1446, 1450, 1451, 1465, 1466, 1470.
BP 1205 (Oirschot) okt 1434 sept 1435 folio 63v
Henrick Broet zoon wijlen Jan Broet man van Lijsbeth Gerit van Melrcode
Geerlinck Geritss van Melcrode
P 1205 (Best) okt 1434 sept 1435 folio 107v
(Aerle)
Henrick Broet zoon wijlen Jan Broet
Gielis Janss van Gewanden
Geerlinck Geritss van Melcrode
BP 1206 (Best) okt 1435 sept 1436 folio 56r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Aelbert Henrix van Melcrode
Peter Peter Arnt Danelss
BP 1208 (Best) okt 1437 sept 1438 folio 89v
Geerlinck Geritss van Melcrode
Jan Willem Wilneven
BP 1208 (Best) okt 1437 sept 1438 folio 223r
Jan Henrix van Ghenen
Geerlinck Geritss van Melcrode
Jan Willemss van Dormalen
P 1209 (Best) okt 1438 sept 1439 folio 192v
Gheerlinck Geritss van Melcrode
Jan Willem Neven en zijn broers Dirck en Michiel
BP 1210 (Best) okt 1439 sept 1440 folio 43v
Oude lasten uit 't "guet te Melcrode":
een Hertogcijns, 20 pond schillingen aan Marie Bruijstens, 1 oude grote aan 't Kapittel in Oirscot, 2 ½ oud groten aan de erfgenamen van Heer Willem van der Aa ridder, 5 pond paijment aan een gasthuis in Den Bosch, 6 zesteren rog Bossche maat aan Gijb der Weduwen, 1 mud rog Oirscotse maat aan Luppert van den Schoet, een half mud rog aan Geerlinck Gerrits van Melcrode
BP 1210 (Best) okt 1439 sept 1440 folio 44r
Geerlinck Geritss van Melcrode verhuurt aan zijn moeder Lijsbeth de helft van "t guet te Meclrode" voor zolang zij leeft om de lasten, 3 maart 1440
BP 1211 (Best) okt 1440 sept 1441 folio 46v
Jan van den Berghe van Dommelen man van Heilwich dochter wijlen Godscalck Aerts Kemmer
Geerlinck Geritss van Melcrode
Reijneer van Mechelen
BP 1211 (Best) okt 1440 sept 1441 folio 75r
Jan Henrix van Melcrode
Geerlinck zoon wijlen Gerit Henrix van Melcrode
Thomas Goossens van Audenhoven
BP 1211 (Best) okt 1440 sept 1441 folio 89r
Ghijsbert zoon wijlen Henrick van Westelbeerze
Gerit van Melcrode
Snellart van Spull zoon wijlen Snellart van Spull
(pacht uit 't goed "te Melcrode")
BP 1213 (Best) okt 1442 sept 1443 folio 102r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Jan Wautgerss van Engelsbraken
BP 1213 (Best) okt 1442 sept 1443 folio 180r
Aert Janss die Gruijter man van Lijsbeth Gerit van Melcrode
Geerlinck Gerits van Melcrode had de helft van de hoeve "t guet te Melcrode"in erfpacht gekregen van Aert voornoemd om 6 mud rog
BP 1214 (Best) okt 1443 sept 1444 folio 87r
Matheeus Jan Pennincks
Geerlinck Geritss van Melcrode
BP 1214 (Best) okt 1443 sept 1444 folio 164r
Claes natuurlijke zoon van Henrick Giben sCupers
Henrick, Wautger, Lijsbeth en Heijlwich kinderen van wijlen Jan Wautgerss van Engelsbraken en hun oom Dirck
Geerlinck Geritss van Melcrode
BP 1215 (Best) okt 1444 sept 1445 folio 31r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Daniel Daniel Tijmmerman
BP 1215 (Best) okt 1444 sept 1445 folio 169v
Geerlinck Geritss van Melcrode
Henrick Henrick Rutger Oemen
BP 1216 (Best) okt 1445 sept 1446 folio 116r
Jan Gieliss van der Schueren
Robbert Robbert van den Zandacker (folio 116v)
Geerlinck van Melcrode zoon wijlen Gerit van Melcrode
Willem Rutgers van Audenhoven
BP 1217 (Best) okt 1446 sept 1447 folio 237r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Henrick Janss Heester
BP 1217 (Best) okt 1446 sept 1447 folio 248r
Aert Janss die Gruijter (leeft) man van Lijsbeth Gerit van Melrcode had aan Geerlinck Gerits van Melcrode in erfpacht gegeven de helft van de hoeve "t guet te Melcrode" om 6 mud rog, Oirscotse maat op Lichtmis
BP 1217 (Best) okt 1446 sept 1447 folio 277v
Albert Henrix van Melcrode
Henrick Jan Heester
Geerlinck Geritss van Melcrode
BP 1218 (Best) okt 1447 sept 1448 folio 163v
Geerlinck Gerits van Melcrode
Dirck Janss van der Molen
BP 1218 (Best) okt 1447 sept 1448 folio 268r
Aert die Gruijter man van Lijsbeth Gerits van Melcrode
Geerlinck Gerits van Melcrode
(cijns uit de hoeve "Melcrode")
BP 1219 (Best) okt 1448 sept 1449 folio 43v
Geerlinck Geritss van Melcrode
Goijart Jacop Keijmps
BP 1219 (Best) okt 1448 sept 1449 folio 81r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Jan Ghijsbert Beertken van den Spiker
Ervart Henrix van Melcrode
Jan Jan Smeeds
BP 1220 (Best) okt 1449 sept 1450 folio 215v
Henrick Mathijs Huijskens
Jan Jan Smeeds
Geerlinck Geritss van Melcrode
BP 1221 (Best) okt 1450 sept 1451 folio 270r
Peter Jan Henrick Heesters
Gerit Willemss van Dormalen
Geerlinck van Melcrode
BP 1221 (Oirschot) okt 1450 sept 1451 folio 178r
Jan Wouter Bruijstens (op Heerbeek)
Geerlinck Geritss van Melcrode
Henrick Meeus die Cromme
Mr. Goijart Dirx die Cromme
BP 1222 (Best) okt 1451 sept 1452 folio 126v
Geerlinck Geritss van Melcrode
Wautger Henrick Wautgerss
Henrick Wouter Colen
BP 1223 (Best) okt 1452 sept 1453 folio 261v
