genealogieonline

Stamboom Corbey » Gustaaf Forteman van Almanum (± 740-792)

Persoonlijke gegevens Gustaaf Forteman van Almanum 


Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Gezin van Gustaaf Forteman van Almanum


Kind(eren):

  1. Magnus Forteman van Almanum   


Notities over Gustaaf Forteman van Almanum

Het Friese geslacht Forteman
Bron: Vortmes 12 (december 2001), pag. 92, door: R.Voortman, Zaandam.
In de beginjaren van mijn familie-onderzoek heb ik enkele gegevens verzameld van het roemrijke geslacht Forteman in Friesland. In de ijdele hoop ooit nog eens het verband te vinden tussen hen en mijn aantoonbare voorouders, bewaarde ik deze gegevens zorgvuldig. Onlangs kreeg ik ze weer onder ogen, terwijl ik op zoek was naar iets anders. Het doorbladeren van deze aantekeningen gaf zoveel leesplezier dat ik u deze niet wilde onthouden.
Van het oude geslacht Forteman uit Friesland zijn verschillende verhalen bekend. De naam Forteman wordt voor het eerst vermeld in het jaar 737. De kroniek Geschiedenis van Friesland vermeld: Ook was het geslacht der Fortemans reeds om dezen tijd in groot aanzien, hetwelk daarna groote vermaardheid bekwam, vooral onder de regering van Karel de Grote. Dezelfde kroniek vermeld in 1097 het sneuvelen van de laatste der Fortemannen, tijdens een van de vele kruistochten in Klein-Azië.
De verwantschap tussen het geslacht Fortemann uit Friesland en Vortmann in Osnabrück is (nog) niet bewezen en mijns inziens niet waarschijnlijk. Desalniettemin is het bijzonder interessant om te zien wat onze naamgenoten in Friesland gedaan hebben. Ze staan op chronologische volgorde.
Solke Forteman (v.749-n.749)
Solke Forteman was een liefhebber van geschiedenis, zo vermeld de kroniek, en in het bijzonder die van zijn vaderland: Friesland. Solke Forteman beschreef de geschiedenis van Friesland en gaf ook zijn mening hierover. Hij prees Gondobaldus (toen koning van Friesland) en zijn regering boven die van Radbodus II (broer van Gondobaldus).
Gedurende de regeringen van Adgillus (de vader van Gondobaldus en Radbodus II) en Gondobaldus, nam het Christendom in Friesland toe. De predikers kregen geen tegenstand en werden niet vervolgd. Gondobaldus stierf echter na ongeveer twaalf jaar te hebben geregeerd, in 749. Radbodus II werd de opvolger van Gondobaldus en herstelde de afgoderij en het bijgeloof.
Radbodus II werd op de hoogte gebracht van het geschrift van Solke Forteman. De kroniek vermeld nu twee zaken die gebeurd kunnen zijn:
Radbodus II verbrandde het geschrift;
Het geschrift werd bewaard.
Dit laatste lijkt het meest waarschijnlijk. Een naneef van Solke Forteman, Okko van Scharlensis, zou deze in 970 in handen hebben gekregen daar hij van moederszijde van het geslacht Forteman afstamde. Hij zou deze geschriften gebruikt hebben om zijn eigen kroniek aan te vullen met oudere gegevens.
Solke Forteman werd gevangen gezet en niet eerder vrijgelaten voordat Karel de Grote Radbodus II had vernederd. Anderen uit het geslacht Forteman en Bothnia moesten voor de woede van Radbodus II uit het land vluchten.
Onder Frankische overheersing kwam het Christendom weer tot stand. Radbodus II wilde niet erkennen en verliet Friesland in 775. De afgoderij was spoedig verdwenen en kerken en kloosters werden gebouwd. De predikers kwamen onder bescherming en regering van Karel de Grote.
Botte Forteman (v.749-788)
Botte Forteman vertoefde een lange tijd in Italië en legde zich, op de Hoge Scholen aldaar, met veel ijver toe op de kennis der wetenschappen van verschillende aard en op de godsgeleerdheid. Toen de rust in Friesland in 788 teruggekeerd was (sinds 749) besloot Botte Forteman terug te gaan naar Friesland. In Keulen echter, werd Botte Forteman ziek en stierf aldaar in juni 788.
Gustaaf Forteman (v.777-792)
In 777 stichtte Gustaaf Forteman een Christelijke kerk, die later toegewijd werd aan de aartsengel Michael. De kerk kwam ten oosten van het dorp Almenum, waar de Fortemannen hun state (huisstede) hadden. Deze kerk was de eerste in Friesland, tussen het Vlie en de Laauwers. De eerste openbare godsdienstoefeningen in dit gewest werden dan ook in de nieuw gebouwde kerk van Forteman gehouden. De wanden van de kerk waren van hout en het dak van riet gemaakt.
