Harmen Pot werd op 17-09-1942 door de Duitsers doodgeslagen. Na de oorlog werden zijn stoffelijke resten bijgezet op de Holtense begraafplaats aan de Kerkhofsweg. Bron: Holten in oorlogstijd, pagina 46.
Woonde in Holten, Markeloseweg C1. Ongehuwd. Grondwerker. Nederlands Hervormd. Tijdens de meidagen van 1940 diende hij vrijwillig als soldaat na. In het voorjaar van 1942 is Pot samen met zijn zwager H. J. Rietman en H. Wegstapel door de Holtense politie gearresteerd. Het trio had bij de Espelose Bosschool, waar ze voor een firma uit Bathmen boswerkzaamheden uitvoerden, een stevige woordenwisseling gekregen met een daar ook werkende NSB'er. Een van hen, vermoedelijk Pot, zou in dialect tegen de NSB'er hebben gezegd: 'Was et mar un paar jaer later, dan woj opehangen' (Was het maar enkele jaren later, dan word je opgehangen). Het 'slachtoffer' deed aangifte wegens bedreiging en belediging. Alle drie werden na hun arrestatie naar het concentratiekamp Amersfoort vervoerd en na een half jaar naar Essen-Mülheim overgebracht. Wegstapel deed alsof hij last van zijn rug had en keerde al snel naar ons land terug. Rietman kreeg ontstekingen in zijn armen. Na drie maanden mocht hij Duitsland de rug toekeren. Pot, die in de meidagen van 1940 aan gevechten tegen de invallende bezetter had deelgenomen, is door de Duitsers doodgeranseld.
Bron: http://www.wo2slachtoffers.nl/bio/54049/genealogieonline
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Harmen Pot | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.