Zwartsluis, 21 Jan. Heden middag had het ijs bijna weer twee slachtoffers geëischt. Twee knapen van twaalf jaar, zoontjes van A. Schaapman en R. Wagter alhier, die zich op de trekgaten met een slede vermaakten, hadden het ongeluk in een wak te geraken. Gelukkig werden zij van de Arembergergracht opgemerkt door de hh. H. Steenbergen en H. Thorbecke alhier, aan wie het na veel moeite gelukte, met de inmiddels van verschillende zijden toegeschoten hulp, mocht gelukken de knapen op het droge te brengen.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 18 mei 1907
Rechtbank te Zwolle
Hendrik Thorbecke, 38 jaar, winkelier te Zwartsluis, werd bij vonnis van het kantongerecht te Zwolle, dd. 18 April 1907, ter zake van het zich in kennelijken staat van dronkenschap bevinden op den openbaren weg, gepleegd bij derde herhaling, veroordeeld tot 3 dagen hechtenis en opzending naar een rijkswerkinrichting voor den tijd van 6 maanden.
Mr. J. van Setten trad destijds als gemachtigde en verdediger voor hem op en kwam direct tegen dit vonnis in hooger beroep.
Thans werd deze zaak voor de rechtbank behandeld en was Thorbecke persoonlijk verschenen.
In de eerste plaats werd Egbert Hagevoort, gemeente- en onbezoldigd rijksveldwachter te Zwartsluis, als getuige gehoord, die verklaart appellant op de in de dagvaarding omschreven tijd na aankomst van een boot in kennelijken staat van dronkenschap te hebben ontmoet. Thorbecke is toen het wachthuis binnengegaan, waarheen getuige ook ging, om zich, nog meer van zijn dronkenschap te overtuigen.
Getuige heeft hem aangeraden naar huis te gaan waarop deze hem vroeg: "Pik je mij dan op?" waarop Hagevoort hem ten antwoord gaf: "Ik heb je al bekeurd toen je van de boot afkwam."
Door den verdediger van Thorbecke - mr. Van Setten - waren als getuige à décharge gedagvaard Gerrit Koppers en Hendrik Krop.
Koppers heeft Thorbecke na aankomst van de boot gesproken, bij welke gelegenheid deze aan getuige om een sigaar vroeg, waarop hij hem antwoordde, geen sigaren bij zich te hebben. Een massa volk stond voor het huisje te wachten.
Getuige Krop verklaart: ik heb Thorbecke na aankomst van de boot zien loopen naast een door een ander persoon voortbewogen wagen. Hij hield zich met een hand aan het voertuig vast, overigens kon ik aan hem niets bespeuren. Beklaagde voegt hieraan toe, dat hij dit deed om den man - een oude knecht van hem - te helpen schuiven tegen de hoogte op.
Het O.M. vraagt bevestiging van het door den kantonrechter gewezen vonnis.
Mr. Van Setten begint met het te zeggen, dat hij nog nimmer met zooveel hoop naar het paleis van justitie was gegaan als op 18 April jl. om als gemachtigde van appellant op te treden, maar ook nog nimmer zoo terneergeslagen en ontmoedigd daarvan was teruggekeerd.
Het O.M. noemde Thorbecke een dronkaard, omdat die herhaaldelijk misbruik maakte van sterken drank en herhaaldelijk dronken is, zonder te worden bekeurd. Hiermede kon verdediger in het geheel niet meegaan; hij kan hem niet anders dan een zeer diep ongelukkig man noemen. Hij is een man uit een zeer fatsoenlijke familie, te Zwartsluis algemeen bemind en geëerd. Het is een ziekte van hem; hij kan, hoe gaarne hij ook wil, de drank niet laten staan.
Op het sterfbed vroeg zijn moeder hem, haar voor zij haar oogen voor altijd sloot, te willen beloven nimmer weer sterken drank te gebruiken. Hij heeft deze belofte niet kunnen en niet durven afleggen, omdat hij wel wist, dat hij zich daaraan niet zoude kunnen houden. Vanaf zijn laatste veroordeling in April 1906 tot het tijdstip waarop hij opnieuw door Hagevoort bekeurd is geworden, dus ruim 11 maanden, is hij geheel buiten den sterken drank gebleven en heeft geen droppel gebruikt.
Op zekeren dag echter voor zaken op reis zijnde, krijgt hij tandpijn en niet standvastig zijnde, laat hij zich overhalen om een glas jenever te nemen en dit door den mond te spoelen, met het gevolg dat er van één, 2 en meer kwamen en hij smoorlijk dronken thuis kwam. Dit was daags voor hij de bekeuring opliep, waarvoor hij thans terecht staat.
Toen nu Thorbecke bij verdediger op het kantoor kwam, heeft deze hem geducht onder het oog gehouden, dat hij een zeer groot eind op weg was om voorgoed te gronde te gaan.
In overleg met ds. Koekebakker te Zwartsluis en ds. A. van Wijk te Zwolle heeft pleiter hem zoover weten te bewegen, dat hij hunkerde naar den dag dat hij onder curateele zoude worden gesteld, en zich bovendien heeft aangesloten bij den Geheelonthoudersbond. Pleiter deelt de rechtbank mede, dat een en ander reeds is geschied en dat het zijn vaste overtuiging is, dat zijn diënt de jenever zal blijven verafschuwen.
