Een schildknaap was een (adellijke) jongeman die in dienst stond van een ridder.
Page
Iedere schildknaap begon als page (ruwweg vanaf het zevende tot het veertiende, vijftiende levensjaar). Adellijke vaders brachten hun zonen naar een bevriend heer om zorg te dragen voor de opvoeding. Een page was een persoonlijk dienaar van een ridder. De werkzaamheden van een page bestonden uit alle voorkomende klusjes die de ridder hem opdroeg. Dit kon betekenen dat de page eten moest bereiden, verantwoordelijk was voor het onderhouden van de uitrusting, het verzorgen van de paarden en hetoverige vee en onder andere het nachtleger in gereedheid moest maken. Tijdens de periode dat de jongen page was leerde hij met name de juiste omgangsvormen (hoffelijkheid, eer, moed, trouw) in de ridderlijke wereld.
Schildknaap
Als een page in de ogen van de heer blijk gaf over de juiste kwaliteiten te beschikken en lichamelijk sterk genoeg was, werd hij schildknaap. Een schildknaap diende een ridder en vergezelde hem altijd, ook tijdens veldslagen. Hiernaast droeg hij zijn schild, vandaar de naam schildknaap.
De werkzaamheden van een schildknaap bestonden vooral uit het verzorgen van de uitrusting van de heer en het verzorgen van diens paarden en honden, het verzorgen van wonden en het voorbereiden en aanwezig zijn bij de jacht. Daarnaast leerde hij de krijgskunst, worstelen, omgaan met wapens en kreeg de schildknaap (gezamenlijk met andere schildknapen) een uitvoerige fysieke training. Wanneer de schildknaap zichzelf in de strijd of op een toernooi bewezen had, verleende de heer de ridderslag. Ditwas overigens geen verheffing in de adelstand maar het bewijs over de juiste (ridderlijke) eigenschappen te beschikken.
Ridder is een adellijke titel. In Nederland en België bestaat er geen vrouwelijke equivalent. De titel wordt tussen de voornamen en de geslachtsnaam geplaatst (zonder hoofdletter om verwarring tussen achternaam en titel te voorkomen).
Familie: ridder van Rappard.
Familie: ridder Huyssen van Kattendijke.
Familie: ridder de van der Schueren.
De titel ridder komt in Nederland en Vlaanderen op twee manieren voor: "op alle" en "met het recht op eerstgeboorte". In het eerste geval heeft ieder lid van de betreffende adellijke familie (dat wil zeggen iedere mannelijke afstammeling, in mannelijke lijn) recht op de titel.
In het tweede geval wordt de titel vererfd in Salische lijn. Dat wil zeggen dat de oudste mannelijke afstammeling van de eerste drager van de titel zich ridder mag noemen. De rest is dan dus titelloos.
Ridderschap
De verzamelde adel in een gewest noemt men wel de ridderschap wat dus niet hetzelfde is als een ridderorde.
Afgezien van het woord ridderschap in de betekenis van "wat met de ridder verband houdt" en "het ridder zijn" waren er instituten en zijn er verenigingen die ridderschappen worden genoemd. De Ridderschap was in het Nederlands recht het openbaar lichaam of college waarin de edellieden, niet alleen ridders maar ook baronnen, burggraven, graven, markiezen, prinsen, hertogen en ongetitelde edellieden van een provincie verenigd waren. Zij speelden een rol in het bestuur. De zeven, later 19 en na 1830 elf Nederlandse ridderschappen werden in 1850 bij het in werking treden van de door Thorbecke opgestelde Provinciewet opgeheven. In de middeleeuwen en in de Republiek der Vereenigde Nederlanden hebben tal van ridderschappen bestaan. Tegenwoordig zijn er verenigingen van edelen die zich "ridderschappen" noemen.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen