(1) Hij is getrouwd met Marritje Alberts.
Zij zijn op 18 april 1613 te Harderwijk in ondertrouw gegaan.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Grietge Gerritss.
1651 maart 17, rec. 148, folio 38 en 38 verso. ( ORAH, copie 11:18/19 )
Voor Hoeclom en Brinck Schepenen Compareerden Jan petersen Visch endeGrietgen
Gerrits echteluijden gesont van verstande en lichaem, hebben malcanderend'eene
d'andere belijftuchtigt in drie darde deelen van haer huijs staendeachter de
muijr daer Tuintjen wouter maesens weduwe in woont, daer beneffens hebbenmal-
canderen belijftuchtigt in vijf en twintich gulden jaerlix soe lange dielangst
levende int leven blijft, en dat bij forme van testamente legaetencodicille
ofte woe sulx anders opt bundichste nae rechten soude cunnen moegenbestaen,
ordinerende haere erfgenaemen dese dispositie te achtervolgen en dat denoppo-
sant van dien van haere erffenisse versteecken sal sijn en blijven, Endesulx
uijt cracht van huwelixe vurwaerden den 23 novembris 1643 opgericht dieSche-
penen hebben gesien en gelesen sonder argelist actum den 17 martij 1651.
Zij zijn op 26 november 1643 te Harderwijk in ondertrouw gegaan.
1625 juli 22. rec. 145, folio 79 verso. ( ORAH, copie 15:359 )
Voor Brinck ende Arler Compareerden Brandt Albertss, Jan Peterss Vischnomine
uxoris Aeltgen Albertss ende Rende Scheen nomine uxoris Beertgen Albertssende
sich mede sterckmakende ende caverende de rato voor haer Suster GerritPeterss,
ende haer broeders ende Susters kinderen, ende mechtichden AlbertDirrickss
alle alsulcken Actien ende Saecken als sij met Gerrit Noijen ofte ijmandt
anders eenichsins uuijtstaende ende te doen hebben off naemaels crigenmoegen,
In omnibus ad Lites, Cum potestate substituendi ende ratificationeactorum.
Actum den 22. Julij 1625.
1625 september 26, resol.boek nr. 4, folio 172.
Evert Gosenss en Jan Peterss Visch momberen van Rende Egbertss Scheenkinderen.
1626 februari 8, rec. 145, folio 108 en 108 verso. ( ORAH, copie15:361/362 )
Voor Wenckum ende Tegnagel Richteren Tuichden onder presentatie van Eededes
noot sijnde Gerrit Bosch olt ongeveerlick 39 jaeren ende Jan Peters vanDri-
bergen Sieckenbesoecker olt 28 jaeren eenheilichlick hoe wel Elcx apartge-
vraegt sijnde, Dat sij ter instantie van Everdt Gosenss pro se ende medemet
Jan Visch als momberen van zaliger Rende Schenen kinderen ende LubbertRenden
ende Goerdt Eibertss als momberen van zaliger Peter Schenen kindttoegebodet
waren als recht is, hoe waer ende hen Getuigen noch wel indachtich is,Doe
sij luiden gehaelt bent bij Brouwertgen zaliger Egbert Schenen Weduwe,liggende
opt uuijterste aen een contagiense sieckte, Dat Brouwertgen doe onderanderen
verclaerden, Tot Albert Dirrickss in sijnen leven procureur voor desenEdele
Gerichte noch te hebben liggen hondert gulden aen gelt, Daer se geenhandt-
schrift aff en hadde. Actum den 8. februarij 1626.
