Zij had een relatie met Jan van Adrichem van de Bloemenvenne.
Zij kwam twee maal zonder toenaam samen met haar man Jan van Bloemenvenne voor bij transacties met de abdij Leeuwenhorst. De eerste twee maal bleek Floris van Alkemade hun neef, in 1336 noemde Dirk van Teilingen hem oom.
De eigen naam van Jan van Bloemenvenne, die nog twee maal in akten van Leeuwenhorst voorkwam, geeft te denken. Bloemenvenne was immers het goed in Warmond, dat de familie in 1293 had verpacht! Zou Jan misschien een Alkemade zijn? Alles wordt echter duidelijk bij lezing van het randschrift van zijn zegel aan de oorkonde van 1331. Hierop leest men namelijk de naam van zijn eigen familie: ...dricem. Zijn wapen was: een leeuw, beladen met een barensteel van drie hangers, waar overheen een schuinstreep. Daaruit volgt, dat hij behoorde tot de familie Van Adrichem, tak van Brederode, en wel tot het gezin van Floris van Schoten alias Van Adrichem en diens vrouw Brechte van Rolland. Nu begrijpen wij, dat hij als jongere zoon zijn naam had aangepast aan een erfgoed van zijn vrouws familie.
Ook in het vervolg zien wij Jan van Bloemenvenne alleen bezig met bezit van de familie Alkemade in achtereenvolgens Maasland, Alkemade en Warmond, dat hij in 1329 en 1333 aan de graaf van Holland opdroeg. Zijn vrouw heette toen Katelijne (bron: dr. J.C. Kort, 'Van Alkemade 1200 1782', in: De Nederlandsche Leeuw jaargang 114 (1997), nr. 6 8, kolom 250 261, aldaar 258). Jan van de Bloemvenne is Jan van Adrichem ? (MvB).
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.