Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap Gasthuisstraat A.53; zuster van Sjoukje, wijlen Berend (zie ad 1), w ijlen Arjen (zie ad 2) en wijlen Pietje Ronner (zie ad 3). Saldo fl. 482,47. ad 1 (Berend Ronner, vader van): Sytse Berends Ronner, zeepziedersknecht, Janke Berends Ronner (vrouw van Eelke Arjens Ronner: zie verder ad 2), wijlen Arjen Berends Ronner (man van Renske Gabes Sprietstra; vader van Gabe, schoenmaker en minderjarige Nanne Arjens Ronner) en wijlen Feike Berends Ronner (vader van Johannes, metselaarsknecht/opperman Amsterdam, Berend, schoenmaker en Fokeltje Feikes Ronner, vrouw van Gerrit Adams Vos, boekdrukkersknecht Groningen). ad 2 (Arjen Ronner, vader van): Jan, schoenmaker, Feiko, leerlooier, Eelke (man van Janke Berends Ronner: zie ad 1), schoenmaker, Janke, kinderschoolhoudster en Renske Arjens Ronner (vrouw van Gerhardus Schermer, justitiedienaar te Leeuwarden). ad 3 (Pietje Ronner, moeder van): Feike, kuiper Oosternijkerk, Janke (vrouw van Anne van Klinken, schoenmaker Leeuwarden) en Sara van Zalen, te Anjum. De overige wonen in Dokkum.
[memorie van successie Dokkum 1829]
Antje Ronner | ||||||||||