Het overlijden van Jan Sirps werd aangegeven door Jan Lodewijks, oud 47 jaar en Tjerk Pieters Veenstra, oud 46 jaar, beiden colonist in de colonie Willemsoord.
Volgens aangevers was Jan 90 jaar oud, colonist, weduwnaar zonder kinderen.
Jan is overleden in huis 54 te Willemsoord.
Tijdstip: 14:00
(1) Hij is getrouwd met Hillegien Hendriks.
Zij zijn getrouwd
(2) Hij is getrouwd met Aaltje Hendriks Binken.
Zij zijn getrouwd op 12 juni 1819 te Hoogeveen, Drente, Nederland.Bron 4
Het voorgenomen huwelijk van Jan Harms Hofman Sirps en Aaltje Hendriks Binken werd afgekondigd op 30 mei en 6 juni 1819.
Getuigen bij het huwelijk waren Bartholomeus Christiaan Travers, oud 25 jaar, commies griffie, Jans Padding, oud 44 jaar, bode bij het schoutambt Hoogeveen, Teunis van Eck, oud 50 jaar, broodbakker en Arend Arends Stoter, oud 24 jaar, landbouwer, allen wonende te Hoogeveen.
Het bruidspaar verklaarde niet te kunnen schrijven.
Alle voor het voltrekken van het huwelijk benodigde stukken geproduceerd zegelloos en vrij van expeditiekosten op attest van den Heer Schout van Hoogeveen naar aanleiding van Z.M.Besluit van den 9e Maart 1815, nr. 15 afgegeven.
De eerste kolonisten uit Hoogeveen
De 'Regenten van het armen-Werkhuis te Hoogeveen' slaan snel toe als de Maatschappij van Weldadigheid midden 1819 de mogelijkheid opent om contracten af te sluiten voor plaatsen in de kolonie (boek blz. 189-190). Als vierde sluiten ze in de eerste dagen van december een zogenaamd A-contract (zie verderop) af, wat dan ook in de boeken als A 4 voorkomt.
Bij de start van Willemsoord zomer 1820 zijn zes van de 100 hoeves gereserveerd voor pupillen van het Armwerkhuis. Hier een summier overzichtje van de belevenissen van die eerste Hoogeveense kolonisten, her en der aangevuld met door Henk Elsinga verstrekte gegevens over hun leven voor en na de kolonie.
Bij een A contract betaalt de contractant 60 gulden per jaar per kind voor zes wees- of armenkinderen, 360 gulden per jaar dus. Voor dat geld mag hij drie hoeves in gebruik nemen en als hij zestien jaar betaald heeft, zijn die drie hoeves eigendom geworden en mag hij er 'voor altoos' mensen op plaatsen. Het Hoogeveense Armwerkhuis contracteert dubbel, dus ze betalen 720 gulden per jaar voor twaalf kinderen en mogen dus zes hoeves opvullen.
De officiële bedoeling is dat die twaalf op twee hoeves komen met bij elke zes een bejaard kinderloos echtpaar als 'huisverzorgers' om op ze te passen en dat er vier gewone arbeidersgezinnen komen. Maar Hoogeveen zendt maar één 'hoeve-vullend' gezin en bij de andere vijf deelt ze wezen in. Ik heb de indruk dat ze stiekem veel meer wezen wegwerkten dan waar ze voor betaalden.
Op het moment dat ze het contract tekenen, weten ze nog niet precies wie ze in juni 1820 willen sturen. Maar dankzij het onlangs gevonden stamboek Willemsoord ± 1822 tot ± 1824 (Drents Archief, toegang 0186, inventarisnummer 1407), zijn bijna alle Hoogeveense namen bekend. Zie ook hun verneldingen op de Willemsoord-pagina.
De hele meute arriveert op maandag 5 juni 1820, een kleine veertig personen, dus dat moet een hele optocht door zuid-Drenthe geweest zijn. Diezelfde dag arriveren er nog tientallen anderen uit het hele land, het moet die dag een gekkenhuis geweest zijn.