Aert Janss die Gruijter man van Lijsbeth Gertis van Melcrode had in erfpacht gegeven aan Geerlinck Geritss van Melcrode die helft van de hoeve "t guet te Melcrode"om 7 mud rog, Oirschotse maat op Lichtmis (lossing van 1 mud op 20 december 1452)
BP 1225 (Best) okt 1454 sept 1455 folio 363r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Dirck Janss van der Moelen
BP 1225 (Oirschot) okt 1454 sept 1455 folio 424v
Geerlinck van Melckrode heeft gehuurd voor 6 jaar vanaf Sint Jan l.l. van t Groot Ziekengasthuis in Den Bosch een tiend in Oerscot
BP 1226 (Best) okt 1455 sept 1456 folio 52r
Henrick, Wautgher en Heilwich zoons en dochter van wijlen Jan Wautgherss van der Engelsbraken
Gheerlinck Geritss van Melcrode
BP 1226 (Best) okt 1455 sept 1456 folio 114r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Hilleke weduwe van Jacop van Brede
BP 1226 (Best) okt 1455 sept 1456 folio 438v
Geerlinck van Melcrode
Beel dochter wijlen Jan van Vairlair
Gerit Henrick Ghijsbertss die Cuper
BP 1227 (Best) okt 1456 folio 1457 folio 414v
Geerlinck Geritss van Melcrode
Heer Henrick Belaerts priester, Heilwich en Margriet kinderen van Henrick Belaerts
BP 1227 (Best) okt 1456 sept 1457 folio 414v
Henrick Willemss van Luppen
Ghijsbert Denijss van Engelant
Geerlinck Geritss van Melcrode
BP 1227 (Best) okt 1456 sept 1457 folio 454r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Heer Henrick Belaerts, Heilwich en Margriet kinderen van Henrick Belaerts
BP 1228 (Best) okt 1457 sept 1458 folio 182v
Henrick, Wouter en Lijsbeth kinderen van Jan Wouterss van der Engelsbraken
Geerlinck Geritss van Melcrode
Henrick Janss van Ghenen
BP 1228 (Best) okt 1457 sept 1458 folio 304v
(Aerle)
Geerlinck Geritss van Melcrode
Dirck Dirx van der Bruggen
Lijsbeth Meeus die Cromme
BP 1229 (Best) okt 1458 sept 1459 folio 212v
Geerlinck Geritss van Melcrode
Heilwich en Marie dochters wijlen Wouter Pijnappel
Goessen van Beke
BP 1229 (Oirschot) okt 1458 sept 1459 folio 168v
Henrick Jan Wautgerss
Wautger Henrick Wautgerss
Jan Wouter Bruijstenss
Geerlinck van Melcrode
BP 1230 (Best) okt 1459 sept 1460 folio 93r
Geerlinck Geritss van Melcrode
Henrick Willem van Luppen
de Tafel van de Heilige Geest in Oerscot
BP 1232 (Best) okt 1461 sept 1462 folio 154v
Hilleke weduwe van Jacop van Brede
Geerlinck van Melcrode
BP 1232 (Best) okt 1462 sept 1463 folio 453v
Geerlinck zoon van wijlen Gerit van Melcrode en van Lijsbeth, bezit de helft van de hoeve " guet te Melcrode" in de herdgang Best
BP 1233 (Best) okt 1463 sept 1464 folio 63v
Geerlinck Gerits van Melcrode
Jan natuurlijke zoon van Geerlinck voornoemd
Henrick Jan Heijmans
Verschenen is Geerlick van den Melcroth als fabriekmeester van de St. Peterskerk en heeft met behulp van de kerkrollen en boeken, zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van een mud rogge per jaar, Oirschotse maat die steeds aan de fabriek werd betaald, op onderpand van een 'uutfank', gelegen in Oirschot onder Best in de Engelsbraecken, b.p. Henrick Jan Wijten, Peter de Kestener (?), de gemeijnte. Daarop hebben wij een vonnis afgegeven en is het onderpand uitgewonnen en het is verkocht aan Henrick Gijben Cuijpers of aan Jan Daemen van Berckt, maar de fabriek behoudt wel de jaarlijkse pacht daarin van een mud rogge. Datum op vrijdag (?) voor St. Thomasdag, anno 1464, getuigen Henrick Maes en Claes van Oudenhoven.
Voor ons zijn verschenen Matheeus Kuijst, Jan Wouter Bruijstens, Geerlick van den Melckroth en Alaert Wuesten en hebben als 'goede mannen' beloofd aan Willem Everaerts als schout te Oirschot dat ze samen of hoofdelijk aan hem binnen 14 dagen na datum van deze brief, 40 Rijnsguldens zullen betalen. Als ze dat niet doen, dan mag Willem zijn vordering komen opeisen, in welke plaats dan ook waar dat nodig is en dan moeten ze hem diens verteer en verblijf betalen, zijnde voor iedere dag 4 stuivers en dat geld samen met het kapitaal dienen ze dan te voldoen, zonder dat ze beroep kunnen doen op klerkschap of poorterschap. Datum op St. Lambrechtsdag anno 1464, getuigen Catwijk, Jan de Wolf en Gerart Vos.
Verschenen is Jan Willem Bruistens en verkoopt hierbij met een schepenbrief van Oirschot aan Geerlick van den Melcroth een stuk land, genoemd dat Beemdeken, gelegen in Oirschot onder Best, b.p. Henrick van den Langeneep waarvan was afgedeeld, Wouter van den Langeneep, genoemde Jan zelf, de straat daar. Jan had dat eerder gekocht van Willem Rutgers van Oudenhoven als beheerder van de tafel van de H. Geest te Oirschot die het had laten uitwinnen vanwege een jaarlijkse pacht van een mud rogge, die Daniel Daniel Hillen Neelken in diens testament had vermaakt aan de tafel van de H. Geest en welke pacht nu wordt betaald door Jan Jan Smollers. De verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Datum 3 maart (waarschijnlijk 1464, JT), getuigen Dirck, Henrick, Jan en Henrick Onstaden.