1626 februari 14, rec. 145, folio 121 verso. ( ORAH, copie 10:15 )
Voir Jacob Voeth ende Tegnagel Schepenen ende OverwesenmeesterenCompareerden
Jr Lucas van Essen Rentmeister etc. ter eenre Ende Everdt Gosenss endeJan
Peterss Visch als momberen van zaliger Rende Egbertss Schenen kinderenende
Lubbert Renden als momber van zaliger Peter Schenen kindt, ter anderesijde
ende bekenden Dat sij veraccordeert waren Dat die voorschrevenRentmeester
Erflick hebben ende beholden sal huijs Schuire ende berch soe als d'selve
staende sijn opt Erve daer Rende Egbertss gestorven is, met 'tmiddelschot
bedstede ende balkslieten daer in sijnde, Waer voor die voorschrevenRent-
meester beloofde aenden voorschreven kinderen te betalen d'somme vannegentich
gulden hollandts stuck ad XX stuiver. Actum den 14 Februarij 1626.
( zie A-VI-c )
N.B.: berch, barch : hooiberg, korenberg.
: middelschot : tussenschot.
: blacksliet : lange dunne balk.
: sth : stuver, stuyver, stuiver.
1626 juli 9, rec. 145, folio 153 ? ( ORAH )
Gerritje ( Beertgen ) Albertss, weduwe van Rende Hartgerss ( leesEgbertss ),
bewijst haar twee kinderen de helft van haar goederen en een uitzet, metgoed-
vinden van Jan Peterss Visch en Gerrit Noijen, der kinderen vrunden.
N.B.: Marritje Albertss ( x Jan Peterss Visch ) is de zus van Gerritje
Albertss.
1629 januari 7, rec. 145, folio 254 en 254 verso. ( ORAH, copie15:369/370 )
Voir Jacob Voeth ende Tegnagel Schepenen ende Overwesenmeesterencompareerden
Thiman Everdtss ter eenre, ende Everdt Gosenss voor hem selfe ende medeneffens
Jan Peterss Visch momber van zaliger Rende Schenens kindt ende DriesGerritss
van Nunspeet momber van Peter Schenens kindt, ter andere sijden. Endebekenden
dat sij over hare questien ende verschillen soo van die sententie van dever-
beteringen uuijt cracht van hilicxvurwarden, als onkosten van dien, samptpre-
tensien van winst ende verschott, ten overstaen van de voorschreven herenOver-
wesenmeesteren veraccordeert ende verdragen sijn, dat den voorschrevenEverdtss
mette voornoemde momberen aen den voorschreven Thiman sullen uuijtrichtenende
daetlick betalen die Somme van Twe hondert gulden hollandts. Ende AlsooEverdt
Gosenss eenige Bruidegoms kragen ende anders tot sijne huise tot noch toege-
hadt heeft, heeft hij belooft daer voor te betalen ende erleggen dieSomme van
seven gulden hollandts. Waer mede dan die voorschreven partien bekendenten
eenemael van malkanderen gescheiden te sullen sijn ende blijven, Sonderdat de
eene eenige Actien ofte pretensien meer opte andere reserveert ofte tepreten-
deren heeft. Sonder argelist. Actum den 7. Januarij 1629.
Voir d'selve Schepenen bekende Thiman Everdtss die voorschreven Somme vanTwe
hondert ende Seven gulden hollandts van die voorschreven parthien tenvolle
ontfangen te hebben. Bedanckende hen daer van goede vermeuginge endebetalinge
des leste pennick mette eerste. Actum den 15. Januarij 1629.
N.B.: sententie : vonnis.
: hilicx : huwelijk.
: pretensie : eis, vordering.
: verschott : belasting, geldelijke inkomsten, aftrek.
1632 juni 28, rec. 145, folio 454 verso.( ORAH, copie 5:10 )
Voir Albert Voeth ende Brinck Schepenen machtichden Lubbert Cornelissende
Jan Peterss Visch als Gildemeesteren inder tijdt van hijerden, WillemFrene
in alle alsulcke saecken als sij tegen de Muntmeester halewijn ofteijmandt
anders Eenichsins te doen hebben ofte crijgen mogen, In omnibus ad litesCum
potestate substituendi et ratificatione Actorum. Actum den 28 Junij 1632.
