geen geboorteadres opgegeven - vader is van beroep zeeman, 'thans afwezig'.
Willem Jacobus Mellema was hierbij getuige.
Aaltje Monningh was hierbij getuige.
Gerrit Gerrit Ruurds Fenenga was hierbij getuige.
bevolkingsregister Schiermonnikoog 1866-1880 vermeldt: op zee verongelukt (geen datum)
uit de Nederlandsche Staatscourant van 2 juni 1875:
Op heden den acht en twintigsten Mei een duizend acht honderd vijf en zeventig, ten verzoeke van Ytje Maria Jackeles Donema, zonder beroep, Huisvrouw van en gesterkt met haren Man Auke Aukes de Boer, Lichtwachter, gezamenlijk wonende te Schiermonnikoog, de vergunning hebbende bekomen om in deze kosteloos te procederen bij Vonnis van de Arrondissements-regtbank te Leeuwarden van den achttienden Mei dezes jaars (behoorlijk geregistreerd), domicilie kiezende ten kantore van den Procureur Reitze Attema, te Leeuwarden, die in dezen als Procureur voor haar zal occuperen en uit kracht van eenVonnis gewezen door evengemelde Regtbank van der 18den Mei 1800 vijf en zeventig, heb ik Louwerens Harmenzon, eerste Deurwaarder bij het Provinciaal Geregtshof van Friesland, wonende te Leeuwarden,
voor de eerste maal Gedagvaard:
Hendrik Douwes Jackeles Donema, in dr tijd Ligtmatroos, woonachtig geweest te Schiermonnikoog, doch thans afwezig, gevolgelijk mijn Exploit doende bij aanplakking aan de voorname deur der Vergaderplaats van de Arrondissements-regtbank te Leeuwarden,terwijl ik een afschrift van dezelve heb overgegeven aan den Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dezelfde Regtbank, die het oorspronkelijke met gezien heeft geteekend, zullende hetzelve voorts in de Nederlandsche Staatscourant worden aangekondigd als het daartoe aangewezen nieuwspapier;
Om na verloop van drie maanden, te rekenen van af den dag waarop die Dagvaarding in gemeld nieuwspapier zal zijn opgenomen, en alzoo op Dingsdag den veertienden September een duizend acht honderd vijf en zeventig, des voormiddags ten tienure precies, bij Procureur te verschijnen op het Paleis van Justitie staande in het Zaailand te Leeuwarden, ten einde alsdan in persoon hetzij door iemand van zijnentwege, van zijn aanwezigheid te doen blijken, den Gedaagde tevens aanzeggende dat in geval nochhij, noch iemand voor hem bij Procureur mogt opkomen en alzoo van zijn aanwezen niet behoorlijk mogt doen blijken, door de Requirante zal worden geconcludeerd, dat haar daarvan zal worden verleend Acte, en tevens verlof gevraagd tot het doen van eene tweede dergelijke Dagvaarding met reserve van kosten;
aangezien Gedaagde op den vierden Augustus 1800 twee en zestig als Ligtmatros aan boord van het Nederlandsche Kofschip Jeanne Maria, Kapitein Jan Lammerts Cornelis Colle, met dat schip van Archangel is vertrokken met bestemming naar Rotterdam, zonder dat het imer aldaar is aangekomen;
aangezien na het vertrek van dat schip uit Archangel nimmer iets van hetzelve of van de bemanning is vernomen, zoodat zeer stellig hetzelve is vergaan en de bemanning in de golven is omgekomen;
aangezien thans bijna dertien jaren zijn verlopen seedert de laatste tijding van Gedaagde, en er alzoo regtsvermoeden van zijn overlijden bestaat sedert den 5den Augustus 1862;
aangezien de Requirante als Zuster van gedaagde er belang bij heeft dat zulks bij Vonnis dezer Regtbank worde verklaard; te meer dewijl Gedaagde bij het verlaten zijner woonplaats Schiermonnikoog, geen volmagt tot het waarnemen zijner zaken heeft gegeven of orde op het beheer van dezelve heeft gesteld.
(...)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik Douwes Donema | ||||||||||||||||||