Een ernstig ongeluk.
Om 1 uur hedennacht heeft op het Noordzeekanaal bij het Zaandammergat een ernstig ongeluk plaats gehad. De heer J. W. de Haan, eigenaar van het café „De Ruijter" aan de Ruijterkade had gisteravond in zijn stoombootje „Willem" op den Amstel het vuurwerk bügewoond en had toen aan boord behalve zijn vrouw, enkele vrienden. Na afloop van het vuurwerk keerde men ongeveer elf uur naar de stad terug, en zette aan de Kromme Waal een der dames-passagiers, mevr. de weduwe Hipma af, die daar woont en alleen huiswaarts ging, terwijl haar eenige zoon, de student J. B. Hipma, o. a. ook met zjjn verloofde, mej. T. Kruise, aan boord bleef en medevoer tot het café „De Ruijter." Daar bleven de passagiers bij den heer De Haan eenige oogenblikken gezellig bijeen en werd tevens besloten, dat men met het bootje nog even naar Zaandam zon gaan om aldaar een paar vrienden artisten te halen, die daar ter gelegenheid der Zaandamscbe kermis moeten spelen.
Men stapte dus weder in het bootje en voer het kanaal af. Het zal ongeveer kwart over éénen geweest zijn dat toen het ongeluk plaats had.
De passagiers hadden in de kleine kajuit bij elkaar gezeten; de heer C. P. Bastet, een der opvarenden, ging even op het dek kijken, toen hij op eenmaal achter zich een stoomboot opmerkte, het was de „Mercurius" van Gebr. Goedkoop, die haar IJmuiden op weg was.
De heer Bastet riep nog naar beneden : „een boot vlak bij!“ en er werd dadelijk full speed gestoomd, doch het was te laat... de „Mercurius" voer over het kleine bootje heen, hoewel men aan boord van dit vaartuig nog alles gedaan had om achteruit te werken. Hoe toen verder is geschied, weet alleen de heer Bastet, de eenige der opvarenden, die gered is. Hij sprong toen hij het gevaar zag aaukomen over boord en wist zwemmende de „Mercurius" te bereiken, waar men hem aan boord nam, doch later aan de Hembrug afzette ; daar kreeg hij van den wachter droge kleeren en begaf zich te voet naar Amsterdam, waar hij uitgeput ’s morgens tegen vijf uur aankwam aan zijn woning, waar bij het vreeselijk geval verhaalde.
Voor zoover men kan nagaan moeten zijn omgekomen: mevr. J. W. de Haan—Wieringa, mej. T. Kruise, de heer Nieveen, naar verteld werd, dokter te Amsterdam, wiens naam echter niet in bet adresboek te vinden is; J. B. Hipma, student; D. de Jonge, de kapitein van het bootje; de machinist (naam onbekend); de stoker (naam onbekend.)
Verder zouden verdronken zijn twee artisten, die ook aan boord waren en wier vrienden men uit Zaandam ging halen.
De kapitein van de Mercurius, de heer M. Naerebout, deed het verhaal als volgt:
De Mercurius maakte met 130 passagiers, meest leden van fanfare-corpsen een extra-reis naar IJmuiden. Bij zijkanaal G zag ik op eens bij het licht van den bliksem een boolje dat voor de Mercurius wilde oversteken. Ik gaf één stoot op de stoomfluit, bewijs dat ik stuurboord wilde uithalen, doch kreeg geen antwoord van liet scheepje. Ziende dat aanvaring onvermijdelijk was, stoomde ik achteruit, doch het onheil was niet meer te voorkomen. Het bootje kantelde en zonk.
Dadelijk trachtten wij te redden en ik bleef met mijn boot vol passagiers nog wel een uur in de nabijheid. Ongeveer vijf minuten na de aanvaring zagen wij iemand op onze boot toezwemmen ; wij haalden hem echter aan boord, het was de heer Bastet, de eenige geredde, die ons vertelde dat men met tien personen aan boord was geweest.
* *
Daar de heer Bastet hedenmorgen weer naar Zaandam is vertrokken, moest men bizonderheden te weten komen van iemand aan wien de heer B. het gebeurde had meegedeeld. Hoe de juiste namen zijn van alle omgekomenen was dus nog niet te zeggen.
