Een molenaar (In verschillende dialecten en ook wel in het Nederlands mulder) is iemand die zich bezig houdt met het malen van iets op een molen. Meestal wordt er iemand mee aangeduid die graan vermaalt tot meel. Het is een al een eeuwenoud zelfstandig beroep. Meestal werd het maalbedrijf op een wind- of watermolen van vader op zoon overgedragen.
Een korenmolen was vroeger een bijna onmisbaar onderdeel van de voedselvoorziening van een dorp waardoor de korenmolenaar in de dorpsgemeenschap een belangrijke positie innam.
In veel gevallen was de molenaar pachter van een korenmolen en was de lokale adel, een gasthuis of het stadsbestuur eigenaar van de molen. Toch waren oudtijds veel molenaars eigenaar van de molen die ze bemaalden. Poldermolenaars waren in dienst bijhet waterschap waarin de molen stond. Meestal konden deze molenaars van hun loon niet rondkomen en verhuurden zij zich in de zomer (als poldermolens toch wegens watertekort buiten werking waren) als boerenknecht.
Ambacht
Het ambacht van korenmolenaar heeft vele facetten: hij heeft niet alleen verstand van het malen van graan, hij moet als windmolenaar ook verstand hebben van het weer . Bijvoorbeeld moet hij de wolkenvormen goed kennen, om te weten wanneer hij de windmolen nog verantwoord kan laten draaien. Wanneer de molen bij te sterke wind op hol slaat, bestaat het risico dat de molen in brand vliegt. Vroeger verloor hij dan ook voor lange tijd zijn inkomstenbron. Naast het malen van graan en het omgaan met de grillen van het weer, moet een graanmulder de molenstenen goed kunnen scherpen. Dat is iets wat regelmatig nodig is om een goed product te kunnen krijgen.
De patroon van de molenaars is Victor van Marseille.
Boerengemaal
Er was ook verschil in molenaarsbedrijven. Dit hing nauw samen met het gebruik van de molen. Sommige mulders maalden alleen voor de bakkers. Anderen gebruikten hun molen om naast het graan voor de bakkers ook voor het vee van de boeren te malen: hetzogenaamde boerengemaal. Dit gebeurde praktisch overal op de molens in de wat kleinere dorpen. Daar komt het spreekwoord "Wie het eerst komt, die het eerst maalt" vandaan.
Betaling in natura
Vroeger werd de molenaar niet betaald in geld maar in natura (goederen). Hij schepte uit iedere zak die hij gemalen had wat meel voor eigen gebruik of voor verdere verkoop (het scheprecht). De mulders met een boerengemaal hadden het in de winter, als het vee op stal stond, erg druk. Als er dan genoeg wind stond, werd er dag en nacht gemalen. Tijdens windstille periodes waren er geen inkomsten en werd de tijd nuttig gevuld met bijvoorbeeld onderhoud of reparaties aan de molen of de maalstenen. Vaak ook had de mulder ter aanvulling op zijn inkomen een nevenberoep zoals kastelein, bakker, kolenhandelaar of hield hij er wat varkens of kippen bij.
Hij is getrouwd met Gerarda Sanders.
Zij zijn getrouwd op 7 juni 1827 te Valburg, hij was toen 24 jaar oud.Bron 2
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Joannes Janssen | ||||||||||
1827 | ||||||||||
Gerarda Sanders | ||||||||||