Op heden den twintigsten Februarij 1800 zeven en veertig, heb ik REITZE BLOEMBERGEN SANTEE, eerste Deurwaarder bij de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden, wonende aldaar in letter G, no. 7, ten verzoeke van Pietje Lamberla van Laar, Dienstmeid, thans woonachtig onder Dantumawoude en van Aukje Wopkes Donema, zonder beroep, Weduwe wijlen Johannes van Laar, wonende te Dokkum, in kwaliteit van Moeder en Voogdes over hare minderjarige kinderen Geertruida, Wouter, Klaas en Engelina Helena,door haren wijlen Man bij haar in echte verwekt, aan wien het regt om ten dezen gratis te procederen , is verleend bij vonnis van opgenoemde Regtbank, in dato den zevenden April 1800 zes en veertig behoorlijk geregistreerd, door wien in dezen domicilium is gesteld te Leeuwarden, ten Kantore van Mr. ÆMILIUS MARCELLUS de SWART, Procureur aldaar, die ook als zoodanig voor hun occupeert en uit krachte van het verlof, verleend bij vonnis van gezegde Regtbank in dato den dertienden October 1800 zesen veertig, behoorlijk geregistreerd
VOOR DEN TWEEDE MAAL GEDAGVAARD:
Lambertus van Laar, in der tijd gewoond hebbende te Dokkum, doch in den jare 1800 elf als Conscrit met het Fransche leger naar Moscou vertrokken en sedert dien tijd zonder eenig berigt van zijne woonplaats verwijderd , om na een termijn van drie maanden en wel op Dingsdag den achtsten Junij 1800 zeven en veertig des voormiddags precies ten tien ure, te compareren ter audiëntie van de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden, zitting houdende in het provisioneel Paleis van Justitie op den Wisjesdwinger aldaar, ten einde in persoon of van zijnentwege van zijn aanwezen te doen geblijken, bij gebreke waarvan door mijne Requiranten verlof zal worden gevraagd tot het doen eener derde openbare Dagvaarding.
Afschrift van deze Dagvaarding, welke ingevolge voorschreven vonnis mede in de Leeuwarder Courant benevens in de Nederlandsche Staats- Courant zal worden geplaatst, heb ik Deurwaarder aangeplakt aan de voorname deur van de Vergaderzaal van de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden en aan het Gemeente-Huis der Stad Dokkum, en heb mede afschrift dezes zoowel als van het vonnis, houdende verlof tot het doen dezer Dagvaarding, gelaten aan den Heer Officier bij voornoemde Regtbank , exploit doende aan Zijn Weledel Gestr. Parket en sprekende aldaar met Zijn Weledel Gestr. in persoon , die het oorsponkelijke met gezien heeft geteekend.
Kosten zijn zes gulden vijf en zeventig cents.
[Leeuwarder Courant 26 februari 1847]
Laar, Lambertus Wouters van, bakker, geb. Dokkum 24.01.1789, wonende aldaar, zoon van Dokkum Wouter Wouters van Laar, (overl.) en Pietje Lambertus Huizinga loteling lichting1809 mairie Dokkum; 12.01.1812 fuselier 124e reg. inf. onder nr. 3593, 5e bat., 4e comp., 3e bat., 4e comp.; vader overleden; is in 1813 gedeserteerd; wordt eind 1814 op 20.12.1821 en 18.10.1831 als vermist opgegeven; zijn laatste bericht was van 06.09.1812 uit Koningsbergen; 11.11.1820 bewijs van vervulde dienst afgegeven; aangenomen niet teruggekeerd Bronnen: Tresoar Coll. Visser; OA Dokkum inv.nr. 713 lichting 1809; nr. 317 Op de lijst vermisten toegang 11 inv.nr. 6510 nr. 22; toegang 16 inv.nr. 903 stuk nr. 18 en 49 [bron: AlleFriezen - Friese militairen onder Napoleon]
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Lambertus van Laar | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.