Moet nu deze man, die thans weder op den goeden weg is, voor goed worden vernietigd? Zal het verblijf in een rijkswerkinrichting niet veel eer hem het beetje goeds wat in zijn hart zit er nog uithalen in plaats van hem te verbeteren? Pleiter is van meening, dat juist het opleggen van een lichtere straf - een paar dagen hechtenis - hem op den goeden weg zal houden. Pleiter ziet dan ook met het volste vertrouwen het vonnis der rechtbank tegemoet en hoopt en vertrouwt dat de rechtbank niet zal meegaan met het requisitoir van het O.M. en zoodoende al het goede, hetgeen door genoemde heeren is tot stand gebracht weder zal vernietigen.
Pleiter betwist in 't geheel niet het leveren van het wettig en overtuigend bewijs, doch verzoekt alleen op zijn cliënt niet de zwaarste straf op te leggen.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 24 mei 1907
Rechtbank te Zwolle
23 Mei. De Rechtbank heeft het navolgende vonnis gewezen:
Hendrik Thorbecke, 38 jaar, koopman en winkelier te Zwartsluis, wegens openbere dronkenschap in derde herhaling (appel vonnis kantonr. te Zwolle). Dat vonnis is bevestigd, doch de straf veranderd in 3 weken hecht.
Schager Courant 15 mei 1920
Arrondissements Rechtbank te Alkmaar.
Zitting van 11 Mei 1920.
Een "Thorbecke" onwaardig.
De 51-jarige Hendrik Thorbecke, een los werkman, op 30 Juni 1868 te Zwartsluis geboren en laatstelijk wonende te Alkmaar, heeft daar op den 29en Maart j.l. zich "opzettelijk en wederrechterlijk" een granaten halsketting met gouden slot toegeëigend, wat den geachten heer Officier aanleiding gaf, hem te doen dagvaarden ter zitting van heden.
Juffrouw J. Otting, een dochter van Thorbecke's nicht, was de wettige eigenaresse van de kostbare halsketting en de 39-jarige Alkmaarsche schoone waagde er haren oud-neef na diens snood misdrijf aan en liet hem voor de vierschaar dagen. Van onnoozelheid ter zitting zal niemand vriend Heinrich hebben willen betichten. Hij bekende de gapperij en ook wou hij het wel weten, dat hij het halssieraad voor vijf ronde guldens bij de weduwe Plas in het Payglop had verkocht.
De O. v. J. eischte drie maandjes.
Mr. Sluis, verdediger, haalde in zijn pleidooi aan dat Hendrik zoo waar nog wis en waarempel bloedeigen familie is van den bekenden grooten staatsman Thorbecke. Je zou zeggen.......
En beklaagde, die in concubinaat met deze vrouw leefde en zinnigheid had om haar te huwen, terwijl hij recht filosofisch is aangelegd, was...... ja...... tot het feit gekomen.
Bewezen was 't.
Thorbecke zit min of meer vast aan een andere vrouw, zei raadsman, maar is toch voornemens om met juffrouw Otting in het huwelijksbootje te treden. En nu heeft Thorbecke de wat voorbarige stelling: "al het uwe is het mijne", al reeds gehuldigd. Pleiter concludeerde tot geringere straf. En de heer Officier kon niet nalaten nog even de veronderstelling lucht te geven dat de groote Thorbecke zich zeker in zijn graf zou omkeeren als hij 's pleiters woorden zou hebben kunnen hooren.
(N.B.: Juffrouw J. Otting is zeer waarschijnlijk Jentje Ottink, geboren 19 oktober 1880 te Zwartsluis.)
Kantongerecht Zwolle 17 oktober 1907
Veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf wegens dronkenheid gepleegd bij 4e herhaling
Ingesloten in het R.W.I. te Hoorn vanaf 26 oktober 1907 t/m 26 oktober 1908.
Signalement: lengte 1,63 m., ovaal aangezicht, laag voorhoofd, gewone neus en mond, ronde kin, blauwe ogen, blond haar, blonde wenkbrauwenen blonde knevel.
Kantongerecht Maastricht 22 mei 1909
Veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf wegens dronkenschap na ontslag uit R.W.I.
Ingesloten in het R.W.I. te Hoorn vanaf 14 augustus 1909 t/m 14 augustus 1910. Op 17 augustus 1909 vrijgekomen wegens verzet van het vonnis.
Kantongerecht Maastricht 3 augustus 1909
Veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf wegens dronkenheid na ontslag.
Ingesloten in het R.W.I. te Hoorn vanaf 6 september 1909 t/m 3 september 1910.
Arrondissementsrechtbank te Zwolle 3 november 1910
Veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf wegens dronkenheid bij 5e herhaling.
Ingesloten in het R.W.I. te Hoorn vanaf 8 november 1910 t/m 8 november 1911.
idem 1898
idem 1900
Hij is getrouwd met Geertruida Jennetta Slot.
Zij zijn getrouwd op 9 april 1896 te Zwartsluis, hij was toen 27 jaar oud.Bron 4
Kind(eren):
Het echtpaar is gescheiden 13 juli 1908 te Zwolle.Bron 5
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik Thorbecke | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1896 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertruida Jennetta Slot | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||