Wij, Willem van Katwijk, Claes Thomaes van Oudenhoven, Dirck Aerts van Waalwijck, Jan de Wolf, Gerard Vos , Henrick van Onstaden en Henrick van de Snepschuet, schepenen van Oirschot verklaren dat voor ons is verschenen Geerlick van de Melcroth als fabriekmeester van de St. Petruskerk te Oirschot en heeft met de kerkrollen en boeken, waarvoor hij bereid is zoals gebruikelijk in te staan voor de juistheid ervan, zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van 1 mud rogge, maat van Oirschot, die de fabroek streeds heft op Maria Lichtmisdag op onderpand van een ´uutfank´gelegen onder Best in de Engelsbraeck daar, b.p. Henrick zoon wijlen Jan Weijten, Peter de Keesteren, de gemeijnte. Daarop hebben wij als schepenen bij vonnis bepaald dat Geerlick zijn vordering op het onderpand kan verhalen voor zover hij zijn vordering kan bewijzen met de kerkrollen etc. Geerlick heeft vervolgens de uitwinning voortgezet en er is daarbij aan alle voorschriften voldaan. Daarna is het bezit verkocht aan Jan Damen van Berckt en aan Henrick natuurlijke zoon van Henrick Gijben Cuijpers. In het vonnis is bepaald dat de koop een ´weer´ is voor zover wij later als schepenen wordern gevraagd een besluit te nemen. De fabriek houdt wel zijn recht van 1 mud rogge op het bezit. Datum 20 december 1464.
Wij, Dirck Stockelmans. Willem van Geldrop, Loij van Hersel, Willem van Dormalen en Peter van Gestel, verklaren hierbij plechtig dat voor ons schepenen zijn verschenen de gezworenen en raadslieden en inwoners van Oirschot en wij samen machtigen hierbij Daniel van Vlierden en Jacop van Dormalen, onze collega-schepenen, verder Henrick Moel Jan Vos (heet hij meestal van Haubraken?, JT) en Geerlick van den Melcroth. Wij als dorpsbestuur machtigen hen samen en hoofdelijk om voor de edele Raad en kanselier van de hertog van Bergen en van Brabant te verschijnen, waardoor ze zijn aangeschreven en aldaar hun zaak te bespreken die is aangespannen door de edele vorst en prins als graaf van Charlerois inzake de kwestie van de vroentes en de gemeijntes die bij Woensel en Eckensrijt liggen, van welke vroente en gemeijnte wij destijds door de hertog van Bravant in het vreedzame genot en gebruik zijn gesteld, maar waarvan de graaf nu het recht wil opeisen middels vernadering. Onze gemachtigden dienen hierbij in rechte op te treden en onze zaak te bepleiten en te verdedigen hetzijn in geschrift of anderszins en daarin alles te doen wat nodig is. Er mogen daarbij getuigen
worden gehoord, dokementen en privileges worden overlegd etc. etc. De gemachtigden indien nodig mogen ook weer andere gemachtigden benoemen, maar die moeten ook handelen als hun opdrachtgevers. De gemachtigden dienen daarin alles te doen alsof de inwoners van Oirschot daarin zelf aanwezig waren geweest en hen voor ogen gestaan zou hebben. Wij als opdrachtgevers beloven alles na te komen wat daarin door onze gemachtigden gedaan zal worden en wij staan ook borg voor alle kosten en lasten die zaak met zich meebrengt en zullen onze gemachtigden daarvoor vrijwaren. Akte is als oorkonde opgemaakt en als zekerheid hebben wii hier het schependomszegel van Oirschot aan de akte bevestigd. Datum 19 april 1467.
BP 1237 (Best) okt 1467 sept 1468 folio 46r
Geerlinck Geritss van Melcrode, bezit die hoeve tot Melcrode
BP 1237 (Oirschot) okt 1467 sept 1468 folio 64r
Geerlinck van Melcrode heeft gehuurd van de rentmeester generaal Goossen Heijm de vorsterij van Oorschot (Best?) voor 3 jaar vanaf Kerstmis laatstleden om 3 peters en 3 stuivers half op Sint Jan, half op Kerstmis, 13 juni 1468
Verschenen is hier Geerlick Gerarts van den Melcroth en verkoopt nu aan Henrick Henrick Raijmakers van Best de twee delen van een oude grote per jaar die hij van zijn grootvader Geerlick Knoijen heeft geerfd en men jaarlijks heft op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in Oirschot herdgang Nasstenbest, b.p. de gemeenschappelijke straat, Mathijs Mathijssen. Geerlick als verkoper belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen. Datum 4 juli 1468, getuigen Cleijnael en Snepschuet.
BP 1238 (Best) okt 1468 sept 1469 folio 257r
Dirck Dirx van Zeelant man van Aleit dochter van wijlen Aert van Best en van Aleit
Geerlinck Geritss van Melcrode
Verschenen is hier Geerlick van den Melcroth en heeft als schuldenaar beloofd om per a.s. St. Jacopsdag aan heer Ricalt van Merode (Ricalt III, overlijdt 1487), die per a.s. St. Jacopsdag 200 Postelaersguldens te zullen betalen, of gangbaar geld van Brabant, en als zijn bode dat geld komt ophalen, moet Geerlick voor elke dag dat die genoodzaakt is op zijn geld te wachten hem een Rijnsgulden betalen. Datum 25 april 1469, getuigen Vranck en Snellaerts.
Verschenen is hier Geerlick van den Melcrode en heeft beloofd aan heer Ricalt van Merode, heer van Frentz en Houfalise, ten zijnen behoeve en ten behoeve van Margriet van Arkenteel zijn wettige vrouw, die voortaan een jaarlijkse rente van 8 Rijnsguldens te zullen betalen, steeds te betalen op Maria Ontvangenisdag, op onderpand van de totale Melcroth, gelegen in Oirschot onder Best, b.p. Aelbrecht van den Melcropth, Henrick van van den Melcroth, de erfgenamen van Denis van Engeland, verder rondom in de gemeijnte. Geerlick belooft de onderpanden in goede staat te houden voor de betaling van de jaarlijkse rente. Indien in de toekomst de heer of iemand namens hem als gedeputeerde naar Geerlick komt om de rente te innen en Geerlick zou dan niet betalen, dan mag heer Ricalt of zijn vrouw danwel de afgevaardigde namens hem beslag leggen op het bezit van Geerlick, zonder dat hij daartegen dan bezwaar kan instellen. Datum 13 augustus 1469, getuigen Catwijk, Wolf en Vrancken.
