05.07.1778 HARMINE, geboren den 2 julij
vader Harmen Botterboer op Nijboer in Kl. Duchteren - moeder Geertruid Plumpmans.
Overleden op Klein Ovink in Oolde.
Zij is getrouwd met Willem Brinkman.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 6 juli 1794 te Laren, zij was toen 16 jaar oud.
13.06.1794 - 06.07.1794 - WillemBrinkman, Z. van Wijlend Hendrik Brinkman onder Laaren, & Harmina Boterman, D. van Wijlend Harmen Boterman onder Almen woonende.
Na drie Proclamatien zo te Almen als alhier in den H.E. alhier bevestigd
SAL 1104-175,14-6-1794 Harmina erft de goederen van de bouwerij Klein Ovink en moeten daarvoor haar moeder onderhouden.
(bron: Regionaal Archief Zutphen, Archief nr. 1.105, inv.nr. 20-24, akte nr.533)
Testamentaire dispositie van Harmina Botterman op Klein Ovink in Laren.
Voor mr. Ernst, Ferdinand, Florantius, Spijker, openbaar gepatenteerd notaris, residerende in de gemeente en Kanton Lochem, Kwartier Zutphen, Provincie Gelderland, en in tegenwoordigheid der vier hierna te noemen en expresselijk hiertoe geroepene getuigen, Compareerde Harmina Botterman, van beroep landbouwster, Ehevrouw van Willem Brinkman, landbouwer wonende op het Erve Ovink, in de buurschap Oolde onder de gemeente van Laren, in het Kanton Lochem, werwuards ?? wij ondergetekende notaris op verzoek van comparante ons met de natemeldene getuigen heben begeven. En heeft Zij comparante, ter dezer acte van de maritate magt ontslagen, en handelende op haar eigen naam, volkomen gezond naar ziel en ligchaam, en in het volle bezit harer verstandelijke vermogens, gelijk bleek uit hare redeneringen en gesprekken, zo met den ondergetekenden notaris, als met de getuigen gehouden, begerende uit overdenking van de zekerheid des doods en den onzekeren ogenblik van dien, alzo in tijds eenige beschikking omtrent hare nalatenschap daar te stellen, dienvolgens gemaakt en opgegeven aan den ondergetekenden notaris, in tegenwoordigheid der vier gemelde getuigen haar testament en bevel van uiterste wil, het welk mij ondergetekende notaris dan dadelijk hebben geschreven zodanig, als het door haar testatrice is opgegeven, en hierna volgt. Vermids mijn man en ik gedurende verscheidene jaren veel genoegen gehad en ondervonden hebben van onze nicht Geertjen Brinkman, die bij mij in huis is, en ik mij vleije bij voortduring zulks te zullen hebben, wil ik dan ook van mijne zijde voor de menigvuldige blijken van hartelijke toegenegenheid, die gemelde onze nicht mij altijd heeft bewezen, haar zoveel mogelijk, eenige vergelding doen. Diensvolgens geve en legatere ik aangemelde mijn nicht, Geertjen Brinkman, thans bij ons inwonende, mijn gerichte aandeel, zijnde de halfscheid, aan de gehele Bouwerije op het Erve Klein Ovink voorhanden, bestaande in paarden, beesten, varkens, bouwgereedschappen, mest en mestregt, gedorst en ongedorst koren, te veld staande vrugten, hooij en stroo, en in het generaal van alles, wat onder eene bouwerije kan begrepen worden, voorts mede de halfscheid van onzen inboedel des huizes, bestaande in tafels stoelen, kisten en kasten, koper tin, aarde, glas, hout en mandenwerk voor handen zijnde bedden met hun toebehoren, gemaakt en ongemaakt linnen, en in het algemeen van alles wat onder inboedel des huizes kan begrepen worden, en bij mijn overlijden zich op het Erve Klein ovink zal bevinden, alles ten einde gemeld mijne nicht, dadelijk bij mijn overlijden over al het gunt voorschreven naar welgevallen moge kunnen beschikken, zonder daarvan iets te behoeven uit te keren, dan alleen, eene som van vijftig guldens voor mijn aandeel aan Harmen Dollekamp, zodra dezelve den ouderdom van agttien jaren zal bereikt hebben, makende die som, met eene gelijke som door mijnen Eheman aan gezegden Harmen Dollekamp versproken, de som uit van Eenhonderd guldens. Voor den ouderdom van agttien jaren deze Harmen Dollekamp overlijdene, zal gemelde mijn nicht van die uitkering verschoond zijn.
Ten tweeden. Ten opzichte van alle de overige goederen, die mijn Eheman Willem brinkman en ik te samen bezitten, roepe en benoeme ik voor mijn aandeel, voorbehoudens het vrije gebruik derzelver aan mijn gezegden Eheman, zo hij mij mogt overleven, zijn levenlang gedurende, tot Erfgenamen alle diegene, welke op den dag van mijn overlijden mijn naaste Erven. Zijn zullen, ten einde onder hun gelijkelijk verdeeld te worden kunnen egter mijne klederen en lijfstoebehoren zes weken na mijn overlijden door mijn eErfgenamen genoten worden.
Ten derden. Tein einde een ter gemelden mijnen Eheman het vrije en ongehinderd gebruik mijner nalatenschap, en zo verre ik bij dezen daarover gene bijzondere beschikking gemaakt heb, te verrekenen, en hij gene de minste onaangenaamheden hierover zal hebben te ondervinden, ontsla ik gemelden mijnen over zal hebben te ondervinden, ontsla ik gemelden mijnen Eheman Willem Brinkman van alle verpligting, om een inventaris daarvan overteleggen, of eenige zekerheid voor dat gebruik te moeten stellen --- Ik herroepe eindelijk bij dezen alle zodane beschikkingen van uitersten wil, als ik voor dagtekening dezes hier of elders, onder wat benaming die ook zouden mogen voorkomen, mogte gemaakt hebben, bepalend mij overzulks alleen bij de tegenwoordige als mijnen uitersten wil bevattende. Deze aldus gedaan opgegeven door de testatrice aan voornmoemden ondergetekenden notaris, in tegenwoordigheid der natenoemene getuigen, en geschreven, staande die opgave, door voornoemden notaris, door wien vervolgens in tegenwoordigheid en tn aanhoren der voorzeide vier getuigen dit testamen duidelijk is voorgelezen aan de testatrice, die daarop verklaard heeft dat alles wel te hebben verstaan en daarbij te volharden als haren wil volkomen uitdrukkende gedaan en gepasseerd ten woonhuise van de testatrice, in het hoofd dezes nader omschreven, voor den ondergetekenden notaris, op heden den twaalfden Januarij des jaars Eenduizend agthonderd twee ten twintig, in tegenwoordigheid van George Carel Iman Willem de Wolff, gepensioneerd Kapitein, Lammert Albert Eelderink, landbouwer. Steven Levenkamp, landbouwer en Arend Hulbers, wever, alle wonende onder gemeente van Laren, als getuigen hiertoe expresselijk geroepen. En heeft de voornoemde testatrice, benevens de vier getuigen na de gemelde voorlezing, met ons notaris ondertekend het tegenwoordig testament, het welk daarna in bewaring is genomen is van den ondergetekenden Notaris.
G.C.I.W. de Wolff E.F.F. Spijker Harmina Botterman
L.A. Eelderink S. Levenkamp Arent Hulbers,
Bron: E-mail Joke Bakker d.d. 17-01-2026.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Harmine Botterman | ||||||||||||||||||
1794 | ||||||||||||||||||
Willem Brinkman | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.