26 sep 1720 201 Verkoop, cessie en transport door Anneken Wansink weduwe van J. Hemink van de ½ Kleijn Breuckink caterstede aan Albert Jansen Broers
10 maart 1735 – testament van ALBERT JANSEN met legaat van 100 car.gl. aan de armen door Henrik Gerrijtsen Mulder verdeeld en uitgeteld, aan het oudste kind Henders van Gerrijt Veltcamp in Laren (25 car.gl.), aan zijn susters soon Heiltien Jansen en zijn sal: vader Jan Nijlant, Jan Jansen genaamt het halve campien zijnde int geheel ongeveer ses schepel gesaeij groot genaamt ’t heijen campien, en tenslotte nog aan Derk Berentsen Broer al hetgeen deze aan testator schuldig is alsmede de overige schapen. Hij stelt vervolgens als erfgenamen zijn zusters Maria, Aaltien Jansen, Heiltien Jansen, en zijn broer Jan Jansen en zijn zwager Teunis Kleijne Breukink en zijn vrouw Fenne Jansen. Testator institueert, onder meer, zijn broer Jan Jansen en Heiltien Jansen onder haar beijden in het halve plaatsien Kleijne Breukink , bestaande in ’t huis en onderhorige landerijen, ovends en putte, Teunis Kleijne Breukink en Fenne Jansen krijgen de andere helft met dien verstande dat Heiltien Jansen sal behouwden het soldertien in ’t huis voor de ijms werktuigen. Voorts zal testators zuster Heiltien Jansen en haar zoon Jan Jansen behouwden en profiteren alle zijne ijmen, ijmenhuijs, met alle werktuigen en andere gereedschap alsmede het voorhoning, onder conditie dat zij Heiltien aan Teunis Kleijne Breukink zal geven vijf ijmen die redelijk goed zullen zijn
13-jun 1735 111vo Schuldbekentenis van Jan Stroek en Hendrikjen Waanders aan Jan Jansen Broers van een somma van 200 car. gulden, met als hypotheek en onderpand hun Stroeks katerstede
Albert Jansen | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.