Hieronder de zes Hoogeveens hoeves in de begindagen. Achtereenvolgens:
- Hoeve no 1 gezin Zwiers met ingedeelden
- Hoeve no 34 gezin Loggies met ingedeelden
- Hoeve no 36 gezin Lodewijk
- Hoeve no 37 huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
- Hoeve no 38 huisverzorgers Koster/Flap met ingedeelden
- Hoeve no 46 huisverzorgers Hartman/Flap met ingedeelden
Willemsoord hoeve 37, huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
Bij Jan Sirrep, die ook als Sierp voor komt, en Aaltje Benken geeft de kolonie-administratie slechts globale geboortejaren, bij Jan staat 1750 en bij Aaltje 1770. Met zulke leeftijden zullen ze zijn bedoeld als huisverzorgers en er zijn ook geen eigen kinderen, alleen ingedeelden. Ze doen dit werk een aantal jaren, Aaltje Blenken overlijdt 1 april 1825, Jan Sierp/Sirrep 23 september 1828. Of ze een echtpaar vormen, of dat ze door de Hoogeveense notabelen bij elkaar gezet zijn om wezen op te voeden, weet ik niet.
Aaltje mag in de kolonie-administratie dan als Blenken of Benken voorkomen, onder de naam Aaltje Hendriks Binken staan haar gegevens in de stamboom De Klark.
Bij hun aankomst dragen ze de zorg voor zeven ingedeelden, vijf uit Hoogeveen en twee uit Dordrecht. Die laatsten laat ik even buiten beschouwing, de andere:
- Jantien Koops is verreweg de oudste, ze zou bij aankomst al 40 jaar zijn. Dat duidt er op dat er geestelijk of lichamelijk iets mis is en de Hoogeveense regenten er geen raad mee wisten. Dat lijkt te worden bevestigd door de vele overplaatsingen van de ene koloniale hoeve naar de andere die ze tijdens haar verblijf zal hebben. Ze is nog steeds ingedeelde als ze in 1844, ongeveer 64 jaar oud, overlijdt.
- Pietertje Hendriks Kattouw is maar een jaartje jonger en daarvoor gaat hetzelfde op, ook qua grote aantal verhuizingen. In 1843 is ze ongeveer 62 jaar en wordt ze overgeplaatst naar Veenhuizen. Of ze daar tussen de bedelaars komt of bij een arbeidershuisgezin wordt ingedeeld weet ik (nog) niet.
- Jan Sterken en Hilbert Sterken, met de geboortejaren 1808 en 1809, zullen ongetwijfeld broers zijn. Ze vertrekken na een kleine vier jaar samen van de kolonie: 17 februari 1824.
- Gerrit Molen is na zijn terugkeer uit de strafkolonie (zie bij hoeve 1) hier ingedeeld.Als zijn geboortejaar is genoteerd 1797 en je zou hem gerust 'vluchtgevaarlijk' kunnen noemen. Want na zijn eerdere desertiepoging in 1821, neemt hij mei 1823 opnieuw de benen. Evenals in augustus 1825 en in de zomer van 1826. Dan besluit men hem maar een tijdje in de strafkolonie te houden, maar.... augustus 1828 deserteert hij daarvandaan!
Ook niet voor lang. Uiteindelijk is hij ongeveer 38 jaar als hij 26 augustus 1833 in de strafkolonie overlijdt.
Bovenstaande gegevens ontleend aan Wil Schackmann: De Proefkolonie.
________________________________________________________________________________________
Bevolkingsregister van de Maatschappij van Weldadigheid
Jan Sierp, geboren op 01-01-1750; plaats van herkomst: Hoogeveen; godsdienst: herv.; aangekomen op 05-06-1820; ingeschreven in Willemsoord als kolonistenvader; overleden op 23-09-1828.
Ingeschreven als wonende op hoeve: 54 (inv.nr. 1358); 54 (inv.nr. 1359).
Bijzonderheden:
Is kolonist, van de Regenten van het Arm- en Werkhuis te Hoogeveen.
Op aankomstdatum geplaatst in kolonie III, Willemsoord.
Gehuwd met Aaltje Benken, geb. 1770 te Hoogeveen en overleden
01-04-1825.
Geen kinderen.
Bron: Drents archief