Siegfried van Luxemburg (922 - 15 august 998) var den første greve af Luxemburg. Siegfried erfde van zijn vader Wigerik van Lotharingen en zijn broers de functies van graaf van de Moezelgouw en de Ardennengouw, voogd van de rijksabdij Sankt Maximin te Trier en van de Abdij van Echternach, en grote bezittingen in Opper-Lotharingen. Hij ruilde bezittingen bij Ettelbruck met de abdij van Sint-Maximin tegen een strategisch gelegen plek aan de Alzette, waar hij in 963 een kasteel bouwde. Dit kasteel kreeg de naam Lucilinburhuc (klein kasteel) en groeide later uit tot de stad Luxemburg. In 964 bouwde hij ook een kasteel in Saarburg. Hijsteunde de koningsverkiezing van Otto III. Siegfried kwam in 985 zijn neef Godfried van Verdun te hulp toen de stad Verdun werd aangevallen door een Frans leger. Godfried en Siegfried werden verslagen en gevangengenomen. Na de dood van koning Lotharius van Frankrijk in 986 werden zeweer vrijgelaten. Op het einde van zijn leven werd Siegfried geëxcommuniceerd toen hij de bisschop van Verdun gevangen had gezet. Bij zijn dood in 998 werd Siegfried opgevolgd door zijn oudste zoon Hendrik. Siegfried was de jongste zoon van Wigerik van Lotharingen en Kunigunde der Franken, mogelijk een kleindochter van Karel II de Kale, koning van West-Francia. Rond 950 trouwde hij met Hedwig. Zij kregen de volgende kinderen: Hendrik, graaf van Luxemburg en hertog
van Beieren Luitgard, getrouwd met graaf Arnulf van Gent, een Friese graaf Siegfried Frederik, vader van de latere graven Hendrik II en Giselbert Diederik, bisschop van Metz Kunigunde (ovl. Kaufungen, 3 maart 1033), echtgenote van keizer Hendrik II, begraven in dekathedraal van Bamberg Alberada Giselbert, gesneuveld te Pavia, 18 mei 1004. Adalbero, aartsbisschop van Trier Eva, getrouwd met graaf Gerard van de Elzas Ermentrude, abdis onbekende dochter, gehuwd met graaf Dietmar, voogd van het Mariaklooster te Koblenz. Ouders van Oda, eerste abdis van
het klooster van Kaufungen dat door haar tante Kunigunde werd gesticht.
Siegfried or Sigefroy (c.922-28 Oct 998) is considered the first count of Luxembourg. He was actually counting in the Moselgau and the Ardennes. He was also the advocate of the Saint-Maximin de Trêves and Saint-Willibrod d'Echternach. He was a son of the Count Palatine Wigeric or Lotharingia and Cunigunda. He is the founder of the House of Luxembourg, acadet branch of the House of Ardennes. He had possessions from his father in Upper Lorraine. At the center of his dominions he built the fortress of Luxembourg in 963. A town soon grew up around the castle. Though he used the title of count, the title "Count of Luxembourg" was onlyapplied to William some 150 years later. Around 950, he married Hedwig of Nordgau (937-992), daughter of Eberhard IV of Nordgau. They had the following issue:
Henry I of Luxembourg Siegfried, cited in 985 Frederick I, Count of Salm and Luxembourg, married Ermentrude of Gleiberg, daughter of Heribert I, Count of Gleiberg and Ermentrud (Imizi). Thierry II, Bishop or Metz Adalberon, Canon or Trier Poloaner, Count in the Moselgau, married Lolital Gislebert (d.1004), count in the Moselgau Cunigunda, married Henry II, Holy Roman Emperor Eve, married Gerard,
Count of Metz Ermentrude, Abbess Luitgarde, married Arnulf, Count of Holland a daughter, married Thietmar a son, married Mietzer
Hij is getrouwd met Hedwig (Edith Hedwidge Hadwig) von Nordgau.
Zij zijn getrouwd in het jaar 950 te Lorraine, Alsace, Frankrig, hij was toen 27 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen