Overleden op Groterkamp
(1) Zij is getrouwd met Jacobus Rabelink.
Toestemming voor het huwelijk is 26 mei 1780 verkregen te Voorst.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 18 juni 1780 te Voorst, zij was toen 31 jaar oud.26.05.1780 Jacob Brink weduwnaar van Johanna Wilmsen onder Gorssel met Maria Gerrits J.D. onder Voorst. Na 3 Zondaagsche proclamatien den 18 Junij te Voorst getrouwd.
18.06.1780 Jacob Brink wedn. en Maria Garrits Get; Lambertus en Gertrui Garris
Voorst 18-06-1780 Jacob Brink wedn vw Johanna Willemsen v Gorsel xx Maria Gerrits jd v Gerrit Jansen en Teuntjen Gerrits v Voorst
Den 26 Maij 1780 voor den middag om half elf uuren voor mr. E.G.J. Crookceus stadholder en richter gerichtsluiden, Hendrik Visser en Hendrik Weenink.
Erschenen Jacob Brink weduwnaar van wijlen Johanna Willemsen en verzogte terwijl zig gedagte te veranderzaten dat momboiren mogen worden aangestelt over zijne onmundige dogter bij voornoemde zijne ehevrouw verwekt, met namen Harmientien, oud in haar tiende jaar, wien volgens bij dezen Weledelen Gerichte tot momboiren zijn genomineert en aangesteld Albert Braakman en Albert Ruvekamp, welke in judicio present zijnde, deze momboirschap hebben aangenomen en belooft der onmundigen beste te doen en ergste te wheren. S.A.L. De Super Stipulando. Eodem et coram Eisdem
Waarop erschenen de voorschreven momboiren en exhibeerden mits dezen staat en inventaris, voorts erfmagescheid met den vader der onmundige opgerigt, verklarende dat het onmundige daarbij niet benadeelt, maar het haare bekomen heeft. S.A.L De Super Stipulando.
Volgt het aangetogene magescheid
Op dag en dato ondergeschreven is tussen Jacob Brink als weduwnaar en erfuiter van zijn overleden huisvrouw Johanna Willemsen ter eene en Albert Braakman en Albert Ruvekamp als aangestelde en geconfineerde momboiren over de onmundige Dogter van ges. Jacob Brink, bij zijn voornoemde overledene huijsvrouw ehelijk verwekt, met naamen Hermentien ter andere zijde /naa voorgaande oprigtinge van een pertinente staat en inventaris en vlijtige examinatie van dien/ opgerigt en betekend dit erfmagescheid om te verstrekken tot schiftinge, scheidinge en delinge van den moederlijke boedel en zulks volgende gestalte en manieren.
Dat aanvankelijk des moeder wullen en linnen klederen, als mede enig goud en zilver door de momboiren voor het kind zullen bewaard worden.
Insgelijk belooft de vader aan zijn Dogter te geven, als het meerder jarig geworden is, een bedde, peuluwe, twee kussens, vier lakens en vier sloopen, waarin 25 kilo nieuwe ganseveeren, het beddegoed moet zijn van nieuwe Wiltig en terwijl des boedel voorraad zig te zamen is bedragende eene somma van,
negen honderd en zeventig guldens 1 stuiver dusf 970 - 1 – 0.
En de lastige schulden ad.f 530 - 12 – 0.
Dus na aftrek van de schuld blijftf 439 - 9 – 0.
Zo is ten beste van het onmundige vastgesteld dat de vader zal behouden alle gerede goederen en daar en tegens tot zijnen laste nemende boedelschulden en aan zijn onmundige Dogter voor het zelver moeders versterf zal toedeelen, gelijk toegedeelt bij dezen die gezegde halfscheid ter somma van tweehondert negentien guldens 14 stuivers en 8 penningen het geen hij aan zijn dogter zo ras dezelve twintig jaren oud geworden zal zijn, dadelijk zal uitkeeren of den interest tegen drie ten hondert te betalen, ten keuze van haar.
Belovende vervolgens de vader gezeijde zijne Dogter voor het genot van dien en voor de revenuen van de gereede goederen te zullen alimenteren en in kost en klederen te zullen onderhouden, voorts behoorlijk te laten leren lezen, schrijven en naaijen en in de vreese des Heeren op te brengen, verbindende hij voor dit alles zijn persoon en goederen, geene uitgezondert, specialijk die geene zo aan hem bij dezen worden toegedeelt, ten einde het zelve kind meerder jarig geworden zijnde daaraan desnoods haar toegedeelde erfportie zal kunnen en mogen verhalen, verklarende vervolgens condividenten in der minne hier mede van den andere te zijn gescheiden, zonder de een op den anderen eenige actie te reserveren.
Dies ten waaren oirconden hiervan twee alleens luidende gemaakt en door condividenten nevens bij wezende dedinglieden getekend binnen Zutphen den 26 Maij 1780.
Was met verscheidene handen getekent
Dit is het + mark van Jacob Brink
Quad testor J. Dercksen Rigter van Almen en Gorssel
Albert Rueverkamp als momboir
Albert Braakman als momboir
Berend Hendriks als dedingsman
Willem Polman als dedingsman
B. Wentink als dedingsman
Jan Hendrik Jansen als dedingsman
Bron, Scholtambt Zutphen, ORA 275, folio 31
Transcriptie Albert Elbertse E-mail d.d. 03-09-2023.
Kind(eren):
(2) Zij is getrouwd met Bernardus ten Velde.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 2 mei 1784 te Gorssel, zij was toen 35 jaar oud.
