Let op: Echtgenoot (Hendrik Garrit Veldkamp) is ook haar neef.
Zij is getrouwd met Hendrik Garrit Veldkamp.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 29 mei 1868 te Laren, zij was toen 20 jaar oud.
Het echtpaar woont op de Wippert em Bloemendaal te Kring van Dorth.
Brandstichting "Bloemendaal" Kring van Dorth
Zutphensche Courant 19-04-1873
Zutphen, 18 April 1873.
Den 20sten Maart jl. ontstond er des middags brand op de bouwplaats "het Bloemendaal" gelegen in den Kring van Dorth (Gorssel) en bewoond door den landbouwer H.G. Veldkamp. Door den fellen wind aangewakkerd, was er al geen blusschen te denken en brandde het huis met de in de onmiddellijke nabijheid gestaan schuur in weinige oogenblikken tot den grond af.
Al zeer spoedig ontstond er vermoeden dat hier moedwillige brandstichting moest worden gedacht en viel het vermoeden op een 12 jarige knaap, Engelbert Harmsen, geheeten die bij Veldkamp besteed was. Deze vermoedens werden reeds dadelijk en gewichtig dat Harmsen in hechtenis werd genomen en den 9 April ll. voor de Arrond. Rechtbank alhier terechtstond.
H. G. Veldkamp, de eerste getuige ter terechtstelling gehoord, was bij het ontstaan van den brand niet tegenwoordig geweest, hij was des namiddags met zijn e paarden uitgereden en zag, toen tegen 5 ure uiswaarts keerde, reeds in de verte zijn huis brand staan. Hij spoedde zich her heen doch, te laat. Bij zijne komst vond hij het huis en de schuur reeds geheel afgebrand.
De 2e getuige, vrouw Veldkamp, was bij het gebeurde van den beginne af tegenwoordig geweest; ze bevond zich des namiddags omstreeks half 5 ure met haar kindje van 2 jaar en de meid in de keuken, terwijl beklaagde zich op dat oogenblik alleen op den deel bevond. Buiten hen was toen niemand in huis, daar haar man en de knecht beide uit waren. Op 驮s komt de beklaagde de keuken binnenloopen en met den uitroep ?de deel staat in brand? neemt hij het kind uit de wieg en begeeft er zich mede naar buiten. Oogenblikkelijk daarop gaat getuige met de meid naar den deel die echter reeds in volle vlam stond, met haar beiden trachtten zo eenige beesten in den stal los te maken, het gelukt haar echter slechts 2 stuks los te snijden en van den deel te verwijderen, toen het brandende stroo dat reeds naar beneden begon te vallen, hen dwong om, op lijfsbehoud bedacht, de andere 18 stuks vee aan hun lot over te laten, welke dan ook met den geheelen inboedel verbrand zijn.
Getuige Veldkamp en zijne vrouw verklaarden verder nog dat beklaagde een goed verstand doch hij streken had, hoewel zijn gedrag tot dusverre geen reden tot klagen had gegeven.
Beklaagde die en voor den burgemeester van ?. en voor den Rechter-Commissaris volledig bekend had: hoe hij reeds verscheidene dagen met het plan had rondgeloopen om het huis in brand te steken en slechts op eene geschikte gelegenheid had gewacht om zijn plan te volvoeren, wanneer de baas eens van huis was; hoe hij daarom reeds eenige tijd met een paar lucifers, die hij uit de keuken had weggenomen, in zijn vest-zak had rondgeloopen; hoe hij op den bewusten dag toen hij wist at de baas uit was gegaan met een lucifer wat stroo aan den varkensstal had in brand gestoken, na vooraf zijn Zondagsche kleederen te hebben aangetrokken om deze nog uit den brand te redden, en als reden waarom hij het huis had in brand gestoken opgegeven had, dat het hem bij Veldkamp niet meer beviel, omdat het er zoo eenzaam was, daar hij over de behandeling daar dit huis niet te klagen gehad had ? ontkende thans ter terechtzitting ondervraagd, alle schuld; niet ? tegenstaande en de president en de officier van Justitie hem bij herhling op zijne vroegere volledige bekentenis wezen en hem, het ongeloofwaardige van zijn ontkentenis onder het oog brengende, ?.. thans ook de waarheid getrouw te blijven ? niettegenstaande de cipier en de bewaarder van het huis van arrest, aan wie beklaagde onmiddellijk na zijne opsluiting ook zijne schuld had bekend, deze omstandigheid ook ter terechtzitting ?.. , bleef beklaagde te slotte bij zijne ontkentenis volharden.
Den 16 April deed de Rechtbank uitspraak. De Rechtbank nam als bewezen aan dat beklaagde moedwillig den brand had gesticht, en tevens dat daarvan te voorzien was dat menschenlevens in gevaar hadden kunnen worden gebracht. Zij besliste echter dat beklaagde ten deze onder oordeel des onderscheids had gehandeld daar, al moge beklaagde ook getoond hebben een voor zijne jaren goed ontwikkeld verstand te hebben, en zal zij het wel gebleken dat hij beseft had zich aan eene strafwaaridige behandeling te hebben schuldig gemaakt, het den rechter niet aannemelijk voorkwam dat hij zoude hebben geweten aan welk vreeselijk misdrijf hij zich schuldig maakte.
Dientengevolge werd Engelbert Harmsen vrijgesproken, maar gelastte de Rechtbank dat hij naar een verbeterhuis overgebracht, en aldaar gedurende zes jaren opgevoed en in hechtenis gehouden zal worden.
Bron: E-mail Gerda Stokreef d.d. 03-03-2022.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerritdine Schutte | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1868 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrik Garrit Veldkamp | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.