Het oude dorp Almenum was toen vrij groot en bevatte nog meer edele staten zoals Harlinga, Harus, Gratinga en anderen. Van de state Gratinga heeft de buurt onder Almenum, aan de trekvaart nabij Harlingen, nog de naam van Gratingabuurt behouden.
In vervolg van tijd zijn vele westelijke landen van Almenum door de zee verzwolgen en is ook de stad Harlingen binnen de omtrek van het dorp gebouwd. De kerk van Almenum en een groot deel van het dorp zijn in 1579 en 1580, bij een stadsuitbreiding van Harlingen, binnen de vesten betrokken. Op de plaats waar Forteman eerst zijn eenvoudige tempel had gesticht, staat nu de Nieuwe kerk van Harlingen.
Gustaaf Forteman stierf in Almenum in 792, wiens geleerdheid en Christelijke vroomheid zeer geprezen worden. Hij werd in de door hem gestichte kerk begraven. ( De eerste Christelijke kerk tussen Vlie en Lauwers,777.) Hij liet een zoon na: Magnus Forteman.
Bij de restauratie van de huidige kerk kreeg het Rijks Oudheidkundig Bodemonderzoek onder leiding van dr. H. Halbertsma, in 1958 enkele dagen de gelegenheid om de grond binnen het kerkgebouw aan een nader onderzoek te onderwerpen, en toen kwamen de grondslagen te voorschijn van de kerk die met de tufstenen toren één geheel had uitgemaakt. Hierbij kwam aan het licht dat de noordelijke en zuidelijke zijmuren van die oorspronkelijke tufstenen kerk evenwijdig liepen met de zijmuren van de huidige kerk uit 1776. Lengte en breedte van die oudere kerk was 22,5 bij 10,25 meter, terwijl de lengte van het belangrijke koor niet meer kon worden vastgesteld. Deze oude fundamenten bestonden uit een zerfkeienbed, laagsgewijs gestort en met leem aangestampt in een tevoren uitgegraven, circa 1 meter brede sleuf. Hier vond men nog een potscherf met radstempelversiering uit de 9e of 10e eeuw. Maar ook werden er onder de resten van de tufstenen kerk enige paalkuilen gevonden alsmede twee lemen vloeren, een derde van schelpen en twee brandlagen, zodat duidelijk was geworden dat er zelfs twee houten kerken hebben bestaan, die elkaar in tijdsorde opvolgden en beiden door brand werden verwoest.
Tako Forteman (v.779-808)
Tako Forteman komen we het eerst tegen in 779 wanneer hij met waarschijnlijk zijn broer Feiko Forteman, zijn oom Hajo Ludigman en Obbo Hermana (zoon van Jan Hermana die in 778 door de noormannen vermoord is) eerst naar Duitsland en vervolgens naar Schotland reist.
In Schotland diende hij de koning Achajus in zijn oorlogen. De koning was zo voldaan dat hij twee van hun (Feiko Forteman en Obbo Hermana) bewoog om bij hem te blijven.
Hajo Ludigman en zijn neef Tako Forteman reisde naar de hertog van Venetië, vanwaar Ludigman later naar Jeruzalem en het Heilige Land trok. Na Egypte en Griekenland kwam Ludigman terug in Venetië waar hij in 787 stierf. Hajo Ludigman werd overeenkomstig met zijn adellijken stand door de hertog van Venetië begraven.
Na de dood van zijn oom Ludigman, keerde Tako Forteman terug naar Friesland. Elf jaar nadat hij uit Friesland vertrok (779) kwam hij terug (790). Niet geheel onwaarschijnlijk is dat hij samen met Botte Forteman terug naar Friesland reisde. Ondertussen had Tako Forteman veel kennis, ondervinding en geleerdheid opgedaan. Tako Forteman sneuvelde bij de eerste slag tegen de Denen in Friesland in het jaar 808.
Feiko Forteman (v.779-788)
Feiko Forteman, waarschijnlijk een broer van Tako Forteman, reisde met zijn oom Hajo Ludigman, Obbo Hermana en Tako Forteman eerst naar Duitsland en daarna naar Schotland. Samen met Obbo Hermana bleef hij in Schotland om koning Achajus in zijn oorlog te dienen. Obbo Hermana sneuvelde later in de oorlog in Engeland.
Feiko Forteman werd in 788 ?verraderlijk? vermoord in Schotland. Nijd, geboren uit de grote gunst waarmee deze ?vreemdeling? door hun koning vereerd werd, deed den deze moord begaan. De koning nam een geduchte wraak hierover. De voornaamste bewerkers van deze moord werden geradbraakt en nog drie anderen, die het beraamd hadden, werden onthoofd.
Hauco Forteman (v.791-n.791)