Verschen zijn Claes Thomas van Oudenhoven en Geerlick van de Melcroth als man van Claessen dochter van Thomas van Oudenhoven en verkoopt nu aan Jan Jan Bierkens die de 2 delen van alle rogpachten etc. zoals die aan hem in de boedeldeling na de dood van zijn schoonvader aan hem waren toebedeeld. Dat betreft 4 mud rogge Eindhovense maat te ontvangen van Jan van Acht, nog 3 mud rogge zelfde maat te ontvangen van Willem Dornkens, 25 lopen rogge van Willem van den Par, zelfde maat, 16 lopen rogge van Jan Strijbosch, van Peter Peter van Bree (?) 1 mud rogge zelfde maat. ( ik kom totaal uit op 11 mud en 5 lopen, voor 2/6 delen, JT) Genoemde Claes en Geerlick beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Datum 2 mei 1470, getuigen Jacop, Geldrop en Dirck Huijskens.
Verschenen zijn Claes Thomas van Oudenhoven en Jan Jan Bierkens, hun neef zijnde, en ze verkopen nu aan Geerlick van de Melcroth, onze collega-schepen de 2 delen van alle pachten die ze hebben geerfd na dood van hun vader Thomas en hun moeder. Dat betreft 7 mud rogge Oirschotse maat op Daniel de Steemetser en diens broer Merten, nog 7 lopen rogge van Loijen van Hersel, en 2 mud roge die Thomas eerder aan Geerlick had beloofd, zijnde diens zwager ( schoonzoon hier, JT). De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Actum als boven. (de 2/6e delen hier zijn samen 11 mud en 7 lopen, JT)
Verschenen is Geerlack van de Melcroth onze collega-schepen en verkoopt nu met schepenbrief van Oirschot aan Rutger Belaerts en aan Peter van Gestel als H. Geestmeester te Oirschot een pacht van 1 mud rogge per jaar, Oirschotse maat, dat hij had gekocht van Huijbrecht Aerts van Best, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.op. Henrick Mortels, diens broer Jan, de straat, Goijaert Zwevers. Nog op onderpand van een deel land genoemd de Laer, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. de kinderen van Lemmen Thijs, Willem Gerarts. Nog op onderpand van een stuk land genoemd Op de Grote Waterlaat, b.p. Gerard Collaerts, Dirk van Zeeland. Nog op onderpand van het 1/7e deel van 3 bunders en in 4 bunders land eigendom van diens vader Aert van Best. Geerlick als verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Datum 18 oktober 1470, getuigen als boven.
Voetnoot :
.. de H. Geest niet betaalt.
BP 1240 (Best) okt 1470 sept 1471 folio 223r
Aert Janss die Gruijter man van Lijsbeth Gerit van Melcrode
Geerlinck Geritss van Melcrode bezit de helft in de hoeve "t goet te Melcrode"
BP 1240 (Oirschot) okt 1470 sept 1471 folio 206r
Zebert Herman Jan Zibbens
Geerlinck van Melcrode
Komen zijn Jan en Daniel, broers en wettige kinderen van Jan van Vlierden en verklaren dat ze aan Geerlick van de Melcroth de helft van de ´gruit´van Oirschot hebben verpacht voor een termijn van 7 jaar, te weten per a.s. Maria Lichtmisdag over 5 jaar te eindigen (dus 1477 is einde, JT). De pacht bedraagt 17 rijnsguldens, elke gulden tegen 20 stuivers, waarvan de helft te betalen per Maria Lichtmisdag en de andere helft met St. Jansdag erna en zo steeds door, maar voor het laatste jaar hoeft hij niets te betalen omdat hij al voor het hele jaar heeft betaald (blijkbaar wordt de pacht vooraf betaald, JT). Als het verder nodig is voor Jan en Daniel om ´pendinge (panding of waarborg, JT) te stellen voor de rentmeester in Den Bosch of diens dienaars, zullen Jan en Daniel zulks laten doen op hun kosten voor het Hof van Brabant of waar dat nodig is. Datum 15 mei 1471, getuigen Vlierden en Gijsbrecht Hoppenbrouwers.
Voetnoot :
Maak 2 brieven. (de pacht loop vanaf Maria Lichtmisdag anno 1471, en eindigt Maria Lichtmisdag 1477, JT)
Komen is Geerlick van de Melcroth en pacht van Willem Vos als rentmeester van de heer van Merode, diens windmolen voor een periode van 6 jaar, ingaande St. Jansdag 1471 (midden in de zomer, JT). De pacht bedraagt 41 mud rogge per jaar, maat van Oirschot, steeds te voldoen aan de rentmeester in twee termijnen, de eerste met a.s. Kerstmis en de andere met St. Jansdag erna en zo steeds 6 jaar lang. Voorwaarde is dat de pachter zal zorgen voor het onderhoud van de kammen, de spillen en het ´doven´ hout (=verrot hout, JT) op zijn kosten zonder dat hij stilstand in rekening kan brengen. Wat betreft de ´banden´die door genoemde heer zullen worden gerepareerd, als er daarbij stilstand is, komt dat in mindering op de pachtsom al naar redelijkheid en gebruik. Als er enige last of ongeval door toedoen van de molenaar plaatsvindt, geldt het molenrecht. Datum 12 december 1471, getuigen Joerden en Daniel van Vlierden.
