Bij het depot koloniale Marine.
Het legeronderdeel dat in Nederland rekruten aanwierf en voorbereidde op de dienst bij het leger in de koloniën, was gevestigd in Harderwijk. Van 1815-1822 heette dit legeronderdeel het Depot-Bataljon en in de periode 1822-1843 het Algemeen Depot van de Landmacht. Vanaf 1843 heette het depot het Koloniaal Werfdepot. Het Werfdepot viel onder het Ministerie van Oorlog. Waren de rekruten eenmaal aan boord van het schip dat hen naar den Oost zou brengen, dan vielen zij onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Koloniën.
Om de zaak enigszins complex te maken: aanmelding voor de koloniale dienst kon vanaf 1890 ook geschieden via het Korps Koloniale Reserve, gevestigd in Nijmegen! Pas in 1909 werd het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk opgeheven en verliep de instroomvanuit Nederland uitsluitend nog via het Korps Koloniale Reserve te Nijmegen. In de periode 1890-1909 zijn er in Nederland dus naast elkaar twee werfdepots: het sinds de beginperiode bestaande Koloniaal Werfdepot in Harderwijk, en het Korps Koloniale Reserve dat in 1890 in Nijmegen opgericht werd.
Hij is getrouwd met Metje van Zoest.
Zij zijn getrouwd op 31 maart 1799 te Zeist, Utrecht, Nl, hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Edward Johannes Cator | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1799 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Metje van Zoest | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.