Provinciale Drentsche en Asser Courant 15 januari 1895
Rechtbank te Leeuwarden
Leeuwarden, 14 Jan. In de zitting van het Gerechtshof, bestemd tot behandeling van strafzaken en gepresideerd door den heer mr. W. Terpstra, is een hooger beroep behandeld, ingesteld door Berend Pluim, 21 jaren, geboren te Zwartsluis, boerenknecht te Ruinerwold, van een vonnis der Rechtbank te Assen, waarbij hij wegens mishandeling is veroordeeld tot 3 maanden gevangenis straf; rapporteur de Raadsheer mr. A. Greebe.
Den 16 Sept. l.l. reden de heeren W.A. Stokhuijzen en H.Johs. v.d. Veen op velocipèdes van Ruinerwold naar Meppel en toen zij het gehucht Tweeloo passeerden ontmoetten zij 4 personen op den weg. De eerstgenoemde die achter reed, werd met zijn velocipède omver gegooid en kreeg van een dier personen een slag met een gesloten mes op het hoofd. De ander, de heer v.d. Veen, keerde zich om ten einde te zien wat er te doen was en toen de heer Stokhuijzen weer met zijn velocipède overeind was, reden ze zoo vlug mogelijk weg, nu de heer v.d. Veen achter. Toch werden ze door die personen achtervolg en v.d. Veen over de geheele lengte van zijn rug door de kleeren gesneden.
Hiervoor heeft appellant met zekeren Roelof F. terecht gestaan ter zake dat zij W.A. Stokhuijzen hebben geslagen en H.J. v.d. Veen hebben geslagen, gesneden en verwond, althans diens kleeren hebben stuk gesneden.
Na het getuigenverhoor voor de Rechtbank achtte de offic. van just. alleen bewezen, dat Berend Pluim den heer Stokhuijzen heeft geslagen en requireerde dat deze daarvoor tot 1 maand gevangenis zou worden veroordeeld, doch overigens vrijgesproken en Roelof F. geheel vrij gesproken zou worden.
De Rechtbank heeft in dien zin beslist, behalve dat zij de straf op 3 maanden bepaald heeft.
Appellant beweerde dat hij het niet gedaan had, maar den adv.-gen., jhr. mr. F. van Panhuijs, kwam het voor, dat zijn schuld voldoende bewezen was door de verklaringen van de getuigen en zijn eigen bekentenis aan den wachtmeester der marechaussees Meijers en acht het zelfs waarschijnlijk dat hij v.d. Veen ook gesneden heeft. Hij staat ongunstig bekend en als een gevaarlijk persoon. ZE.G.A. vorderde bevestiging van het vonnis.
Uitspraak Donderdag a.s.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 2 maart 1918
Rechtbank te Zwolle
Jan van Wendel, Berend Pluim, te Zwartsluis, haalden zakken weg uit een gebouwtje van het waterschap aan den weg Hasselt-Zwartsluis. In Meppel in het café van Smelt boden zij den buit te koop aan - eerst aan Rijkeboer, die het niet hebben wou, toen aan Pothof. 't Geld deelden ze. Een paar dagen later namen de beide beklaagden steigertouwen weg - waar ze ook in Meppel afzetgebied voor vonden. Na weer een paar dagen haalden ze weer eens zakken weg - toen zijn ze echter gesnapt.
Van Wendel bekent grif; Pluim heeft hem verleid, zegt hij. Pluim echter is de pas-geboren onschuld zelve: hij "weet van niks", van Wendel kan wel zoveel zeggen!
De opzichter van het magazijn van 't waterschap Hasselt en Zwartsluis constateert een verlies van plm. 50 zakken en 12 steigertouwen.
"Die meneer kan wel zeggen dat 't zijn touwen zijn", zegt Pluim: "ik heb die touwen eerlijk gekocht". Van wie? 'n Onbekende, zegt Pluim.
De heer Jalink heeft uit zijn pakhuis te Zwartsluis "uithaalders" en een turfmand vermist. In Pluim's bezit werden die gevonden. Pluim ontkent: de mand kocht hij in Meppel, de "uithaalders" leende hij van den heer Jalink, die echter onmiddelijk het "leenen" pertinent tegenspreekt. Wèl leende Pluim vroeger dingen van hem, maar die al lang en breed weer terug.
De President informeert of Pluim soms de mand óók van een onbekende kocht? Pluim zegt ja en betuigt zijn spijt dat hij wel "onschuldig" bestraft zal worden.
Eisch 8 maanden voor P., 6 maanden voor van Wendel.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 7 maart 1918
Rechtbank te Zwolle
7 Maart. De rechtbank heeft het navolgende vonnis gewezen:
Jan van Wendel, 18 jaar, varensgezel en Berend Pluim, 45 jaar, los arbeider, beiden te Zwartsluis, wegens het voortgezet misdrijf van diefstal in vereeniging in Januari j.l. aldaar, no. 2 bovendien wegens diefstal in die maand aldaar, no. 1 tot 3 maand en no. 2 tot 6 maand gevangenisstraf.
idem 1900
idem 1905
idem 1908
idem 1919
Hij is getrouwd met Anna Jacoba Kisjes.
Zij zijn getrouwd op 10 april 1897 te Zwartsluis, hij was toen 24 jaar oud.Bron 6
Albert Pluim was hierbij getuige.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Berend Pluim | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1897 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anna Jacoba Kisjes | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||