Van Hauco Forteman is slechts bekend dat hij in 791 een tocht tegen de Hunnen bijwoonde, onder bevel van Karel de Grote.
Renicus Forteman (v.791-n.791)
Ook Renicus Forteman nam deel aan deze tocht, hetgeen veel overwinningen betekende tot bijna alle paarden ziek werden en stierven. De Franken keerden terug naar Regensburg om te overwinteren en de Friezen en Saksen keerden naar hun land terug.
Magnus Forteman (v.792-n.814)
De meest roemrijke persoon uit het geslacht Forteman was wel Magnus. Magnus Forteman, zoon van Gustaaf Forteman, was de eerste potestaat van Friesland en daartoe aangesteld door Karel de Grote in 808. Potestaat is de titel van de zelfgekozen aanvoerder van de Friezen. Hiermee was Magnus Forteman de opvolger van de in hetzelfde jaar gestorven Frieze hertog of overste.
Friso, de stamvader van het Friesche volk, had uit de verre landen, vanwaar hij gekomen was, twee merkwaardige zaken meegebracht, namelijk een rood vaandel en een ijzeren kroon. Hij had beide ontvangen van zijn vader Adel, deze had ze van zijn vader Ragau en die weder van zijn voorvader Sem.
Zo waren zij als dierbare kleinodien van geslacht tot geslacht overgedragen, en zij werden nog lang na Friso?s dood in Friesland bewaard in den tempel Tamfane. Volgens sommigen betekent deze naam ?to alden fane?, voor of ten behoeve van het oude vaandel; anderen menen dat Tamfane de naam van een godin is aan wie de tempel was toegewijd.
Wanneer het land in gevaar was of gewichtige omstandigheden het vorderden, werden de kroon en het vaandel door de priesters aan de bestuurders des rijks in gebruike gegeven.
Daarna werden zij weder in den tempel geborgen. De ijzeren kroon werd na verloop van tijd geroofd door een koning van Denemarken. Het vaandel echter hadden de Friezen diep onder de aarde verborgen. Na het vertrek van den Deense vorst bleef het daar, wel vijfhonderd jaar lang.
Toe de heilige Willebrord zich naar Friesland begaf om er het Christendom te prediken, werd hem in den droom door een engel de plaats aangewezen, waar het roode vaandel was bedolven. Het werd opgegraven en de bisschop schonk het aan Magnus Forteman.
In 809 trok Magnus Forteman met een leger Friezen Karel de Grote na om hem te helpen Rome te heroveren van de Saracenen. Een dagreis van Rome ontmoette de twee legers elkaar en besloten de volgende morgen gezamenlijk naar Rome te trekken. De Saracenen kwamen de Franken en de Friezen echter tegemoet. Magnus Forteman en de Friezen hoorden hiervan en gingen ten aanval. Ze behaalden de overwinning en trokken Rome binnen. Zo zou Magnus Forteman, met de Friezen, Rome veroverd hebben. Volgens de legende zou Magnus Forteman gewonnen hebben door het rode vaandel dat hij droeg.
Volgens de kroniek trok Magnus Forteman met zijn volk zegevierend terug en legde hij zijn vaandel in de kerk van Almenum, als een gedenkstuk voor de nakomelingschap. De vaandel zou nog vele eeuwen daarna bewaard zijn gebleven. In het begin van de 16e eeuw kende men nog de overlevering van het verborgen vaandel, ook wel Magnusvaan genoemd. De vlag zou ingemetseld zijn in de kerk van Almenum, waar de Saksen nog tevergeefs naar gezocht hebben. Andere kerken waar de vaan vermoedelijk zou zijn, waren Oldeboorn en Ferwolde. Anderen noemen het echter een fabel van de Friezen.
Als dank voor hun hulp gaf Karel de Grote de Friezen voorrechten en privilegien. Het privilege bestond uit zeven artikelen (de Magnuskerren), die de Friezen vrijmaakten, de 17 keuren, de 24 landrechten en de 36 zee-endrechten. Deze privilegien zouden op een perkamenten rol, met gouden randen versierd, geschreven zijn geweest. De Friezen gaven deze rol dan ook de naam Gouden Bulle. Ook de Goude Bulle werd in de kerk van Almenum bewaard. Behalve Karel de Grote hadden ook vele andere vorsten en rijksgenoten de brief ondertekend. De aanhef van de Magnuskerren luidde: That bref and that insigel brochte Magnus inor Fresland that lesma in sente Michaelis dom [de kerk in Almenum], ther to thirre tid was mith holte and mith reile ramed. Ther nas is Freslande eles naut manich. Ther lesma wta breve sawin karan, and XVII kesta, and XXIII landriuchta, and XXXVI sinith riuchta, alle Fresum ti love and ti erim.