Komen is Geerlick van de Melcroth als wettige man van Claesken wettige dochter van wijlen Thomaes van Oudenhoven en verkoopt met alle brieven ervan aan zijn zwager (=schoonzoon HS) Henrick Willems van der Heijden, een pacht van 7 mud rogge, maat van Oirschot die hij namens zijn vrouw heeft geerfd na de dood van zijn schoonvader Thomaes van Oudenhoven en hem in de deling van het bezit na diens dood was toebedeeld volgens de deelbrief ervan. De pacht is te heffen op onderpand van een stuk beemd genoemd de ´Kinderbroek van Helmond´, b.p. Jacop Loijchs (?) van Hersel, het erf eerder van Lisbeth Korstiaens. Nog op onderpand van een stuk land genoemd het Rot, b.p. het erf dat eerder van Frank Cruijplands was. Nog op onderpand van een stuk land genoemd de Huijsstat (Hofstad ?) gelegen in hetzelfde Rot, b.p. genoemde Jacop. Nog op onderpand van een stuk land genoemd de Braeck, b.p. het erf eerder van Frank Cruijplands. Nog op onderpand van een stuk land genoemd de Lerptakker, b.p. genoemde Jacop, Jan van Dormalen. Dat bezit had (meester, JT) Henrick Henrick Daniels van Vlierden in pacht verkregen van Jan Luppen van Hersel voor deze 7 mud rogge als pacht en genoemde meester Henrick had het bezit na de dood van zijn ouders geerfd en zijn vader had het verkregen van Jan Lupprecht van Hersel volgens de schepenbrief. Henrick had het bezit daarna verkocht aan Jan van Roede ten behoeve van Willem Wouters van Oudenhoven en de pacht wordt nu betaald door Daniel Aert de Steemetser en diens broer Merten, steeds op Maria Lichtmisdag. Genoemde Geerlick belooft de verkoop van de pacht altijd gestand te doen en alle lasten hierin af te handelen, maar Henrick als koper zal later in de deling van het bezit van zijn zwager zolang niet meeparten totdat elk kind van Geerlick ook vooraf 6 (7 is doorgestreept, JT) mud rogge zal hebben gehad en daarna mag Henrick meeparten met de andere kinderen. Datum 4 mei 1472, getuigen Huijskens en Hoppenbrouwers, (er staat 6 mud voor elk kind, maar moet m.i. zijn 6 lopen per jaar. Er zijn 12 kinderen die dan elk 6 lopen krijgen is 72 lopen totaal is gelijk aan 6 mud, omdat de 7 is doorgestreept, klopt die rekensom dan eveneens, 12 maal 7 lopen maakt 84 lopen, maakt weer 7 mud, JT)
Komen zijn Gerit Geerlicks van de Melroth voor hemzelf handelend en voor Dirck en Margriet, wettige kinderen van Marcelis Dirck Schoefs die Marcelis had verwekt bij Lisbeth dochter van genoemde Geerlick, verder Thomas Geerlicks voor hemzelf en voor zijn broer heer Henrick, verder Mechteld die ook handelt voor haar zuster Grietken . met haar voogd, verder Jan Willem Wouters als man van Marie, nog Wouter Willem Wouters als man van Aleijt, Jan de Hoppenbrouwer als voogd over zijn nicht Oda dochter van Henrick Hoppenbrouwers die deze Henrick had verwekt bij Margriet dochter van genoemde Geerlick toen ze nog leefde, welke Oda minderjarig is, zijnde alle wettige kinderen van genoemde Geerlick (van de Melcroth, er volgt nu een deling, maar wordt niet als zodanig vermeld, er zijn 11 kinderen, waarvan 5 alleen voor zichzelf handelen en 3 die voor een ander handelen, maakt samen 6, JT)
Genoemde Gerit voor hemzelf handelend en ook voor .. Odolf (Odolf Dolcks van Oudenhoven, JT) krijgt een erf van 6 lopenzaad onder Best, b.p. Jacop Willem Keijmps, Peter van Berckt. Nog krijgt hij 2 mud en 7 en een half lopen rogge te ontvangen van Claes Thomaes. Nog krijgt hij 21 lopen rooge op Meijensvoort te ontvangen van Aert van den Gruijthuise te Woensel volgens de brieven ervan. Nog krijgt hij 7 lopen rogge, maat van Oirschot te ontvangen van Loijch van Hersel. Hieruit moet hij aan Claes Crommen 13 lopen rogge betalen, maat Oirschot en de grondchijns die er op drukt. Nog het 1/11e deel van 3 en een half Bosch mud rogge, maat van Den Bosch in Den Bosch ook te leveren aan Emken van den Heestakker (?) met meer anderen. Nog krijgt hij vanwege de kinderen van Mercelis (Schoefs, JT) een akker genoemd de Steenoven met de vijvers daar, het eeuwsel en heiveld aan elkaar gelegen, b.p. het erf eerder van Michiel Wilneven, zijn broer Thomaes waarvan is afgedeeld. Nog krijgt hij een stuk land genoemd de Baenrijt, dat Maes,Mechteld en Beatricks (niet afgemaakte zin, bedoeld is ´samen verdelen´, ieder 1/3e JT). Nog krijgt hij een beemd genoemd dat Marien ., b.p. de kinderen van Jan van Gheenen, de Melcrotsche Stege. Nog krijgt hij het tiende deel in de Oude Stege, nog het 1/4e deel van twee stukken heiveld genoemd de Heegden, het ene perceel is b.p. de Melcrotsche stege, een heiveld genoemd de Middelste Heegde, ook met de sloot daar, de akker genoemd de Penninck. Hieruit een pacht van een half Bosch mud rogge te betalen aan Wouter van den Hove in Den Bosch, nog 2 lopen rogge aan het H. Kruisaltaar, nog een half mud rogge Oirschotse maat aan de kinderen van Roestelmans (=Belaerts, JT), 1 oude grote aan het kapittel te Oirschot en de grondchijns die op het bezit drukt.
Genoemde Thomaes in zijn hoedanigheid krijgt een akker genoemd de Afterste Akker, b.p. de erfgenamen van Denis van Engeland, de pad daar die eigendom is van de kinderen. Nog krijgt hij een stuk land genoemd ´t Geloekt, b.p. de Broekstraat, zijn zwager Peter waarvan is afgedeeld (welke Peter dan wel?, JT), de boomgaard, die nog in bezit is van zijn moeder wat betreft vruchtgebruij. Nog krijgt hij het 1/4e deel van de beemd genoemd de Melcrotsche Stege, nog het 1/3e deel van een beemd genoemd de Baenrijt, waarvan is afgdeeld met Marie en zijn zwager Peter, nog krijgt hij het 2/6e deel van een stukje heiveld genoemd de Middelste Heegde met een klein heiveld er aan. Nog krijgt hij het 1/4e deel van de Diepstege. Hieruit de grondchijns te betalen van en 2 oude grote aan het kapittel, nog aan Jan van der Heijden 1 mud rogge maat van Oirschot, nog het 1/3e deel van een Bosch mud rogge. Nog krijgt hij het 1/6e deel van het grote huis, nog het 1/5e deel van de schuur en de kooi.
