Op 7 oktober 1650 is in Voorschoten Pieter de Vries, voerman binnen Leiden, arrestant en eiser contra Claes Jorisz van Rijn wonende te Oegstgeest, gedaagde om zijn in beslag genomen koe en kalf te komen verantwoorden, en op 11 november 1651 wordt getuigenis geleverd door Claes Jorijsz van Rhijn, wonende te Oegstgeest, oud 47 jaar 277.
Op 13 september 1652 geeft Claes Jorysz van Rhijn wonende in Oegstgeest, vader en testamentaire voogd van zijn zoon Jorys gewonnen bij zijn eerste huisvrouw Maritgen Claesdr, machtiging aan zijn moeder Neeltge Adriaens, weduwe van Jorys Claesz van Rhijn, en zijn zuster Machtelt Jorys, in het proces met Vranck Claesz wonende te Berckel vanwege 't overlijden van de moederlijke bestevader Claes Vrancken van zijn kind 278.
Op 31 januari 1654 verklaart Claes Jorisz van Rhyn, wonende onder Oegstgeest achter Rustenburch, te kennen gevende dat zijn moeder Neeltgen Adriaensdr van der Aa, in haar leven weduwe van Joris Claesz van Rhyn, bij haar testament verleden op 21 juni 1652 bij deze notaris hem heeft aangerekend de 4250 gld die hij conform hetzelfde testament van zijn moeder had genoten, en dat zijn moeder in plaats van zijn legitieme portie hem daarin institueerde, nu geaccordeerd te zijn met zin zuster Machtelt Jorysdr van Rhyn dat zij hem op meidag eerstkomende nog zal aantellen 300 gld, waarmee hij wel voldaan is 279.
Hij is getrouwd met Marijtgen Claesdr.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.