14.06.1750 BERENDINA, d. van Harmen Kelholt en Maria Muetstege , ehel. (Schependomb).
Overleden voor:
1788-08-07 - opdragt Harmen Jebbink, Vosstede, Vosstuk, Eschederweerth, Maria Muetstege overleden vrouw van Harmen, Jan Schuilenbarg, Janna Harmsen Jebbink vrouw van Jan, Christoffel Radink, Hendrica Harmsen Jebbink vrouw van Christoffel, Garrit Harmsen Jebbink, Henders Altena vrouw van Garrit Jacob Willemsen, Aaltjen Harmsen Jebbink vrouw van Jacob, Richard Terink, Derkje Hesselink vrouw van Richard, Gellius Hendrik Spies momber, Andreus Schik momber, Berendina Harmsen Jebbink overleden eerdere vrouw van Richard, dochter van Harmen Jebbink, moeder van zijn kinderen, [Jan] Jebbink, Aaltjen Meijerink vrouw van Jebbink (Jan) [SAZ 338-253 Tafel Kerspel Gorssel, Miscellanea]
Bron: http://www.siskens-van-heijst.nl/Familie/ps06/ps06_074.htm
Zij is getrouwd met Richard Teerink.
Zij zijn getrouwd
Den 2 augustus van Jan Jebbink en deszelfs ehevrouw Aaltjen Meijerink, 25 guldens, wegens het erve en goed de Vossteede en het daar onder gehoorende zoogenaamde Vosstukke met alle ap- en dependentien, rechten en gerechtigheeden, in specie meede twee koeij- en een kalfweijdens op den Eescheder Weert, in den scholtampte van Zutphen, kerspel Gorssel, buurschap Eschede, kennelijk geleegen. Aangekogt van derzelver vader en schoonvader Harmen Jebbink, weduwenaar van Maria Meutsteege, voor de eene helfte, mitsgaders de overige helfte van derzelver broeder, swagers, zusters en schoonzusters, met namen Jan Schuijlenborg en deszelfs ehevrouw Janna Harmsen Jebbink voor 1/6 gedeelte, Christoffel Radink, in huwelijk hebbende Hendrika Harmsen Jebbink voor 1/6, Garrit Harmsen Jebbink en Henders Altena, ehelieden voor 1/6, Jacob Willemsen, getrouwt aan Aaltjen Harmsen Jebbink voor 1/6, en eijndelijk van Richard Teerink en Derkjen Hesselink, ehelieden, pro se, en gezeide Richard Teerink in qualiteit als vader en voogd, mitsgaders Gillius Hendrik Spies en Andreäs Schik, als momberen over zijne twee twee minderjarige kinderen, met naamen Hercules en Anna Maria Teerink, in een voorig huwelijk bij Berendina Harmsen Jebbink ehelijk verwekt, bij resolutie van een weledele groot achtbare magistraat der stad Zutphen, als judex pupillaris de dato den 26 julij dezes jaars en bij decreet van een weledelen scholten gerichte van Zutphen, als judex rei sitae de dato 29 julij daar aan volgende, daar toe geauthoriseert, te zamen voor 1/6 gedeelte (zijnde den koperen voor ’t overige 1/6 zelfs erfgenaamen) als zijnde verkooperen van de laatste halfscheid alle te zamen erfgenaamen van hunne respective moeder, schoonmoeder en grootmoeder, Maria Meutstege voornoemd, en wel voor ofte teegens 3000 guldens in het geheel, en dat voor zoo verre de 5/6 parten van de wederhelfte betreft ad 1250 impost subject, zijnde de helft van zijn vader aangekogt ad f. 1500 guldens, en deszelfs eigen 1/6 ad f. 250 guldens van de wederhelfte daar van vrij, den 19 julij en 2 augustus 1788
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Berendina (Harmsen) Jebbink | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.