Volgens een ander bericht zouden onder de 9 verdronken opvarenden zich ook vier kinderen hebben bevonden. [Het volksdagblad 2 september 1899]
de omgekomenen zijn:
JW de Haan [acte Zaandam 1899:215 dd 3 sep]
WH de Haan-Wieringa [acte Zaandam 1899:211 dd 2 sep]
Teelkina Kruise [Kruize !], 22, zonder beroep, geboren te Oude Pekela [acte Zaandam 1899:213 dd 2 sep]
Pieter Hibma, 31, student, geboren te Barradeel [acte Zaandam 1899:212 dd 2 sep]
Jan Nieveen, 28, masseur, geboren te Groningen [acte Zaandam 1899:208 dd 2 sep]
Jan de Boer, 47, machinist, geboren te Terschelling [acte Zaandam 1899:210 dd 2 sep]
Onne Jan Cazemier, 22, zonder beroep, geboren te Leek [acte Zaandam 1899:209]
Aurelius Barend Joseph Jacob, 35, muziekant, geboren te Amsterdam [acte Zaandam 1899:214 dd 3 sep]
Camillus Coppens, 42, muziekant, geboren te Deijnze (België) [acte Zaandam 1899:217 dd 4 sep]
Daniel de Jong, 54, schipper, geboren te Groningen [acte Zaandam 1899:216 dd 3 sep]
de overlevende passagier lijkt te zijn geweest Charles Jerome Bastet, koopman (Amsterdam 6 april 1860 - aldaar 4 augustus 1931)
Bij de schipper van de Mercurius gaat het ongetwijfeld om Mattheus Naerebout (Vlissingen 1845) - mogelijk was hij een achterkleinzoon van de befaamde Frans Naerebout, Loods en mensenredder (1748-1818)
..... ’t Zal omstreeks 1 uur geweest zijn. Bij het zijkanaai gekomen draaide de „Willem” er in, maar het schijnt dat de stuurman iets te ver was gegaan. Hoe dit zij, de stoomboot „Mercurius”. die met een groot aantal passagiers in IJmuiden kwam, liep er op en de kleinere boot kantelde en zonk, met het treurig gevolg dat op één na alle opvarenden, die met het oog op het gure weer inde kajuit zaten, zijn verdronken.
De eene die gered is, de heer Bastet, was even boven geweest en maakte zich juist gereed de kajuittrap af te gaan toen de aanvaring plaats had. Hij bemerkte de „Mercurius ’, riep „een schip vlak bij,” waarop de heer De Haan beval „volle kracht vooruit!” maar het was helaas te laat, de aanvaring volgde onmiddellijk, en de heer Bastet kwam in het water terecht door de zuiging van de „Mercurius” Hij zwom eenigen tijd rond en werd toen door de „Mercurius” opgemerkt en opgepikt.
Kapitein Narebout van de „Mercurius” een beproefd en ervaren kapitein, verklaarde, dat „Willem” die te veel onder den bakboordwal voer het Zaandamsche gat voorbij was gevaren en dit bemerkende, nog spoedig wilde oversteken. Het was echter te laaten de aanvaring kon niet worden vermeden. Wel echte heeft hij een stoot op de stoomfluit gegeven, wat beteekent: „Ik houd stuurboord.”
Vrijdagmiddag is de „Willem” opgehaald. Het Handelsblad geeft een uitvoerige beschrijving van het boven gebrachte vaartuig met bijna al de lijken aan boord. Het was afgrijselijk schouwspel.
Er waren er zeven, die van De Haan, mej. Kruise haar nicht, de heer J. B. Hipma, verloofde van laastgenoemde, de heer Nieveen,’ aangeduid als dokter, de heer Casimir, student te Groningnen, twee muzikanten Jacobs en Koppens en de machinist De Boer. De lijken van den heer De Haan en van de schipper De Jong zijn later ook gevonden. [Aaltensche courant 9 september 1899]
De heer Bastet en kapitein Narebout van de Mercurius zijn te Zaandam door den officier van justitie in verhoor genomen. De kapitein zegt, dat het bootje Willem geen lichten op had en dat hij met de stoomfluit heeft gewaarschuwd. De heer Bastet echter zegt, dat er wel lichten waren en dat hij geen fluiten heeft gehoord, maar hij voegt er bij, dat hij het fluiten misschien door het ruwe weer niet gehoord heeft. [ Het Nederlandsche dagblad 4 september 1899]
Zij is getrouwd met Leendert Tjipkes van der Mey.
Ze zijn in de kerk getrouwd rond 1785.
Kind(eren):
Rinske Jans Foppert | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1785 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Leendert Tjipkes van der Mey | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||