genealogieonline

Geslacht de Haart in Nijmegen

Foto van Wim de Haart

De publicatie Geslacht de Haart in Nijmegen is samengesteld door (neem contact op). De gegevensverzameling bestaat uit 206 personen. Meer statistische informatie over de publicatie (zoals aantallen en spreiding van genealogische gebeurtenissen) is te vinden op de statistieken pagina.


Inleiding op het geslacht “de Haart”

Volgens aantekeningen van H.J. van ’t Lindenhout in het archief van Nijmegen behoort het geslacht “de Haerdt” tot de oudste uit Maas en Waal. In de 15e eeuw komen daar al personen met de naam “die (dije) Haer(d)t” verspreid voor: 

Ruim een eeuw na Claes die Haert wordt Henrick dije Haerdt vermeld als erfpachter tussen Maas & Waal, om preciezer te zijn te Winssen (B no. 977; 1556 jan 10). Mogelijk moet in dit dorp volgens Van ’t Lindenhout de oorsprong van dit geslacht worden gezocht aangezien de dragers van deze naam hier steeds zeer talrijk zijn geweest en er tot in de 20e eeuw nog gevonden worden. In de 16e eeuw kwamen niet minder dan drie leden van de familie uit Winsen naar Nijmegen en verwierven daar het burgerrecht. Het waren a) Arndt die Hardt, tymerman in 1545, b) Hermen die Haerdt in 1554, in hetzelfde jaar trouwt hij met Jutta (morgengave ingeschreven in schepenprotocol van 1554) en c) Arend die Haerdt, timmerman in 1555. Ook in later eeuwen bleef deze trek naar de stad van “de Haerdt”s uit Winsen aanhouden.

Toen de drie zo boven genoemde juist in een bestek van 10 jaren de burgerschap verwierven, treffen zij volgens Van ’t Lindenhout oud naamgenoten in de stad aan. Zo als onder meer uit de stadsrekeningen blijkt. Zij behoorden toen reeds tot de aanzienlijke ingezetenen en vervulden de eerste burgerfuncties in Nijmegen. Derick die Harde bezegelt namens Margareta de vrouw van Gaerdt Arndtszoen een acte van overdracht op 30 april 1535 te Nijmegen. Op 25 juni 1541 besluit onder andere ene de Hardt, meester van het Sinterklaasgilde, aan de raad van de stad de benoeming van mr. Engell Tolhuijss tot busmeester van de stad voor te dragen.

Van ’t Lindenhout geeft aan dat hij voor 1495 in de verschillende Nijmeegsche archiefbronnen geen leden van dit geslacht in de stad zelf vermeld, zodat hij aanneemt dat deze oudere de Haart’s allen behalve één afstammen van Johan, die in dat jaar burger werd. Na hem treft men Claes en Reijn de Haart aan. De eerstgenoemde was volgens Van ’t Lindenhout blijkens het stads rekenboek ‘metzelaar’ en beklede een ondergeschikte functie; in eenig verband met Reijn de Haart komt hij volgens Van ’t Lindenhof niet voor, zodat hij vermoedelijk een verwijderd familielid is geweest. Echter, in een brief van 20 december 1564 aan de stad Dordrecht staan beiden wel genoemd als Duytsche kooplieden in Rinsche en Elsater wijnen uit Nimmeghen. Zij protesteren tegen de verhoogde invoerrechten van 5 stuiver Brabants per aam op Duitse wijnen te Dordrecht geheven, als zijnde in strijd met de bestaande privileges en met de handhaving der gunstige handelsbetrekkingen tussen beide landen. Een familieverband kan er niet uit worden opgemaakt. Reijn zelf was blijken het Stads rekenboek wijnwaard en wijnkoper, een beroep dat in die dagen door de aanzienlijken werd uitgeoefend. Blijkens stads rekenboek 15, had Reijn de Haerd weer en zoon Johan, wat de afstamming uit de Johan van 1495 des te aannemelijker maakt. 

Overigens blijkt uit een inventarisatie van C. Th. Kokke van families met bezittingen in Nijmegen voor circa 1350 dat Arnoldus Harde op 6 december 1299 een stenen huis bezit (prope Walum). Naast hem ligt het erf van Albert Man (Berne). Op 15 maart 1337 bezit Arnoldus Harde een erfenis uit het huis van Dirk van Heynsbeke.



Probeer de service vrijblijvend

meer dan 7000 genealogen
gingen u voor!