Aaltje Monningh was hierbij getuige.
Gerrit Gerrit Ruurds Fenenga was hierbij getuige.
Thomas Ruurds Fenenga was hierbij getuige.
Op heden den zes en twintigsten September een duizend acht honderd twee en zestig, ten verzoeke van JANKE PIETERS CARST, Huisvrouw van en ten deze gesterkt met haren Man DOUWE HENDRIKS DONEMA, Koopvaardij-Kapitein, wonende te Schiermonnikoog, domicilie kiezende ten Kantore van den Procureur REITZE ATTEMA te Leeuwarden, die in dezen als zoodanig voor haar occupeert en uit kracht van een vonnis van de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden van den drie en twintigsten September dezes jaars, heb ik LOUWRENS HERMANZON, Deurwaarder bij het Provinciaal Geregtshof van Friesland, wonende te Leeuwarden ten tweede male gedagvaard PIETER GERRITS CARST, indertijd koopvaardijkapitein, woonachtig geweest te Schiermonnikoog, doch thans afwezig, gevolgelijk mijn exploit doende bij aanplakking aan de voorname deur der vergaderplaats van de Arrondissements-Regtbank te Leeuwarden, terwijl ik een afschrift van hetzelve heb overgegeven aan den Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dezelfde Regtbank, die het oorspronkelijke met gezien heeft geteekent, zullende hetzelve voorts in de Leeuwarder Courant en in het Algemeen Handelsblad, als door die Regtbank aangewezen nieuwspapieren, worden aangekondigd, om, na verloop van drie maanden, te rekenen van af den dag waarop deze dagvaarding in gemelde nieuwspapieren zal zijn opgenomen, en alzoo op Dingsdag, den zesden Januarij een duizend acht honderd drie en zestig, des voormiddags te tien uur precies, bij de Procureur te verschijnen ter teregtzitting van welgemelde Regtbank, zitting houdende op het Paleis van Justitie te Leeuwarden, ten einde alsdan, hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege, van zijn aanwezen te doen blijken; den Gedaagden tevens verklarende, dat, ingeval noch hij noch iemand voor hem bij Procureur mogt opkomen en alzoo van zijn aanwezen niet behoorlijk mogt doen blijken, door de Requirante zal worden geconcludeerd dat haar daarvan zal worden verleend acte en tevens verlof tot het doen van eene derde dergelijke Dagvaarding en zilks met reserve van kosten.
Aangezien de Gedaagde op den veertienden November achttien honderd acht en vijftig als Kapitein, voerende het schoonerschip Geertruida Johanna, met dat schip is vertrokken van Kroonstad, met destinatie naar Amsterdam;
Aangezien noch hij, noch dat schip immer aldaar is aangekomen, en sedert het vertrek uit Kroonstad ook nimmer van hem, noch van het schip of deszelfs bemanning eenig berigt is ontvangen, zoodat het hoogst vermoedelijk is dat hij met dat schip is vergaan en omgekomen.
Aangezien thans meer dan drie jaren zijn verloopen sedert de laatste tijding van Gedaagde is ontvangen en de Requirante als mede-geregtigde tot zijne nalatenschap er belang bij heeft, dat bij vonnis van deze Regtbank worde verklaard dat er regtsvermoeden van het overlijden van Gedaagde bestaat sedert den veertienden November 19800 acht en vijftig,
Aangezien Gedaagde op de eerste openbare Dagvaarding niet is verschenen noch van zijn aanwezen heeft doen blijken en de Regtbank dientengevolge verlof heeft verleend tot het doen van eene tweede openbare Dagvaarding, [Leeuwarder Courant 3 october 1862]
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pieter Karst | ||||||||||||||||||