H. R. Huisman
- Op 2 december 1821 ingekomen van Opende
het lijkt dat hij is aangenomen na het doorlopen van de procedure aangeduid in de Leeuwarder Courant van 25 mei 1821:
Alzoo er op den 3 April dezes jaars, door het opkomen van slechts een eenigen Sollicitant, naar de op het eiland Schiermonnikoog vacerende School, geene gelegenheid is geweest tot een vergelijkend Examen. Zoo worden bij dezen door Grietman en Assessoren van gemeld eiland, Adspiranten van den 1sten of 2den rang, voorzien van wettige documenten, tot een vergelijkend Examen opgeroepen, tegen Dingsdag den 29 Mei dezes jaars, des voordemiddags ten tien uren, ter Regtkamer van dit eiland. Getuigschriften en Actenworden vóór op op den 23 Mei e.k. vracht vry ingewacht, bij den Schoolopziener van het 3de District te Holwert. Op den 28 Mei zal er een Vaartuig ter overvaart op Oostmahorn gereed liggen.
Aantal der Leerlingen ca 100, Schoolgeld wekelijks in de Dagschool van ieder, voor Spellen, Lezen en Schrijven 5 Cents; in de Avondschool p.m. 20 Leerlingen, voor onderwijs in dezelfde vakken, van ieder 10 Cents, voor onderwijs in de Navigatie betaalt iedere leerling wekelijks 40 Cents; voor het Rekenen 15 Cents. Het jaarlijks Traktement bedraagt ƒ125-:-: boven dien wordt hier aangeboden eene vrije Woning en vrijdom van Plaatselijke Belastingen, en eindelijk 1½ part van elke algemeene Stranding. Het Kosters en Voorzangersambt is aan dezen post verknocht.
De Grietman en Assessoren van voornoemd eiland,
Ter ordonnantie van dezelven,
R.M. F E N E N G A, Secretaris
Hendrik Huisman
- Op 31 augustus 1833 ingekomen van Schiermonnikoog
Hendrik Huisman
Woonplaats: Langestreek
- In 1829 lidmaat
Opm. : vertrokken naar Hallum
Over vroegere schooltoestanden in Friesland
In 1821 was het schoolgebouw op Schiermonnikoog zoo oud en bouwvallig en uit den tijd, dat men besloot een geheel nieuwe school te bouwen, die den 2den November 1821 plechtig werd ingewijd en wel door ds. H. W Hasellhoff, predikant bij de Hervormden te Foudgum en Raard „uit achting voor zijne zeer onlangs verlatene gemeente op het eiland Schiermonnikoog". Over deze inwijding schreef ds. Hazelhoff een brief aan zijn ambtgenoot bij de Doopsgezinden te Holwerd, den schoolopziener M. Martens.
„Het nieuwe schoolgebouw op 't eiland Schiermonnikoog overtrof mijne verwachting. Het is geheel naar den nieuwen smaak ingericht. De tafels zijn halve lessenaars".
Oorspronkelijk gebruikte men in de scholen gewone lange tafels, waaromheen de leerlingen aan alle zijden zaten te schrijven, met een rij looden inktpotten in het midden. Later werden die tafels in de lengte gehalveerd, zoodat t model schoolbank ontstond, dat in verbeterden vorm thans nog wordt gebruikt, waarbij de kinderen allemaal het gezicht naar denzelfden kant hebben gekeerd. Dit was in 1821 voor Schiermonnikoog iets nieuws.
„De kinderen zitten allemaal met het aangezicht naar eenen kant. Het (gebouw) lijkt een klein, stemmig gebouwd kerkje. Meester Huisman. die er bijzonder prijs op stelde, dat de school doelmatig ingerigt mogt worden, heeft zijn best gedaan, om dat oogmerk mede te helpen bereiken. Ook verdient de heer secretars Feninga dank, dat hij zoo bijzonder veel tot de stichting van het nieuwe scholg'ebouw heeft bijfedragen. De woning voor den meester is, onder één dak, aan de school verknocht. Deze woning is wel niet groot, maar net en vol gerijf. Voor een goede speelplaats voor de kinderen is mede gezorgd.
De inwijding der school is door mij (ds. Zadelhoff) op den 2 Nov. 1821 geschied. Ik wil u het verloop dezer plegtigheid in eenige woorden mededeelen:
Des middags om 1 uur nam dezelve een begin. Ik deed eet kleine redevoering, afgewisseld door gezang. Ik had twee versjes, op de inwijding des scihoolgebouws toepasselijk, vervaardigd. Het eene werd gezongen door den onderwijzer alleen, en de schoolkinderen bij beurten. Het tweede zong een koor van jongelingen en meisjes. Twee couplette'n zong de onderwijzer alléén. Voorts zong de Gemeente (dan eens de vrouwen, dan eens de mannen, dan eens de kinderen) nog den eenen en den anderen Psalm en Gezangvers, welke ik als geschikste had kunnen vinden."