Genoemde Mechteld krijgt een stuk land genoemd de Priestakker (?), b.p. Henrick Harnismakers, het erf dat ze heeft gekocht van haar zwager Wouter. Nog krijgt ze het 1/3e deel van een beemd genoemd de Baenrijt met het beemdje eraan. Nog krijgt ze het 1/4e deel van de Oude stege, nog het 1/6e deel van het middelste heiveld genoemd de Heegde. Nog krijgt ze het 1/5e deel van de schuur en de kooi en het erf daaraan gelegen. Hieruit moet ze jaarlijks 1 oude grote betalen aan het kapittel te Oirschot en de grondchijns die op haar bezit drukt, nog 2 lopen rogge aan het altaar van St. Barbara, nog 5 en een halve lopen rogge per jaar aan de O.L. Vrouwekapel en het 1/3e deel van een Bosch mud rogge aan meester Willem Vos.
Nog moet ze aan Henrick de Crom te Aerle een pacht van 1 mud rogge betalen, maat van Oirschot en het 1/11e deel van 3 en een half Bossche muddes rogge.
Genoemde Peter (welke Peter dan wel, wordt hiervoor niet vermeld in de opsomming van kinderen, JT) krijgt een stuk van een perceel genoemd het ´Geloekt´ b.p. Michiel Metsers, genoemde Thomaes waarvan is afgedeeld. Nog krijgt een stuk land genoemd de Penninck, b.p. Henrick Jan van Greven (?), de genoemde Heegde. Nog krijgt hij het 1/3e deel in de Baenrijt en de Hedingen te delen zoals hiervoor vermeld. Nog het 1/10e deel in de Oude Steegde, het 1/6 e deel in het oude huis, nog het 1/6e deel in de Middelste Heegde. Hieruit het 1/3e deel te betalen van een Bosch mud rogge aan meester Willem Vos En een half mud rogge aan Henrick de Crom, een oude grote aan het kapittel en de grondschijns, verder nog het 1/11e deel van de 3 en een halve Bossche muddes rogge in Den Bosch ook te leveren.
Genoemde Geerlick krijgt de helft van de Grote Streepe, b.p. het genoemde Osseneeuwsel, Jan Willem Wouters waarvan is afgedeeld. Nog krijgt hij een stuk beemd genoemd de Cleijn Streep, b.p. Michiel de Metser, de Grootakker die ook eigendom is van de kinderen. Nog krijgt hij het 1/4e deel van de Melcrotsche Stege, nog het 1/10e deel in de Oude Stege en van de schuur en de kooi het 1/5e deel zoals hiervoor. Verder krijgt hij het 1/4e deel in de weilanden en heiveld genoemd de Heegde. Hieruit moet hij jaarlijks de grondchijns betalen, nog 1 oude grote aan het kapittel te Oirschot, 4 lopen rogge aan de gezamenlijke kinderen uit zijn deel, nog 6 lopen rogge aan de erfgenamen van Roestelmans.
Genoemde Wouter Willem Wouters als echtgenoot krijgt een akker genoemd het Bruijnsel, b.p. Michiel Wilneven, Jacop Keijmps. Nog krijgt hij een stuk land genoemd dat Haverland, b.p. de erfgenamen van Aelbrecht van Gheenen, genoemde Gerard en Jan. Nog krijgt hij het 1/6e deel in het Middelste Heiveld (de Heegde, JT), nog het 1/10e deel in de Oude Stede. Nog krijgt hij een stuk land genoemd de Heegde gelegen aan de Grote Heegde genoemd de Heide, b.p. Aelbrecht van Gheenen, genoemde Gerit. Nog krijgt hij het 1/4e deel inde Melcrotsche Steegde zoals met de anderen gedeeld. Nog krijgt hij een pacht van 1 mud rogge te ontvangen van de erfgenamen van Henrick Didden volgens de brieven. Uit dit erfdeel jaarlijks 1 mud rogge te betalen aande H. geest, nog 1 mud rogge aan Henrick de Crom, maat van Oirschot. Nog uit de Baenrijt (het 1/3e deel van 3 en een half mud, JT), en 3 en een halve lopen rogge per jaar aan de H. Geest van Oirschot, nog een half mud rogge aan Oijken dochter van henrik Hoppenbrouwers, welke pacht aflosbaar is. Nog zal hij een half mud rogge aan genoemde Mechteld betalen vanwege haar zuster Margriet, ook aflosbaar op de gebruiklijke wijze. Nog hieruit 1 oude grote te betalen aan het kapittel van Oirschot en de grondchijns die op al zijn percelen drukt, nog een half mud rogge aan Henrick Roestelmans (=Belaerts, JT) of diens erfgenamen.
Genoemde Mechteld vanwege haar zuster Margriet volgens de brieven van Margriet, krijgt de halve Grote Akker gelegen zoals hiervoor, b.p genoemde Geerlick, Ode dochter van Henrick Hoppenbrowuers waarvan is afgedeeld. Nog krijgt ze het .. stuk van 4 bunders beemd van een beemd genoemd dat Heerbeeck, ter plaatse genoemd het Vellaer, b.p. het erf van de heer van Boxtel, ridder zijnde, Aben van de Maerselaer. Henrick Stockelmans. Nog krijgt ze het 1/4e deel van de beide heivelden genoemd de Heegden, b.p. de Malckersteege (=Melcrotsche Stege, JT), het erf van Michiel Smetsers genoemd de Penninck. Nog krijgt ze het 1/10 deel van de Aude Stede, nog het 1/5e deel van de kooi en de schuur met de grond erbij. Verder krijgt ze nog van haar zwager Wouter 6 lopen rogge uit diens deel. Hieruit moet ze jaarlijks een half mud rogge betalen aan Hillen (soms Hollen, JT) van Heerbeeck of haar erfgenamen, nog de grondchijns aan de hertog, nog een half mud rogge aan heer Henrick Rustelmans (=Roestelmans ofwel Belaerts, JT) en diens mede-erfgenamen. Nog een oude grote aan het kapittel van Oirschot, nog het 1/11e deel van 3 en een half Bossche muddes rogge in Den Bosch te leveren en verder de grondchijns op het hele bezit.