Uniek in de heraldiek (wapenkunde) is het verlenen van gunsten aan verschillende Frieze families. Zij voeren bijna allen de helft van een dubbele zwarte adelaar in een gouden veld, en om deze concessie voegzaam te kunnen plaatsen, deelden zij allen hun wapenschild; de rechterhelft werd dan door een adelaar ingenomen; de linkerhelft vulden zij met hun familiewapen. Volgens oude Frieze schrijvers zou Karel de Grote die gunst als een recht verleend hebben aan alle geslachten, uit welke een of meer leden onder aanvoering van hun opperhoofd Magnus Forteman deelgenomen hadden aan de tocht naar Rome en de inneming van die stad in het jaar 809. Tegelijkertijd zou hij hen ook hebben gemachtig hun wapenschild met een baronnenkroon te dekken zonder evenwel de titel van baron te mogen voeren. Aan deze overlevering mag een kiem van waarheid ten grondslag liggen, letterlijk aannemelijk is zij echter niet, daar de wezenlijke wapens eerst lang na Karel de Grote zijn ontstaan, de kronen en haar onderscheidingen nog later, en de dubbele adelaar als verzinnebeelding van het Rijk allerjongst.
Toen Karel de Grote in 814 stierf, bleek Magnus Forteman veel macht te hebben. De kroniek vermeld: Of Magnus Forteman thans de hoogste magt, hetzij onder den naam van potestaat of graaf bekleedde, is wat twijfelachtig.
Waarschijnlijk is de sage van het vaandel ontstaan in de 11e eeuw door de in de 9e eeuw door Friezen in Apulië geroofde relieken van St-Magnus van Trani.
Feijo Forteman (v.808-808)
Van Feijo Forteman weten we slechts dat hij samen met Tako Forteman in de eerste slag tegen de Denen in Friesland in 808 sneuvelde.
Bij deze slag was er nog een Forteman aanwezig, wiens naam onbekend is: Gedurende den tijd van het verdrag, begeerde Olaus als voorwaarde van vrede, dat hij en zijn volk vrijelijk uit Friesland zouden vertrekken, zonder wederzijds meerdere vijandelijkheden te plegen, doch dat de Friezen hun met voorraad en genoegzamen leeftogt tot de terug reis zoude voorzien. In het eerst schenen de Friezen hiernaar te willen luisteren, maar een der Fortemans, een fier en dapper edelman, achtte het veel te laag en bloodhartig te zijn, om hunne vijanden dus de eere te laten; hij moedigde zijne landgenoten aan, om integendeel dapper tegen hen te strijden, en niets toe te geven, tenzij de overmagt hen daartoe dwong. Het voorgeslacht had altijd dapperheid betoond in het bevechten van de Romeinen, bij wier magt de Denen niet te vergelijken waren; en zij zouden nu, lafhartig toegevende, hunnen naam voor de nakomelingen onteeren? Dus werd de moed bij de Friezen weder opgewekt en zij bevochten de Denen met kloekmoedigheid, welk gevecht zeer bloedig doch waarvan de uitslag twijfelachtig was. Evenwel trokken de noormannen uit dit gewest, en begaven zich over de Lauwers, alwaar zij Groningen, dat slechts met houten palen en geringe wallen versterkt was, in brand staken, en de inwoners ijsselijk mishandelden.
Tjepke Forteman (v.1096-n.1097)
Het volgende is slechts bekend: Godfried van Baillon, hertog van Neder-Lotharingen, vertrok (1096) van Godevaart met den Bult, vertrok eindelijk in augustus met een leger van tachtigduizend, meest Duitschers, naar het Heilige Land. Deze troep, waarbij vele grooten en heeren waren, had meer voorspoed op reis en kwam gelukkig in het Oosten aan, want de Hongaren en anderen, door wier land zij trokken, lieten hen ongemoeid. Vele geslacht van dien naam uitgestorven.
Bronnen:
Friesche edellieden hebben mede het kruis aangenomen, waarvan ons bekend zijn: Tjepke Forteman, Jarich Ludinga, Epo Hartman, Igo Galama, Feico Botnia, Eelko en Sikke Liauckama, zijnde neven, en Ubbo Hermana. Aanmerkelijk is het dat van deze edelen de meesten uit Barradeel waren; t.
t.
Forteman en Luddinga waren van Almenum, de Liauckema?s

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Gustaaf Forteman van Almanum?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Over de familienaam Forteman van Almanum


    

De publicatie Stamboom Corbey is samengesteld door (neem contact op).