17.04.1784 Zijn alhier in wettigen ondertrouw opgenomen Berend ten Velde J.M. onder Almen met Maria Gerrits weduwe van Jacob Brink onder Gorssel. Welke na drie onverhinderde huwelijks voorstellingen zo hier als te Almen gehad te hebben op den 2 Meij alhier getrouwd zijn.
Zutphen 03.05.1784 3a maii 1784 Juncti sunt matrimonio Bernardus ten Velde et Maria van Groterkamp. testes fuerunt Reinera Scheuning, Gertrudes Versteege et Wilhelmus Schierling.
Het echtpaar woont op erve Grooterkamp in Gorssel.
Den 17 April 1784 voor de middag om 10 uur voor mr. E.G.J. Crookceus stadholder en richter gerichtsluiden, Hendrik Weenink en J.W. Bettink.
Erschenen Maria Gerritsen, weduwe van wijlen Jacob Brink, in deze zoveel nodig geassisteerd met G.J. Derksen, en versogte, terwijlen sig gedagte te verandersaten, dat momboiren mogen worden aangesteld over haar onmondig kind, bij voornoemde haaren eheman, ehelijk verwekt, met name Berendina oud 2 Jaar. Wien volgens bij dezen Weledelen Gerichte tot momboiren zijn genommeert en aangesteld Albert Braakman en Albert Ruvekamp, welke in judicio present zijnde deze momboirschap hebben aangenomen en beloofd der onmundige beste te doen en ergste te wheren. S.A.L. De Super Stipulando. Eodem et coram Eisdem
Waarop erschenen de voorschreven momboiren en exhibeerden mits dezen staat en inventaris, voorts erfmagescheid met de moeder der onmundige opgericht, verklarende dat ’t onmundige daarbij niet is benadeelt, maar het hare bekomen heeft. S.A.L. De Super Stipulando.
Op dag en dato ondergeschreven is tussen Maria Garritsen, als weduwe en erfuiterse van haar overledene eheman Jacob Brink ter eenre en Albert Braakman en Albert Ruvekamp, in qualiteit als bij een Weledelen Scholtengerichte de dato den 20 Maij 1780 aangestelde momberen over de minderjarige Dogter van ges. Jacob Brink, bij zijn voor overleden huisvrouw Johanna Willemsen verwekt, met name Harmientje, dan nog dieselve Albert Braakman en Albert Ruvekamp, als aangestelde en geconformeerde momberen over de onmundige Dogter van gez. Maria Garritsen bij haar voornoemde overledenen eheman Jacob Brink ehelijk verwekt, met name Berendina ter andere zijde /na voorgaande oprigtinge van een pertinente staat en inventaris en vlijtige examinatie van dien/ opgericht en beteekend dit erfmagescheid om te verstrekken tot schiftinge, scheidinge en deilinge van den vaderlijke boedel en zulx volgende gestalte en manieren.
Dat aanvankelijk des vader klederen, zoo linnen als wullen in ’t openbaar zullen verkogt worden ten meesten voordeele voor de kinderen.
Ingelijks beloof de moeder aan haar dogter Berendina als zij meerderjarig geworden is te geven, een bedde, peuluwe, twee kussens, vier laakens en vier sloopen, het beddegoed moet van nieuwe Twiltog en daarin 25 pond nieuwe ganseveeren.
En terwijl des boedels voorraad zig te zamen is bedragende, eene somma van,
een duizend en vier en twintig guldens, agt stuivers, dusf 1024 - 8 – 0.
En de lastige schulden ad.f 968 - 8 – 0.
___________.
Dus na aftrek van de schuld blijftf 55 -19 – 0.
Zoo is ten beste van de onmundigen vastgesteld, dat de moeder zal behouden alle gereede goederen en daar en tegens tot haaren laste nemen des boedelschulden en aan haar onmundige stiefdogter en dogter voor der zelver vaders versterf zal toedeelen, gelijk toedeelt bij deesen die geregte halfscheid ter somma van zeven en twintig guldens negentien stuivers 15½ penning en dus aan ieder onmundig kind dertien gulden en 9 stuivers en 15¾ penningen het geen zij aan de kinderen zo ras dezelve twintig jaaren oud geworden zijn, dadelijk zal uitkeren, of den intrest tegen drie ten honderd te betalen ter keuze van de kinderen.
Belovende vervolgens de moeder gezeide haare kinderen, voor het genot van dien en voor de revenu’s van de gereede goederen te zullen alimenteren en in koste en klederen te onderhouden. Voorts behoorlijk laaten leren lesen, schrijven en naaijen en in de vreese des heeren op te brengen. Verbinde zij voor dit alles haar persoon en goederen, geene uitgezondert, specialijk die geene zo aan haar bij deesen worden toegedeeld te einde dezelve kinderen meerderjarig geworden zijnde, daar aan desnoods haar toegedeelde erfportie zullen kunnen en mogen verhalen. Verklarende vervolgens condividenten in der minne hier mede van den anderen te zijn gescheiden, zonder de een of den andere eenige actie te reserveren.
Dies te oirconde zijn hier van twee alleensluidende gemaakt en door condividenten nevens bijwezende dedingslieden geteekent binnen Zutphen de 17 April 1784.
Was met verscheide handen geteekent
Maria GerritsenAlbert BraakmanAlbert Ruevekamp
Martijnus de KlerkWillem de KlerkWillem in den DamJoan Kroese
als dedinglieden
Bron, Scholtambt Zutphen, ORA 275, folio 115.
Kind(eren):
Dochter van Gerrit Gerrits (ook wel Jansen) en Antonia ten Have (ook wel Teuntjen Gerrits)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Maria Gerrits | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1780 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jacobus Rabelink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1784 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bernardus ten Velde | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.