Ze was schooljuffrouw Duits en gaf eerst les op een katholieke lagere school in de Amalia van Solmsstraat te Den Haag. Op 20 april 1928 ging Rie in de Van Linschotenstraat 60 wonen, samen met haar jongste zuster Puck (HGA-Bev.reg., Persoonskaart nr. 0338340). In de Van Linschotenstraat waren ze bijna buren van zus Fien (1892), die daar ook woonde. Rie verhuisde wederom met Puck op 5 april 1937 naar de Carel Reinierszkade 23 waar hun beider zuster Truus (1899) ook op die dag in dat huis ging wonen.
In de tweede wereldoorlog was Rie onderwijzeres in Monster en woonde ze nog steeds bij haar zus Truus (1899) en diens man Piet Prijten (1898) in de Carel Reinierszkade in Den Haag. Tijdens de hongerwinter nam ze dan eten mee voor het gezin, dat ze door haar contacten met de tuinders (ouders van leerlingen) had weten te bemachtigen.
Rie was daarna werkzaam als lerares Duits op de rooms-katholieke Meisjes Uloschool 'Maria Assumpta' in de wijk Hillegersberg in Rotterdam, waar ze later werd aangesteld als directrice. Rie heeft zich dus opgewerkt tot een goede positie en uit de overlijdensadvertenties blijkt dat zij op deze school ook plotseling is overleden. Er zijn voor haar vier advertenties geplaatst in Rotterdam (HGA, zie de kopieën ervan). Het valt op dat Rie haar achternaam in deze advertenties met een 'y' zonder puntjes wordt geschreven en ook in de advertentie van de familie Prijten-Van Oyen, wordt de naam Van Oijen met een Griekse y geschreven.
Rie bleef ongehuwd en ging in de jaren 1950-1960 denk ik en misschien later ook nog vaak op vakantie naar Duitsland met haar achternicht "Indische Mientje" (1900) – onze tante Mien – nadat deze uit Indonesië in Nederland was komen wonen. Rie was, net als haar zuster Noor (1906), verliefd op Mientje haar broer, André van Oijen (1903), hoewel Noor blijkbaar wel de kroon spande met haar liefde voor hem.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen