Hij was op 16 augustus 1899 in Leeuwarden geboren en begon op 26-jarige leeftijd in Den Haag met Lex Verbraeck een boekhandel die zich in het bijzonder op de buitenlandse letteren richtte. Hun periodiek De Litteraire Gids trok veel aandacht.
In 1926 publiceerde Colmjon zijn eerste roman, Kalderionen, in 1940 gevolgd door De blauwe wereld die door de Duitsers werd verboden en in beslag genomen en na de oorlog nogmaals verscheen. In 1942 liet hij de Renaissance der cultuur in Nederland in het laatste kwart der 19de eeuw het licht zien, waarin hij de rol van de Tachtigers beschreef zoals hij die zag. Dit werk is na de oorlog herzien uitgegeven en nog onlangs herdrukt, onder de titel De oorsprongen van de renaissance der literatuur in Nederland in het laatste kwart der 19de eeuw (1947).
In 1944 kwam zijn boek over Conrad Busken Huet uit, in 1950 een werk over R. C, Bakhuizen van den Brink. In laatstgenoemd jaar verscheen ook, in samenwerking met P. A. Scheen, een studie over de Haagse school. Colmjon beschreef verder in Onze zeevaart opkomst en ondergang van de gouvernementsmarine, en publiceerde werkjes over Terschelling.
Naar aanleiding van zijn in 1954 verschenen kroniek in het oudsaksisch, heeft de onlangs overleden prof. Heeroma in 1956 Colmjon een non-conformistische mystificator genoemd.
uitgeschreven naar Zaltbommel
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerben Colmjon | ||||||||||||||||||