N.B.: muntmeester: hij die het recht heeft geld te slaan of te wisselen,
bankier.
: in omnibus : in alles
: lis, litis : strijd, geschil.
: potestas : wettige macht, bevoegdheid.
: substituo : vervangen, in plaats van iets stellen.
: ratificatione : bekrachtigen.
1632 juli 4, rec. 145, folio 458 verso en 459. ( ORAH, copie 15:395/396 )
Voir Dedem ende Brinck Richteren Tuichde bij solemnelen Eede Reijer Soberolt
ongeveerlick 53. Jaeren, Daer hij ter Instantie van Lubbert Cornelissende Jan
Visch Peterss als Gildemeisteren van Hijerden toegebodet was als recht isHoe
waer is dat hij getuige tot Hijerden geboren ende opgevoedet is Ende vanJonges
aen waren gaen ende dickwils bij Beeckhuisen verkeert heeft. Ende dat dievan
Hulshorst ten oosten achter Beeckhuisen langens den Enck een Lijckwechplachten
te hebben, daer over sij haer doden volgden nae Ermell ter begraffnisse.Ende
dat door het graven van den Muntmeester Johan Halewijn gedaen ofte doen,die
gemelte Lijckwech ten deele aengegraven ofte vergraven is. Ende dat aendie
voorschreven Oostersijde een pael plege te staen soo lange hem machgedencken,
op een olt walleken, welcke pael nu onlangs, omtrent een maandt geleden,afge-
houwen is, dan dat hij getuige niet weet door wie, Dat oick Beeckhuisenten
Westen een olde walle plege te hebben, waer op oick een pale gestaenheeft.
Ende dat nu bij die nijuwe gravinge die Walle op de Westersijde nae deseStadt
aen oick verder uuijtgelegt is, als sij van olts plege te sijn, soo diepale
nu binnen die Walle staet. Ende dat die van Hijerden voornamelick diehoffstede
van Elbert Aerdtss op die dunen van olts langes Beeckhuisen haerSchaepsdrift
onbespiet plegen te gebruicken ten Oosten, Ende Pots Gilde daer langesten
Westen. Dat oick die van Hijerden onbespiet, soo lange hem getuigegeheucht
ende hij weet, ten Oosten ende te Westen langes die Beeckhuiser Wallehaer
plaggen plege hene te voeren uuijt het velt, Ende haer plaggen oick opdie
Streken te maijen int gemeine velt. Ende dat Halewijn voorschreven sijnschaep-
schot op die Streek van Pots heeft gesett ende verre ten Westen van deolde
Schotstede. Dat oick hij Getuige onlangs acht gulden tot Schutgelt heeftmoeten
betalen, vermits die Schoters van wegen de Muntmeester seiden, Dat dieSchapen
binnen die bepalingen op die bepote Wallen geweest waren ende groteschade ge-
daen hadden, Ende dat sijn Scheper naderhandt contrarie heeft geseijt:Seggende
die Schotinge vant velt te sijn geschiet. Soo waerlick moste hem GetuigeGodt
almachtich helpen. Actum den 4. Julij 1632.
N.B.: Schoter : hij die van gemeentewege het vee "schut", dat opandermans land
losloopt.
: schuttinge : schotinge: het opvangen van vee dat zich ergenswederrechte-
lijk bevindt
: scheper : schaapherder.
