken. Lijsbeth Jans de Koning (±1668) trouwt op 7-2-1712 met Sijmen Roelen. In 1720 hertrouwt zij met Barent Mouritsz Kemper.
Gerarda Cornelia Hogendorp trouwt op 22-4-1861 met Petrus Jacobs de Koning (1835-1881). In 1866 één maand na de geboorte van haar dochter komt zij te overlijden. Petrus Jacobus heeft drie kleine kinderen te onderhouden. Op 13 mei 1868 hertrouwt hij met Wilhelmina van der Meer. Twee maanden na de geboorte van haar zoon overlijdt zij in januari 1873. Petrus Jacobus heeft nu vijf kleine kinderen te verzorgen. Op 19-11-1874 hertrouwt hij met Dorothea Wilhelmina Lefeber. Petrus Jacobus krijgt bij de drie vrouwen 10 kinderen. Zes daarvan overlijden binnen hun tweede levensjaar.
Ook Cornelis de Koning (1863-1954) heeft met het overlijden van zijn echtgenoten te maken. Zijn eerste vrouw, Petronella Schrama, komt in juni 1890, één maand na de geboorte van haar dochter te overlijden. Cornelis heeft dan twee kleine kinderen te onderhouden. Op 30-9-1891 hertrouwt hij met Catharina Krauwer. Ook zijn tweede vrouw komt vroegtijdig te overlijden. Op 27 september 1900 komt zij te overlijden. Zes maanden daarvoor is zij bevallen van een dochter. Er zijn nu 7 kinderen in het gezin de Koning. Op 22 mei 1901 hertrouwt Cornelis voor de derde maal met Jakoba van der Meer. Ook deze derde echtgenote overleeft hij. Zij overlijdt in 1943. hij overlijdt in 1954. Cornelis de Koning krijgt bij deze drie vrouwen 24 kinderen. Vijf kinderen overlijden binnen het eerste levensjaar. Dertien kinderen stichten een gezin.

Enkele merkwaardigheden
In Den Haag is het in de 19e eeuw kennelijk gewoonte dat de vroedvrouw aangifte doet van de geboorte. Op 2 november 1899 wordt een kind geboren van Franciscus de Koning (1868-1942). Het Kind krijgt de namen Theodorus Johannes Franciscus. In de kantlijn van de geboorteakte is opgenomen, dat bij het vonnis van het arrondissementsrechtbank te Den Haag van 8 mei 1903 en in het geboorteregister ingeschreven 10 oktober 1903, is beslist dat het kind, zoals in de akte staat vermeld, niet van het mannelijke, maar van het vrouwelijke geslacht is. De voornamen Theodorus Johannes Franciscus moeten daarom zijn Theodora Johanna Francisca.

Op 30 januari 1776 is in Roelofarendsveen de pastorie verbrand en daarmee ook de doopboeken. Van enkele kinderen is daarom ook geen geboortedatum te vinden. De brand van de pastorie heeft het leven gekost van de toenmalige pastoor Du Pré en heeft voor veel commotie gezorgd in het veendorp Roelofarendsveen. Nadat de brand in de pastorie was geblust, de pastorie was nagenoeg geheel verloren, werd onder de verbrande resten het lijk van de pastoor aangetroffen. "Beide benen waren vanaf de dijen verdwenen, evenals het hoofd en een gedeelte van de linkerarm". Zo staat onder meer beschreven in het Rechterlijk Archief van Alkemade. Het gerucht ging de ronde dat de jansenistische katholieke pastoor was onthoofd. Baljuw Bax heeft direct een onderzoek ingesteld en uiteindelijk is het onderzoek overgedragen aan "Haar Edele Groot Mogende Heeren Staten van Holland en Westvriesland." Op 12 februari 1776 werd in de herberg "De vier Heemskinderen" een aantal getuigen gehoord, onder andere "Pieter de Koning, 36 jaar" en zijn vrouw Jannetje van den Bergh (Petrus Jansz de Koning, 1738-1801). Pieter en zijn vrouw werden omstreeks 19.00 uur gewaarschuwd door de zusters Jannetje en Trijntje van Klink, die even ten noorden van de kerk woonden, dat er vlammen en rook uit het dak van de pastorie kwamen. Pieter woonde aan de kerkwerf. Hij heeft geprobeerd met een stuk hout de deur van de pastorie te forceren om de pastoor te kunnen redden, wat hem niet lukte. Verwondering was er alom, dat de nabij gelegen woning van Cornelis Akerboom door vele mensen nat werd gehouden om te voorkomen dat de woning ten prooi viel aan het vuur, maar niemand pogingen ondernam om de brand in de pastorie te bestrijden. Pieter de Koning is samen met nog enkele anderen, nadat het vuur was geblust, waakzaam geweest bij het na smeulende vuur en getuige van het vinden van het lijk van de pastoor.

Dezelfde Petrus Jansz de Koning doet aangifte van het overlijden van zijn zoon. De naam van de vader wordt geschreven als Pieter Jansz Kooning. Hij kan niet schrijven en ondertekent de akte met een kruisje. De ambtenaar was kennelijk niet goed wakker. Bij het gezette kruisje schreef de ambtenaar: "dit merk stelde Pieter Jansz Wigman". De akte direct boven de aangifte van Petrus (Pieter) Jansz de Koning stond op naam van Jan Wigman. Direct onder deze naam volgde de naam van Petrus (Pieter) Jansz de Koning. De namen stonden dus onder elkaar. Toen de ambtenaar de opmerking bij het kruisje schreef, keek hij kennelijk naar boven voor de achternaam en nam de verkeerde naam over.


Index op familienamen


Startpunten in deze publicatie



Vandaag in het verleden


Andere publicaties van D. Dijst




Probeer de service vrijblijvend

meer dan 7.500 genealogen gingen u voor!