Maria Petronella van Starkenburg is bekend als aquarelliste en als schrijfster van een aantal vaderlandslievende pamfletten in dichtvorm. Op ongeveer 23-jarige leeftijd publiceerde zij haar eerste gedicht. Met haar pamflet van 7 januari 1814ondersteunde zij de oproep van Willem I voor een algemene dank- en bededag voor de herwonnen onafhankelijkheid, een dag waarop alle ‘handwerkzaamheden, openbare bedrijven en vermakelijkheden geheel zullen stilstaan’. In 1818 volgde een gedicht ternagedachtenis aan P. Lalau, arts te Leiden, die ‘zulk een schaar van sterven behoedde’. Zij wilde in haar ‘kunstvak’ het beste van ‘ons dierbaar Vaderland’ vereeuwigen, zo schreef zij in 1822 aan W.P. Kluit, secretaris van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hierna zijn nog slechts twee werken van haar overgeleverd: een gedicht uit 1824 op het vijfde halve eeuwfeest van het beleg en ontzet van Leiden en een in memoriam-gedicht uit 1837 voor de ‘eerste Rijksvorstin’ Frederika LouiseWilhelmina prinses van Pruisen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Maria Petronella van Starkenburg | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.