Jan Hoppenbrouwers voor zijn nicht Oda krijgt de halve Rootakker, b.p. genoemde Mechteld waarvan is afgedeeld, het erf van Jan Wouters genoemd de Streep. Nog krijgt hij het.. deel van een stuk beemd van 4 bunders genoemd het Heerbeeck. Nog het zesde deel van het woonhuis met de grond eraan. Nog krijgt ze het 1/6e deel in de Middelste Heegde. Nog het 1/10e deel in de Oude Stede. Nog krijgt ze 6 lopen rogge uit het deel van haar zwager Wouter. Hieruit jaarlijks 1 oude grote te betalen aan het kapittel en nog de grondchijns, nog een half mud rogge per jaar te betalen aan Hillen van Heerbeeck en een half mud rogge aan heer Henrick Belaerts cum suis.
Genoemde Jan als echtgenoot krijgt een akker, de helft ervan is genoemd de Streepe, b.p. genoemde Ode, genoemde Geerlick waarvan is afgedeeld. Nog krijgt hij een akker genoemd dat Sneproeijken, b.p. het erf de Streep van hiervoor, de Breempt. Nog krijgt hij het halve Osseneeuwsel, b.p. genoemde Geerlick waarvan is afgedeeld, Peter Coppens, de erfgenamen van Jan Daniels, het erf van Meeus genoemd de Afterste Akker. Nog krijgt hij het 1/4e deel van de twee Buijtenste Heegden, te delen met de anderen. Verder krijgt hij het 1/10e deel van de Oude Stege, ook onderling te delen, nog het 1/5e deel van de schuur en de kooi met het erf erbij en het 1/11e deel van de Melcrotsche Stege. Hieruit jaarlijks 1 oude grote te betalen aan het kapittel en de grondchijns die op het bezit drukt, nog het 1/11e deel van 1 Bosch mud rogge en een half mud rogge aan heer Henrick Roestelmans en 3 lopen rogge per jaar aan zijn zwager Thomaes.
Alle percelen gelegen in de oude hoeve zullen wegen over de hoeve langs ., behalve de Baenrijt en de Melckrotsche Steegde die over de Grote Heegden zullen wegen en zo verder. De voorste erven zullen de achterste erven laten wegen tot men aan de weg komt. Datum op St. Hubertusdag 1482. (geen getuigen, JT)
(Er is sprake van 1/10 van de Oude Stege en ik kom maar op 7 delen, verder 1/11e van de Melckrotsche Stege, waarvan er slechts een enkel deel is, ook enkele andere percelen zijn vreemd verdeeld ik kom niet aan het totaal. Alleen de Middelste Heegde -6 parten- en de schuur met kooi -5 parten- komt op een totaal uit. Ook de te betalen pacht van 3 en een halve Bossche muddes levert 6 keer 1/11e deel op, maakt 6/11e. Er is verder sprake van Peter die meepart, maar wie is hij?, JT).
Voetnoot :
Ieder zal in de oude Stede (soms Stege genoemde, JT) en het huis zijn of haar deel betalen van 5 pond paijment, getuigen Vlierden Herzel en Snellaert.
Gerard uit de vorige akte zal aan Maes (Thomaes, JT) zijn 2/6e delen overdragen van het oude huis met het deel van het erf en daarvoor alle lasten van zijn kant afhandelen, behalve de 2/6e delen van 5 pond paijment aan de Bonifanten in Den Bosch, samen met de achterstalligheid. (geen datum en geen getuigen vermeld, JT)
Genoemde Peter (welke is hij?, JT) uit de vorige akte verpacht (verkoopt, JT) aan genoemde Maes het 1/6e deel van het genoemde huis. Nog zijn deel van een akker genoemd het Geloekt, maar inclusief de last van 5 pond paijment in Den Bosch te betalen, nog 1 oude grote aan het kapittel, een half mud rogge aan Henrick Meeus Crommen, die jaarlijks op bepaalde tijden betaald moeten worden. Verder bedraagt de pacht (verkoop, JT) jaarlijks 2 mud en 1 lopen rogge aan Peter te betalen. (geen datum en geen getuigen, JT )
De zelfde Maes (Thomaes Geerlicks van de Melcroth, JT) belooft aan Peter die pacht af te lossen per Maria Lichtmisdag over 6 jaar of eerder zowel in totaal of in gedeeltes, elke mud tegen 25 peters, elke peter gerekend tegen 19 stuivers. (geen datum en geen getuigen vermeld, JT)
Thomaes uit de vorige akte belooft zijn broer Gerit die per a.s. Allerheiligendag een bedrag van 16 peters te betalen zonder rente, elke peter gerekend tegen 18 stuivers en als hij dan niet betaalt mag hij met Maria Lichtmisdag over 8 jaar betalen, met een jaarlijkse rente van 18 stuivers, steeds met Maria Lichtmisdag. (geen datum en geen getuigen vermeld, JT)
Schepenen verklaren hierbij plechtig dat ze een schepenbrief hebben gezien voorzien van het schependomszegel en nog geheel intact met de volgende inhoud :
Wij, Daniel van Vlierden, Claes Thomas van Oudenhoven, Loijwich van Hersel, Frank die Haest (wordt hij later priester?, JT), Jan van der Daesdonk, Thomas Geerlicks van de Melcroth en Peter Gielis Snellaerts, schepenen van Oirschot verklaren dat voor hen is verschenen Gerard Gielis van de Melcroth voor hem zelf en voor Dirck en Margriet, wettige kinderen van Marcelis Dirck Scoefs die Mercelis had verwekt bij Lisbth dochter van genoemde Geerlick, verder Thomas Geerlicks van de Melcroth onze collegaschepen voor hemzelf en voor zijn broer heer Henrik, priester, verder Mechteld dochter van Geerlick van de Melcroth met haar voogd, voor haarzelf handelend en voor haar zuster Margriet, verder Peter Jan Vreijssen als man van Beatrijs dochter ook van Geerlick van de Melcroth met haar voogd, verder Geerlick dochter van Geerlik van de Melcroth met haar voogd, verder Jan Willem Wouters als man van Marie, Wouter Willem Wouters als man van Aleijt, zijnde allen wettige kinderen van genoemde Geerlick verwekt bij Claesken dochter van Thomas van Oudenhoven, verder nog Jan Gijsbrecht Hoppenbrouwers als voogd over zijn nicht Oden, dochter van Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers die deze Henrick had verwekt bij Margriet, ook dochter van genoemde Geerlick toen ze leefde ( er waren dus 2 Margrieten in hetzelfde gezin, JT), welke Oden nog minderjarig is, hebben een deling gemaakt van het bezit dat hen door wijlen hun vader is nagelaten en waarvan Claesken hun moeder nog het vruchtgebruik heeft.
