Vader Pieter Pieterse Braam
Moeder Catharina Cijs
Getuigen Andriaantje Cijs en Adriaan de Vos
Lastig leesbaar
De minderjarige weeskinderen die geld toekomen volgens de weeskamer zijn Francois (1728), Leendert (1735), Jacoba (1738) en Jacob (1740).
Opvallend is dat de nalatenschap voor de weeskinderen 4/20ste is. Dan zouden er 20 erfgenamen moeten zijn.
De opbrengst bedraagt de verkoop van huizen, schuren, boomgaard, landerijen enmeubelen voor 796 vlaamse ponden, 10 schellingen. De rente vanaf 29-11-1748 (mogelijke verkoopdatum) is 14 Vlaamse ponden. 4/20ste komt toe aan de wezen. Dit is 173:60. De kosten blijken voor de wezen echter 5 ponden en 10 schellingen hoger te zijn. Dit zijn uitgiften van Francois (Frans Gunst), Leendert Gunst en Jacoba Gunst. O.a. voor schoolgeld, kleding, schoeisel en 4 jaar kostgeld betaald aan Jan van Zorge en Abraham Kloet. Dan zou vader Cornelis Pieters Gunst eind 1746 overleden moeten zijn.
Voogden zijn Pieter Gunst (1715), Huijbregt Steijn (echtgenoot van Matje Gunst 1717) en Cornelis van Moort (echtgenoot van Trijntje Gunst 1709). Oom Francois Pieters Gunst heeft alles bijgehouden.
In Collaterale successieregister staat alleen maand en geen dag.
Datum 31-12-1744 is dus een benadering. Was de laatst overledene die maand.
Op 3 februari 1745 toont Cornelis Gunst aan de weeskamer het testament
van hem en zijn overleden vrouw. Op 26-4-1744 was zij samen met haar man getuige bij de doop van haar stiefdochter Trijntje.
Zij is getrouwd met Cornelis Pietersz Gunst.
Toestemming voor het huwelijk is 14 april 1724 verkregen te Sint-Annaland.Bron 4
Ze zijn in de kerk getrouwd op 30 april 1724 te Sint-Annaland.Bron 4Bij ondertrouw met attestatie van Scherpenisse volgens index, zelf niet gezien
Kind(eren):
Sara Braam | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1724 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelis Pietersz Gunst | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||