Ongetwijfeld hielden de eilanders nog al van zingen. doch niet alleen in harmonische klanken gaven ze uiting aan hun vreugde:
„ Eene en andere aanspraak volgde op de redevoering. Des avonds hadden wij een aangenamen vrienden-maaltijd van dertig personen. Eenige op onze wijze geschoeide toasten vloeiden op zijn eilands, maar toch welgemeend van de lippen der aanzittende gasten."
De eerste dag was alzoo gewijd aan de vreugde der ouderen, den tweeden dag hielden de kinderen feest.
„Den volgenden morgen hadden de kinderen een uur van vreugde in de nieuwe school. Onder het zingen van eenige liederen ontvingen zij versnaperingen, waardoor hun blijdschap ten top rees.
Aan het nieuwe schoolgebouw haperde niets dan een blauwe zerken steen. Des avonds, onder den maatijd, stelde ik eene collecte voor, ten einde aldus, op eene ongevoelige wijze, penningen voor eenen steen te verkrijgen. Dat voorstel vond bijval, en weldra hadden de aanzittende gasten eene genoegzame som tot dat einde bijeen.
Ik heb eene steen besteld. Het volgende wordt er in gebeiteld:
„Gesticht in October 1821.
Aan onderwijs en deugd geheiligd,
Der en haar geluk gewijd,
Word' dit gebouw door God beveiligd!
Verduur' het zelf den grijsten tijd!
Naar we meenen te weten, is deze steen nog op het eiland te zien, al prijkt hij niet meer in den gevel van de school van meester Kievit: de grijze tijd heeft de school van 1821 wel klein gekregen.
Zulke gedenkstenen vond men vroeger meer in schoolgevels; het was toen ook nog niet nóódig, aan te geven, welk onderwijs in de school gegeven werd: openbaar of Gereformeerd of Natonaal of Christelijk: alle onderwijs was èn openbaar èn nationaal en christelijk! Zoo trof men in de oude school te Veenwouden, tegenover de Schierstins, vroeger een gedenksteen aan, waarop stond:
„Wat Natuur ons schenkt voor gaven,
Onderwijs moet die beschaven;
Dat is meer dan 't Levensligt.
Daarom wierd deez' school gestigt."
Schoolopziener Martens was ten zeerste erkentelijk voor brief van zijn ambtgenoot Hazelhoff. Hij vond „het geheel dezer plegtigbeid eenvoudig schoon. En hoe schoon móet dit geheel niet geweest zijn op een eiland, waar hij zoo vele uitstekende menschen heeft leeren kennen. Hoe bekoorde hem ten allen Jijde het gezigt eener talrijke school, waar niet alleen De Jong, thans (in 1821!) te Stiens. een Clewits, thans te Coevorden, een Brons, thans te Gorredijk, de heerlijkste spooren van onderwijs enopvoeding nalieten, en waar thans een veelbelovende bekwame Huisman werkzaam is: maar waar de roos der gezondheid en onschuld op het gelaat van ieder kind bloeit en ene star van reine vreugd, snuggerheid en edelen naijver in aller oogen tintelt. Ophet vierregelig versje, bestemd tot opschrift voor de nieuw-gestichte school (waarin hij het vernuft en de edele denkwijze van dezen zijnen eerwaarden ambtgenoot in het Christendom erkent) zegt hij van ganscher harte: Amen".
Me dunkt, de eilanders mochten met het oordeel van schoolopziener Martens tevreden zijn.
Meester Huisman bleef niet tot zijn dood werkzaam tusschen de snuggere en edel-naijverigekinderen van Schiermonnikoog: in 1833 vertrok hij als hoofdonderwijzer naar Hallum.
Na een vergelijkend examen op „Woensdag 2 April 1834 in 't Regthuis" werd benoemd Melle Jans Tunteler, eerste ondermeester in de stads-armenschool te Harlingen. Het aantal leerlingen bedroeg toen ongeveer 90 en dat der avondschool 25.
als schoolonderwijzer vrijgesteld van militaire dienst
Hij is getrouwd met Geertje Jacobs Kuiper.
Zij zijn getrouwd op 29 oktober 1821 te Grootegast, hij was toen 34 jaar oud.
Geboortedatum van Grietje blijkt uit een acte van bekendheid overlegd bij het huwelijk met Hendrik Huisman (1821). Zij is niet gedoopt daar haar moeder tot het kerkgenootschap de Mennonieten behoort
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik Roelofs Huisman | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1821 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertje Jacobs Kuiper | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||