1632 juli 4, rec. 145, folio 459 verso. ( ORAH, copie 15:397 )
Voir d'selve Richteren ende ter Instantie als boven Tuichde bij EedeThonis
Dirrickss olt ongeveerlick 75. Jaeren, hoe waer is Dat hij tot Hijerdenge-
boren ende gevoedet is Ende van Jonges aen met gaen ende staen bijBeeckhuisen
verkeert heeft. Ende dat Beeckhuisen ten Westen een olde Walle plege tehebben
bij het Goer, Ende dat een pael stonde een stuckgen in het velt verbijBeeck-
huisen. Ende dat die Hijerders vornemelick die hoffstede van ElbertAerdtss
op die Duinen, van olt langes Beeckhuisen ten Oosten, haer Schaepsdriftonbe-
spiet plegen te gebruicken ende Pots Gilde daer langes ten Westen. Datoick,
soo lange hem geheucht, die van Hijerden onbespieckt ten oosten ende tenwesten
langes die Beeckhuiser Walle haer plaggen plegen heen te voeren uuijt hetvelt,
Ende haer plaggen oick op die Streken te maijen int gemeine velt. Van dereste
van de vragen als nijet gesijen mochte in lange jaren aldaer geweest tesijn,
nijet meer te weten. Actum ut supra.
1635 juni 22, resolutie boek nr. 6, folio 167. ( OAH, copie 6:10 )
Gijsbert soen int Spaensche Paerdt, om dat hij holt gehouwen heeft endeJan
Visch in zijn huis gedreicht hadt, is gecondemneert in - 10 guldendatelick
te betalen, off 8 dagen te water ende brode. Ende soo hij sich eenichmalsdaer
nae in dergelijcke vergrijpt, sal midts desen sijn gebannen.
Actum den 22 junij 1635.
N.B.: Gijsbert soen : Gijsbert Henricsz.
: Spaensche Paerdt : herberg in Hierden.
: Spaensche Paerdt : martelwerktuig, bestaande uit een kubus waar de
verdachte op de punt werd neergezet met eventueel
verzwaring aan de voeten.
1644 december 27, rec. 147, folio 88 verso en 89. ( ORAH, copie16:143/144 )
Voor Brinck ende Dedem Schepenen bekende Jan Mathijss Corporaal uijtenhanden
van Beerdt peterss ende Jan visch peterss, als momberen van EijbertRenden,
ontfangen te hebben hondert ende vijftich guldens hollandts 't stuck ad
twintich stuivers, daer mede d'obligatien van 150 gulden bij denvoerschreven
Eibert Renden tgv Eluwar in portugael gepassert voldaen ende afgelost is
Actum den 27 December 1644.
1646, kohier verponding, folio 78 verso. ( OAH, copie 12:44 )
Jan Visch Peters, eijgenaar van anderhalf dagmaten 1.10.-, Hoge Mehen.
1646, kohier verponding, folio 120. ( OAH, copie 12:47 )
Jan Visch eijgenaar van Pinxteren hofje, groot een half mud, word ondersijn
erfgenamen gebruijckt ende is aldaer aengeslagen.
N.B.: 0.5 mud ( Gelderland ): 0.23 - 0.39 hectare.
1646, kohier verponding, folio 89 verso. ( OAH, copie 12:48 )
Jan visch peters pachter van stadts campje achter dirck janss ter Beecks
hofstaetje groot 3 schepel broecland ad 2-4-0.
N.B.: broeclant : laag, moerassig land.
Sleghte plaggevelden en de broeclanden van Wolters camp tot aen de Mehen
streckende :
Jan visch peters pachter van anderhalf mud lants marten jans erfgenamentoebe-
horende ad 2-0-0.
1650 juli 13, rec. 148, folio 14 verso. ( ORAH, copie 11:17 )
Voor Tegnagel en Deden Schepenen Loofden en wierden burgen als voorfancksrecht
is Jan Hendriksen den Olden ende Augustijn Aeltsen voor Maes ende JanEvertsen,
Jan Visch ende Jacob Renden ende sulcx voor d'erffnisse en versterff voorAel-
tien Everts haer beijder suster en moije, des beloofden sij principalenhare
burgen te vrijen en des aengaende te guaranderen. Actum den 13 julij1650.
N.B.: moeye: moei, tante, nicht of stiefmoeder
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Petersz Visch | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marritje Alberts | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Grietge Gerritss | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.