Getuigen Leendert Smalheer en Martijntje Braam
De minderjarige weeskinderen die geld toekomen volgens de weeskamer zijn Francois (1728), Leendert (1735), Jacoba (1738) en Jacob (1740).
Opvallend is dat de nalatenschap voor de weeskinderen 4/20ste is. Dan zouden er 20 erfgenamen moeten zijn.
De opbrengst bedraagt de verkoop van huizen, schuren, boomgaard, landerijen enmeubelen voor 796 vlaamse ponden, 10 schellingen. De rente vanaf 29-11-1748 (mogelijke verkoopdatum) is 14 Vlaamse ponden. 4/20ste komt toe aan de wezen. Dit is 173:60. De kosten blijken voor de wezen echter 5 ponden en 10 schellingen hoger te zijn. Dit zijn uitgiften van Francois (Frans Gunst), Leendert Gunst en Jacoba Gunst. O.a. voor schoolgeld, kleding, schoeisel en 4 jaar kostgeld betaald aan Jan van Zorge en Abraham Kloet. Dan zou vader Cornelis Pieters Gunst eind 1746 overleden moeten zijn.
Voogden zijn Pieter Gunst (1715), Huijbregt Steijn (echtgenoot van Matje Gunst 1717) en Cornelis van Moort (echtgenoot van Trijntje Gunst 1709). Oom Francois Pieters Gunst heeft alles bijgehouden.
Hij werd niet genoemd in de weeskamerakte van 17-12-1750
en was toegn nog geen 25 (dan pas meerderjarig).
Hij moet dus voor die tijd overleden zijn.
In archief Tholen alleen zijn doop gevonden.
Cimon Gunst | ||||||||||||||||||