Bij deze deling krijgt genoemde Margriet de helft van de Grietenakker, b.p. haar zuster Geerlick, het erf van Oda Henricks Hoppenbrouwers waarvan is afgedeeld. Nog krijgt ze het vierde deel van een beemd genoemd het Heerbeeck in totaal groot ca. 4 bunders voor de gehele beemd, b.p. het erf van de heer van Boxtel genoemd ´t Vellaer, Aelbrecht van de Marselaer, Henrcik Stockelmans. Verder krijgt ze het 1/4e deel van de buitenste velden genoemd de Heechden. Nog krijgt ze het 1/10de deel van de Oude stege, nog het 1/5e deel van een kooi en schuur. Nog zal Wouter uit zijn deel haar elk jaar 6 lopen rogge betalen, steeds op Maria Lichtmisdag. Uit dit erfdeel moet ze zelf jaarlijks aan de erfgenamen van Jan van Heerbeeck een half mud rogge betalen, aan de erfgenamen van Henrick Belaerts een half mud rogge, aan het kapittel van Oirschot 1 oude grote, nog het 1/11e deel van 3 en een halve Bossche muddes rogge en verder de grondchijns.
Genoemde Mechteld zal uit haar deel jaarlijks 2 lopen rogge betalen aan het aaltaar van St. Barbara te Oirschot, nog 5 en een halve lopen rogge aan de O.L. Vrouwekapel te Oirschot, nog aan meester Waltgart Molnaer het 1/3e deel van een Bosch mud rogge, nog aan Henrick de Crom een half mud rogge Oirschotse maat.
Genoemde Gerard zal jaarlijks uit zijn deel aan Clementen dochter van Jans Crommen die een pacht van 14 lopen rogge betalen, Oirschotse maat, nog aan Wouter van der Hoeven een half mud rogge Bossche maat, nog aan het H. Kruisaltaar jaarlijks 2 lopen rogge, nog aan de kinderen van Henrick Belaerts
een half mud roge, Oirschotse maat, nog het 2/6 deel van 5 pond paijment.
Genoemde Thomas zal uit zijn erfdeel jaarlijks aan Jan van der Heijden 1 mud rogge betalen, maat van Oirschot, nog aan meester Waltgar Molnaer het 1/3 deel van een Bosch mud rogge in Den Bosch ook te leveren.
Genoemde Peter Wreijsen zal uit zijn deel jaarlijks aan meester Waltgart Molnaer het 1/3e deel betalen van een Bosch mud rogge aan Henrick de Crom een half mud rogge Oirschotse maat, nog het 1/6 e deel van 5 pond paijment.
Geerlick zal uit haar deel aan de gezamenlijke andere kinderen die samen 3 lopen roge per jaar betalen, Oirschotse maat en aan de kinderen van Henrick Beckers 6 lopen rogge per jaar.
Wouter Willem Wouters uit zijn erfdeel zal jaarlijks aan de H. Geest van Oirschot 1 mud rogge betalen, aan Henrick de Crom 1 mud rogge, nog aan de zelfde H. Geest 3 en een halve lopen rogge, aan Oden Henrick Hoppenbrouwers 6 lopen rogge Oirschotse maat en nog aan zijn schoonzus Margriet 6 lopen rogge, welke beide 6 lopen rogge aflosbaar zijn volgens gebruikelijk recht. Verder moet hij aan de kinderen van Henrick Belaerts 6 lopen rogge betalen en het zesde deel van 5 pond paijment.
Genoemde Oda zal uit haar deel jaarlijks aan de kinderen van Jan van Heerbeeck een half mud rogge betalen, aan de kinderen van Henrick Belaerts 6 lopen rogge per jaar, Oirschotse maat, nog het 1/6e deel van 5 pond paijment per jaar.
Jan Willem Wouters uit zijn erfdeel zal jaarlijks aan de kinderen van Henrik Belaerts 6 lopen rogge betalen, aan zijn zwager Thomas 3 lopen rogge per jaar, welke pacht aflosbaar is volgens gebruikelijk recht.
Ieder van de genoemde personen zal jaarlijks uit zijn of haar erfdeel aan het kapittel een oude grote betalen en nog alle andere grondchijns. Verder zal elk van hen het 1/11 deel betalen van 3 en een halve Bossche muddes rogge, behalve Thomas en Gerard die elk 2/11e deel betalen. En Thomas zal aan het kapittel 2 oude groten per jaar betalen.
Ieder van de delers doet afstand van aanspraken op de erfdelen van de anderen en zal ook de kosten op het eigen erfdeel zodanig betalen dat de erfdelen van de anderen daarvoor gevrijwaard blijven. Indien er later meer lasten op enig erfdeel blijken te drukken dan zullen ze die samen betalen. Opgemaakt op 3 november 1482.
Nadat deze brief is gelezen heeft Henrick van Riel als echtgenoot aan Gielis Jan Crijns beloofd dat hij hem altijd de principale brief van de pacht zal overhandigen zodat die daarmee zijn eigen vordering kan verhalen. Als dat is gebeurd zal Gielis de brief weer onbeschadigd aan Henrik overhandigen en die weer in bewaring geven voor hen beiden behalve als de brief verongelukt buiten hun schuld. Actum als boven.
(1) Hij is getrouwd met Claeske Thomaes van Oudenhoven.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Kind(eren):
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm