Hendrik Nannings Posthumus was hierbij getuige.
Aaltje Monningh was hierbij getuige.
Gerrit Gerrit Ruurds Fenenga was hierbij getuige.
Eenige weken geleden deelden de dagbladen mede, dat met het stoomschip Belgrado, te Rotterdam uit Argentinië een wanhopige was aangekomen, die, haveloos gekleed en zonder eenige middelen van bestaan, weigerde aan wal te gaan. Door bemiddelingder politie bleek het toen, dat hij F. C. heette en eertijds op Schiermonnikoog gewoond had. Omtrent dezen zwerveling meldt men nog het volgende aan de Telegr.:
Ruim 30 jaar geleden vertrok hij met een koopvaardijschip, waarop zijn oudste broer het bevel voerde, van hier naar Rio-Grande. Nauwelijks was het schip ter bestemder plaats aangekomen, of men kwam tot de ontdekking, dat hij spoorloos verdwenen was.Alle nasporingen baatten niets, men wist niet of hij verdronken, of wel gedeserteerd was totdat men kort voor liet vertrok zekerheid kreeg, dat hij was weggeloopen. Toen het schip beladen was, vertrok het naar Europa, maar heeft de bestemmingsplaats, niet mogen bereiken, daar het op diezelfde reis met man en muis is vergaan. Men bleef nog altijd de hoop koesteren, dat de zwerveling nog wel eens terug zou komen, vooral de ouders lieten den moed niet varen.
Het is te begrijpen, dat de oudjes diep bedroefd waren.
Na verloop van eenige jaren begonnen zij beiden aan verstandsverbijstering te lijden. Of het verlies van haar beide zoons hier de oorzaak van was, is niet met zekerheid te zeggen; de oude moeder was steeds zoekende naar haar kinderen, in't bizonder naar den jongste (de zwerveling). Iedereen, dien zij op straat tegen kwam, vroeg zy om inlichtingen. Beide ouders stierven op hoogen ouderdom.
Men kan zich voorstellen, hoe èn familie èn landgenooten met verbazing vervuld waren, toen zij uit de dagbladen vernamen, dat de „Verloren Zoon", die men reeds lang dood gewaand had, in zijn vaderland was teruggekeerd.
Door tusschenkomst der politie is hij met een der Hunze-booten, naar Groningen gezonden, van waar hij te voet de reis naar Zoutkamp heeft aanvaard, waar hij den heer M. op diens vraag of hij ook honger had —bevestigend antwoordde, maar er direct op liet volgen, dat hij eerst gaarne een borrel zou willen hebben, er bij voegende, dat hij hiernaar meer verlangd had dan naar Holland zelf. Het blijkt hieruit, dat hij na jaren lang van het verbruik verstoken te zijn geweest, nog steeds met de oude kwaal behebt is
als vroeger. Hij is thans op 't eiland, waar nog twee oudere broers van hem wonen, die hem zeker wel het noodige zullen geven om de rest van zijn leven gelukkig en rustig in zijn geboorteplaats te kunnen slijten, iets wat hij in de wildernissen van Argentinië zoolang gemist heeft.
op verzoek van den Heer Foppe Hoeksema Coerkamp, rustend Scheepsgezagvoerder, wonende te Schiermonnikoog, wordt ten derden male gedagvaard Feije Remts Coerkamp Junior, die
'(..) den 28sten Mei 1866 met het door Kapitein Remt Coerkamp gevoerde schoonerschip Elisabeth Helena, waarop hij destijds als matroos diende, van Liverpool is uitgezeild met bestemming naar Harlingen;
aangezien den 28sten Mei 1866 van het vertrek van genoemden bodem berigt uit Liverpool is gezonden aan de Boekhouders van het schip, de heeren Postuma en Goslings te Dockum, doch er sedert van dit schip en deszelfs bemanning nimmer eenig berigt meeris ingekomen,, en het dus zoo goed als zeker is, dat het op die reis met de geheele bemanning is vergaan;
aangezien de Eischer er als mede-erfgenaam van zijnen broeder, den Gedaagde, belang bij heeft om te procederen tot Vermoedelijk Overledenverklaring van dezen;
(...)'
Inderdaad is zijn broer Remt, met zijn (tweede) echtegenote en zijn kinderen, omgekomen! Voor de wederopstanding van Feije, zie een andere vermelding
Een vraag naar de nalatenschap.
Een inwoner van Schiermonnikoog werd dezer dagen verrast door een brief uit Brazilië van een dood gewaanden broeder. Een en dertig jaar geleden was de ontvanger van den brief, 21 jaar oud, weggeloopen van het schip, waarop zijn broeder als kapitein voer. Dat schip is kort daarna met man en muis, dacht men, vergaan. Na den dood der ouders werd door de rechtbank, na de vereischte oproepingen, de kapitein vermoedelijk overleden verklaard, en eerst nu ontvangt zijn broer een brief, waarin hij inlichting vraagt omtrent de nalatenschap zijner ouders, in de vooronderstelling, dat die wel overleden zullen zijn.
NB de ontvangende broer hierboven genoemd zal wel Jan Eltjes Koerkamp (1822-1901) zijn geweest..
wegens gebrek aan lengte vrijgesteld
overgeschreven naar blad 152
ingeschreven vanuit Argentinië (ZAm)
Teunis Zeilinga was hierbij getuige.
Feye Karst was hierbij getuige.
signalement uit militieregister:
(lengte) 1 el 482 strepen
Aangezigt ovaal
Voorhoofd laag
Oogen blaauw
Neus krom
Mond klein
Kin spits
Haar bruin
Wenkbraauwen idem
Merkbare teekenen geene
vrijgesteld wegens gebrek aan lengte...
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Feye Remts Coerkamp | ||||||||||||||||||
militieregister 1862/3
Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant 30 augustus 1899
delpher.nl
De Telegraaf 24 april 1896 [delpher.nl] - meerdere kranten berichtten hierover
bevolkingsregister Schiermonnikoog 1866-1880 blad 188
bevolkingsregister Schiermonnikoog 1900-1923 blad 280
bevolkingsregister Schiermonnikoog 1890-1900 blad 168